LogoTransSteel 2700c MP, TransSteel 3500c MP
  • nl
    • Contact
    • Impressum
    • Algemene voorwaarden
    • Privacyverklaring
    • 013-24092024
    • Veiligheidsvoorschriften
      • Verklaring veiligheidsaanwijzingen
      • Algemeen
      • Gebruik overeenkomstig de bedoeling
      • Omgevingsvoorwaarden
      • Verplichtingen van de gebruiker
      • Verplichtingen van het personeel
      • Netaansluiting
      • Bescherming van uzelf en derden
      • Gevaar door schadelijke gassen en dampen
      • Gevaar door vonken
      • Gevaren door net- en lasstroom
      • Zwerfstromen
      • EMV-apparaatclassificaties
      • EMV-maatregelen
      • EMF-maatregelen
      • Bijzondere gevaren
      • Eisen aan het beschermgas
      • Gevaar door beschermgasflessen
      • Gevaar op uitstromend beschermgas
      • Veiligheidsmaatregelen op de opstelplaats en bij transport
      • Veiligheidsmaatregelen bij normaal gebruik
      • Inbedrijfname, onderhoud en reparatie
      • Veiligheidscontrole
      • Verwijdering
      • Veiligheidssymbolen
      • Gegevensbescherming
      • Auteursrecht
    • Algemene informatie
      • Algemeen
        • Apparaatconcept
        • Beschikbare lasmethodes
        • Werkingsprincipe
        • Toepassingsgebieden
        • Waarschuwingen op het apparaat
        • Beschrijving van de waarschuwingen op het apparaat
      • Systeemonderdelen
        • Algemeen
        • Veiligheid
        • Overzicht
    • Bedieningselementen en aansluitingen
      • Bedieningspaneel
        • Algemeen
        • Veiligheid
        • Bedieningspaneel Synergic
        • Serviceparameters
        • Toetsenblokkering
      • Aansluitingen, schakelaars en mechanische componenten
        • TSt 2700c MP
        • TSt 3500c MP
    • Installatie
      • Minimale uitrusting voor het lassen
        • Algemeen
        • MIG/MAG-lassen gasgekoeld
        • MIG/MAG-lassen watergekoeld
        • Elektrodelassen
        • TIG-DC-lassen
      • Voor installatie en ingebruikneming
        • Veiligheid
        • Gebruik overeenkomstig de bedoeling
        • Vereisten aan de installatielocatie
        • Netaansluiting
      • Generatormodus
        • Generatormodus
      • TSt 2700c MV MP - eenfasig bedrijf
        • Eenfasig bedrijf
        • Uitleg van het begrip inschakelduur in het eenfasige bedrijf
        • Lastijd in eenfaseproces
      • Netkabel aansluiten
        • Veiligheid
        • Algemeen
        • Voorgeschreven netkabel en trekontlastingen
        • Netkabel aansluiten, TSt 2700c MV MP, eenfasig bedrijf
        • Netkabel aansluiten, TSt 2700c MP MV
        • Netkabel aansluiten, TSt 3500c nc MP
      • Systeemcomponenten monteren / aansluiten
        • Informatie over systeemonderdelen
        • Montage aan de wagen
        • Gasfles aansluiten
    • MIG/MAG
      • Inbedrijfstelling
        • Algemeen
        • MIG/MAG-lasbrander aansluiten
        • Aandrijfrollen inzetten / verwisselen
        • Draadspoel / korfspoel inzetten
        • Gasfles aansluiten
        • Poolomkeerder aansluiten en aarde-aansluiting maken
        • Draadelektrode laten inlopen
        • Contactdruk instellen
        • Rem instellen
        • Opbouw van de rem
      • Begrenzing tegen vermogenslimiet
        • Veiligheidsfunctie
      • MIG/MAG-bedrijfscycli
        • Algemeen
        • Symbolen en toelichting
        • 2-stapsproces
        • 4-stapsproces
        • Speciaal 4-taktbedrijf
        • Puntlassen
        • 2-takt-intervallassen
        • 4-takt-intervallassen
      • MIG/MAG - standaard synergisch lassen
        • MIG/MAG-standaard-synergisch-lassen
        • Correcties bij de laswerkzaamheden
      • MIG/MAG - standaard handmatig lassen
        • Algemeen
        • Ter beschikking staande parameters
        • MIG/MAG-standaard-handmatig lassen
        • Correcties bij de laswerkzaamheden
      • Puntlassen en interval-lassen
        • Algemeen
        • Puntlassen
        • Intervallassen
    • Staafelektrode
      • Inbedrijfstelling
        • Veiligheid
        • Voorbereiding
      • Elektrode lassen
        • Elektrodelassen
      • Functies voor lasoptimalisatie
        • Dynamiek
        • De functie HotStart (Hti)
        • De functie Anti-Stick (Ast)
    • TIG
      • Inbedrijfstelling
        • Inbedrijfstelling
      • TIG lassen
        • TIG-lassen
      • Pulslassen
        • Toepassingsmogelijkheden
        • Werkingsprincipe
        • Pulslassen activeren
    • EasyJobs
      • EasyJobs opslaan en oproepen
        • Algemeen
        • EasyJob opslaan
        • EasyJob oproepen
        • EasyJob verwijderen
        • Werkpunten op lasbrander Up/Down (Omhoog/Omlaag) opvragen
    • Easy Documentation (TSt 3500c MP)
      • Algemeen
        • Algemeen
        • Gedocumenteerde lasgegevens
        • Nieuw CSV-bestand
        • PDF-rapport / Fronius-handtekening
      • Easy Documentation activeren/deactiveren
        • Datum en tijd instellen
        • Easy Documentation deactiveren
    • Instellingen setup
      • Set-upmenu
        • Algemeen
        • Bediening
        • Parameter voor het MIG/MAG standaard synergisch lassen
        • Parameter voor het MIG/MAG standaard handmatig lassen
        • Parameters voor elektrodelassen
        • Parameter voor TIG-lassen
      • Setup-menu - niveau 2
        • Beperkingen
        • Bediening (Setup-menu niveau 2)
        • Parameters voor MIG/MAG standaard synergisch lassen (setup-menu niveau 2)
        • Parameters voor MIG/MAG standaard handmatig lassen (setup-menu niveau 2)
        • Parameter voor elektrodelassen
        • Parameter voor WIG-lassen (setup-menu niveau 2)
      • Laskringweerstand r vaststellen
        • Algemeen
        • Laskringweerstand vaststellen (MIG/MAG-lassen)
      • Laskringinductiviteit L weergeven
        • Algemeen
        • Laskring-inductiviteit aangeven
        • Juiste ligging van de slangenpakketten
    • Storingen opheffen en onderhoud
      • Storingsdiagnose en storingen opheffen
        • Algemeen
        • Veiligheid
        • Storingsdiagnose
        • Weergegeven servicecodes
        • Weergegeven servicecodes in combinatie met OPT Easy Documentation
      • Verzorging, onderhoud en recycling
        • Algemeen
        • Veiligheid
        • Bij elke ingebruikname
        • Indien nodig
        • Elke 2 maanden
        • Elke 6 maanden
        • Recycling
    • Annex
      • Gemiddelde verbruikswaarden bij het lassen
        • Gemiddeld verbruik van draadelektroden bij het MIG/MAG-lassen
        • Gemiddeld beschermgasverbruik bij het MIG/MAG-lassen
        • Gemiddeld beschermgasverbruik bij het TIG-lassen
      • Technische gegevens
        • Speciale spanning
        • Verklaring van het begrip 'inschakelduur'
        • TSt 2700c MP
        • TSt 2700c MV MP
        • TSt 3500c MP
        • Overzicht van kritieke grondstoffen, productiejaar van apparaat
      • Lasprogrammatabellen
        • Lasprogrammatabel TSt 2700c MP
        • Lasprogrammatabel TSt 2700c MP USA
        • Lasprogrammatabel TSt 3500c MP
        • Lasprogrammatabel TSt 3500c MP USA

    TransSteel 2700c MP, TransSteel 3500c MP Bedieningshandleiding

    Bedieningselementen
    MIG/MAG-inbedrijfname
    Instellingen setup
    Reserveonderdelen

    Veiligheidsvoorschriften

    Verklaring veiligheidsaanwijzingen

    WAARSCHUWING!

    Duidt op een onmiddellijk dreigend gevaar.

    Wanneer dit gevaar niet wordt vermeden, heeft dit de dood of zwaar lichamelijk letsel tot gevolg.

    GEVAAR!

    Duidt op een mogelijk gevaarlijke situatie.

    Wanneer deze situatie niet wordt vermeden, kan dit de dood of zwaar lichamelijk letsel tot gevolg hebben.

    VOORZICHTIG!

    Duidt op een situatie die mogelijk schade tot gevolg kan hebben.

    Wanneer deze situatie niet wordt vermeden, kan dit lichte of geringe verwondingen evenals materiële schade tot gevolg hebben.

    OPMERKING!

    Duidt op de mogelijkheid van minder goede resultaten en mogelijke beschadiging van de apparatuur.

    1. Veiligheidsvoorschriften

    Verklaring veiligheidsaanwijzingen

    WAARSCHUWING!

    Duidt op een onmiddellijk dreigend gevaar.

    Wanneer dit gevaar niet wordt vermeden, heeft dit de dood of zwaar lichamelijk letsel tot gevolg.

    GEVAAR!

    Duidt op een mogelijk gevaarlijke situatie.

    Wanneer deze situatie niet wordt vermeden, kan dit de dood of zwaar lichamelijk letsel tot gevolg hebben.

    VOORZICHTIG!

    Duidt op een situatie die mogelijk schade tot gevolg kan hebben.

    Wanneer deze situatie niet wordt vermeden, kan dit lichte of geringe verwondingen evenals materiële schade tot gevolg hebben.

    OPMERKING!

    Duidt op de mogelijkheid van minder goede resultaten en mogelijke beschadiging van de apparatuur.

    1. Veiligheidsvoorschriften

    Algemeen

    Het apparaat is volgens de laatste stand van de techniek conform de officiële veiligheidseisen vervaardigd. Onjuiste bediening of misbruik levert echter potentieel gevaar op voor:
    • het leven van de gebruiker of dat van derden
    • het apparaat en andere bezittingen van de gebruiker
    • de efficiëntie van het werken met het apparaat.
    Alle personen die met ingebruikname, bediening, onderhoud en reparatie van het apparaat te maken hebben, moeten:
    • beschikken over de juiste kwalificaties
    • kennis van lassen hebben en
    • deze bedieningshandleiding volledig lezen en exact opvolgen.

    De bedieningshandleiding moet worden bewaard op de plaats waar het apparaat wordt gebruikt. Naast de bedieningshandleiding moet bovendien de overkoepelende en lokale regelgeving ter voorkoming van ongevallen en ter bescherming van het milieu worden nageleefd.

    Alle aanwijzingen met betrekking tot veiligheid en gevaren op het apparaat:
    • in leesbare toestand houden
    • niet beschadigen
    • niet verwijderen
    • niet afdekken, afplakken of overschilderen.

    De plaatsen waar de aanwijzingen met betrekking tot veiligheid en gevaren op het apparaat zijn aangebracht, vindt u in het hoofdstuk "Algemeen" in de handleiding van het apparaat.
    Storingen die de veiligheid nadelig kunnen beïnvloeden, moeten zijn verholpen voordat het apparaat wordt ingeschakeld.
    Het gaat om uw eigen veiligheid!

    1. Veiligheidsvoorschriften

    Gebruik overeenkomstig de bedoeling

    Het apparaat is uitsluitend bestemd voor werkzaamheden overeenkomstig het bedoelde gebruik.

    Het apparaat is uitsluitend voor de op het kenplaatje vermelde laswerkzaamheden bestemd.
    Ieder ander of afwijkend gebruik geldt als gebruik niet overeenkomstig de bedoeling. De fabrikant is niet aansprakelijk voor de hieruit voortvloeiende schade.

    Tot gebruik overeenkomstig de bedoeling behoort ook:
    • het volledig lezen en opvolgen van alle aanwijzingen in de handleiding
    • het volledig lezen en opvolgen van alle aanwijzingen met betrekking tot veiligheid en gevaren
    • het tijdig uitvoeren van inspectie- en onderhoudswerkzaamheden.
    Gebruik het apparaat nooit voor de volgende doeleinden:
    • het ontdooien van leidingen
    • het laden van batterijen of accu's
    • het starten van motoren

    Het apparaat is ontworpen voor gebruik in industrie- en productieomgevingen. De fabrikant is niet verantwoordelijk voor schade die ontstaat door gebruik in woonomgevingen.

    De fabrikant aanvaardt evenmin aansprakelijkheid voor gebrekkige of onjuiste resultaten.

    1. Veiligheidsvoorschriften

    Omgevingsvoorwaarden

    Gebruik of opslag van het apparaat buiten het aangegeven bereik geldt niet als gebruik overeenkomstig de bedoeling. De fabrikant is niet aansprakelijk voor de hieruit voortvloeiende schade.

    Temperatuurbereik van de omgevingslucht:
    • tijdens het lassen: -10 °C tot + 40 °C (14 °F tot 104 °F)
    • tijdens transport en opslag: -20 °C tot +55 °C (-4 °F tot 131 °F)
    Relatieve luchtvochtigheid:
    • tot 50% bij 40 °C (104 °F)
    • tot 90% bij 20 °C (68 °F)

    Omgevingslucht: vrij van stof, zuren, corrosieve gassen of substanties, enz.
    Hoogte boven de zeespiegel: tot 2.000 m (6561 ft. 8.16 in.)

    1. Veiligheidsvoorschriften

    Verplichtingen van de gebruiker

    De gebruiker is verplicht uitsluitend personen met het apparaat te laten werken die:
    • op de hoogte zijn van de fundamentele voorschriften over arbeidsveiligheid en ongevallenpreventie, en vertrouwd zijn met de bediening van het apparaat
    • deze bedieningshandleiding, met name het hoofdstuk "Veiligheidsvoorschriften", hebben gelezen en begrepen, en dit door het zetten van hun handtekening hebben bevestigd
    • voldoende gekwalificeerd zijn voor de werkzaamheden die zij uitvoeren.

    Er moet regelmatig worden gecontroleerd of het personeel in voldoende mate veiligheidsbewust werkt.

    1. Veiligheidsvoorschriften

    Verplichtingen van het personeel

    Alle personen die met het apparaat moeten werken, verplichten zich vóór aanvang van de werkzaamheden:
    • de fundamentele voorschriften over arbeidsveiligheid en ongevallenpreventie na te leven
    • deze bedieningshandleiding, met name het hoofdstuk "Veiligheidsvoorschriften", te lezen, en door het zetten van hun handtekening te bevestigen dat zij deze hebben begrepen en zullen naleven.

    Voordat personen die met het apparaat werken, de werkplek verlaten, dienen zij na te gaan of er ook tijdens hun afwezigheid geen persoonlijk letsel of materiële schade kan ontstaan.

    1. Veiligheidsvoorschriften

    Netaansluiting

    Apparaten met een hoog vermogen kunnen vanwege hun stroomopname de energiekwaliteit van het stroomnetwerk beïnvloeden.

    Dit kan voor bepaalde apparaattypen consequenties hebben in de vorm van:
    • aansluitbeperkingen
    • eisen m.b.t. de maximaal toelaatbare netimpedantie *)
    • eisen m.b.t. het minimaal vereiste kortsluitvermogen *)

    *) telkens bij de aansluiting op het openbare stroomnetwerk
    zie de technische gegevens

    In dat geval moet de eigenaar of de gebruiker van het apparaat eerst nagaan of het apparaat wel mag worden aangesloten. Indien nodig dient hiertoe te worden overlegd met de energieleverancier.

    BELANGRIJK! Zorg voor een veilige aarding van de netaansluiting!

    1. Veiligheidsvoorschriften

    Bescherming van uzelf en derden

    Neem bij het werken met het apparaat staat u aan talrijke gevaren bloot, zoals bijvoorbeeld:
    • vonken, rondvliegende hete metaaldeeltjes
    • voor ogen en huid schadelijke straling van de boog
    • schadelijke elektromagnetische velden, die voor dragers van een pacemaker levensgevaarlijk zijn
    • gevaar van elektrische schokken door net- en lasstroom
    • verhoogde geluidsbelasting
    • schadelijke lasrook en -gassen
    Neem bij het werken met het apparaat moeten geschikte beschermende kleding dragen. De beschermende kleding moet de moet de volgende eigenschappen hebben:
    • moeilijk ontvlambaar
    • isolerend en droog
    • het hele lichaam bedekkend, onbeschadigd en in goede toestand
    • veiligheidshelm
    • broek zonder omslag
    Onder het dragen van beschermende kleding wordt onder meer verstaan:
    • Het afschermen van ogen en gezicht met een laskap die is uitgerust met de juiste filters ter bescherming tegen UV-straling, hitte en vonken.
    • Het dragen (achter de laskap) van een geschikte lasbril met zijbescherming.
    • Het dragen van stevige schoenen die ook onder vochtige omstandigheden isoleren.
    • Het beschermen van de handen met geschikte handschoenen (elektrisch isolerend, hittebestendig).
    • Het dragen van gehoorbescherming ter vermindering van de geluidsbelasting en ter voorkoming van gehoorschade.
    Personen, vooral kinderen, tijdens het gebruik van het apparaat en tijdens het lassen van de werkplek weghouden. Bevinden zich echter nog personen in de omgeving, dan:
    • wijst u deze op alle mogelijke gevaren (schade aan de ogen door het licht van de boog, letstel door vonken, schadelijke lasrook, geluidsbelasting, risico van schokken door net- of lasstroom, enz.)
    • stelt u geschikte veiligheidsmiddelen ter beschikking of
    • installeert u geschikte beschermwanden en beschermgordijnen.
    1. Veiligheidsvoorschriften

    Gevaar door schadelijke gassen en dampen

    De rook die bij het lassen ontstaat, bevat gassen en dampen die een gevaar voor de gezondheid vormen.

    Lasrook bevat stoffen die volgens monografie 118 van het International Agency for Research on Cancer kanker veroorzaken.

    Ruimte op tijd schoon zuigen.
    Indien mogelijk een lasbrander met geïntegreerd zuigapparaat gebruiken.

    Uw gezicht uit de buurt van lasrook en gassen houden.

    Ontstane rook en schadelijke gassen
    • niet inademen
    • via een geschikte methode afzuigen uit de werkplaats.

    Zorg voor voldoende toevoer van buitenlucht. Controleren of te allen tijde een ventilatie van minstens 20 m³/uur wordt aangehouden.

    Indien de ventilatie onvoldoende is, gebruikt u een lashelm met luchttoevoer.

    Indien niet geheel duidelijk is of de ventilatie voldoende is, vergelijkt u de gemeten emissies van schadelijke stoffen met de toelaatbare grenswaarden.

    Voor de mate waarin de lasrook schadelijk is, zijn onder meer de volgende componenten verantwoordelijk:
    • de metalen die voor het werkstuk worden gebruikt
    • de gebruikte elektroden
    • de toegepaste coatings
    • de gebruikte reinigingsmiddelen, ontvettingsmiddelen e.d.
    • gebruikte lasproces

    De aanwijzingen in de veiligheidsinformatiebladen voor genoemde componenten in acht nemen en de instructies van de fabrikant opvolgen.

    Aanbevelingen voor blootstellingsscenario's en maatregelen voor risicobeheer en voor de identificatie van arbeidsomstandigheden zijn op de website van de European Welding Association in het gedeelte Health & Safety te vinden (https://european-welding.org).

    Ervoor zorgen dat ontvlambare dampen (bijvoorbeeld van oplosmiddelen) niet binnen het stralingsbereik van de boog terechtkomen.

    Als er niet wordt gelast, het ventiel van de beschermgasfles of de hoofdgaskraan sluiten.

    1. Veiligheidsvoorschriften

    Gevaar door vonken

    Vonken kunnen brand en explosies veroorzaken.

    Voer nooit laswerkzaamheden uit in de nabijheid van brandbare materialen.

    Brandbare materialen moeten ten minste 11 meter (36 ft. 1.07 in.) van de boog verwijderd zijn of worden voorzien van een betrouwbare afdekking.

    Houd een geschikte, geteste brandblusser bij de hand.

    Vonken en hete metaaldeeltjes kunnen ook door kleine kieren en openingen in de omgeving terechtkomen. Om te voorkomen dat hierdoor kans op letsel of brandgevaar ontstaat, moet u passende maatregelen nemen.

    Niet lassen in brand- en explosiegevaarlijke omgevingen of aan gesloten tanks, vaten en buizen als deze niet zijn voorbereid conform de nationale en internationale normen.

    Er mag niet worden gelast aan houders waarin zich gassen, drijfstoffen, minerale oliën e.d. bevinden/hebben bevonden. Restanten van deze stoffen kunnen een explosie veroorzaken.

    1. Veiligheidsvoorschriften

    Gevaren door net- en lasstroom

    Een elektrische schok is per definitie levensgevaarlijk en kan dodelijk zijn.

    Spanningvoerende delen binnen en buiten het apparaat niet aanraken.

    Bij MIG/MAG- en TIG-lassen zijn ook de lasdraad, de draadspoel, de aandrijfrollen en alle metalen onderdelen die met de lasdraad in aanraking komen, spanningvoerend.

    De draadtoevoer altijd op een voldoende geïsoleerde ondergrond plaatsen of een geschikte, isolerende unit gebruiken voor de draadtoevoer.

    Om uzelf en anderen adequaat tegen aarde- en massapotentiaal te beschermen, dient u te zorgen voor een voldoende isolerende, droge ondergrond of afdekking. De ondergrond of afdekking moet het gebied tussen lichaam en aarde- of massapotentiaal volledig afdekken.

    Alle kabels en leidingen moeten goed zijn bevestigd, onbeschadigd en geïsoleerd zijn, en een voldoende dikke kern hebben. Losse verbindingen, verschroeide of beschadigde kabels, of leidingen met een te kleine kern direct vervangen.
    Voor elk gebruik de stroomverbindingen handmatig op stevigheid controleren.
    Bij stroomkabels met bajonetplug de stroomkabel minimaal 180° om de lengte-as draaien en voorspannen.

    Kabels en leidingen niet om uw lichaam of om lichaamsdelen wikkelen.

    De laselektrode (staafelektrode, wolfraamelektrode, lasdraad, enz.)
    • nooit ter afkoeling in vloeistoffen onderdompelen
    • nooit aanraken wanneer de stroombron is ingeschakeld.

    Tussen de elektroden van twee lasapparaten kan zich bijvoorbeeld de dubbele nullastspanning van één lasapparaat voordoen. Bij gelijktijdige aanraking van de potentialen van beide elektroden bestaat dan onder bepaalde omstandigheden levensgevaar.

    De net- en apparaatkabels regelmatig door een elektromonteur op een juiste werking van de randaarde laten controleren.

    Om goed te kunnen werken, hebben apparaten van beschermingsklasse I een stroomnetwerk met randaarde evenals een stekkersysteem met randaardecontact nodig.

    Het apparaat op een stroomnetwerk zonder randaarde of een stopcontact zonder randaardecontact aansluiten is alleen toegestaan als alle nationale bepalingen voor veilige scheiding worden nageleefd.
    Anders geldt dit als grof nalatig. De fabrikant is niet aansprakelijk voor hieruit voortvloeiende schade.

    Indien noodzakelijk met hiertoe geschikte middelen voor voldoende aarding van het werkstuk zorgen.

    Niet-gebruikte apparaten uitschakelen.

    Bij werkzaamheden op hoogte een valbeschermingsuitrusting dragen.

    Voor u werkzaamheden aan het apparaat uitvoert, moet u het apparaat uitschakelen en de netstekker uit de wandcontactdoos halen.

    Een duidelijk leesbaar en begrijpelijk waarschuwingsbord plaatsen om te voorkomen dat de netstekker opnieuw in de wandcontactdoos wordt gestoken en het apparaat weer wordt ingeschakeld.

    Na het openen van het apparaat:
    • alle onderdelen die elektrisch geladen zijn, ontladen
    • controleren of alle componenten van het apparaat stroomloos zijn.

    Indien u werkzaamheden moet uitvoeren aan spanningvoerende delen, dient u samen te werken met een tweede persoon die de hoofdschakelaar bijtijds kan uitschakelen.

    1. Veiligheidsvoorschriften

    Zwerfstromen

    Als onderstaande aanwijzingen niet worden opgevolgd, ontstaan er mogelijk zwerfstromen. Deze kunnen het volgende veroorzaken:
    • brand
    • oververhitting van onderdelen die in contact staan met het werkstuk
    • beschadiging van randaardeleidingen
    • beschadiging van het apparaat en andere elektrische installaties

    Voor een stevige verbinding tussen de werkstukklem en het werkstuk zorgen.

    De werkstukklem zo dicht mogelijk bij de plaats waar u gaat lassen, bevestigen.

    Het apparaat zodanig plaatsen dat het voldoende is geïsoleerd voor een elektrisch geleidende omgeving, zoals voor een geleidende bodem of geleidende onderstellen.

    Bij het gebruik van stroomverdelers, units met een dubbele kop enz. rekening houden met het volgende: Ook de elektrode van de niet-gebruikte lastoorts/elektrodenhouder is spanningvoerend. Voor een voldoende geïsoleerde opslagpositie voor de niet-gebruikte lastoorts/elektrodenhouder zorgen.

    Bij geautomatiseerde MIG/MAG-toepassingen moet de elektrode goed geïsoleerd van de lasdraadhouder, grote spoel of draadspoel naar de draadtoevoer worden geleid.

    1. Veiligheidsvoorschriften

    EMV-apparaatclassificaties

    Apparaten van emissieklasse A:
    • zijn uitsluitend bedoeld voor toepassing in industriegebieden;
    • kunnen in andere gebieden leidinggebonden storingen of storingen door straling veroorzaken.
    Apparaten van emissieklasse B:
    • voldoen aan de emissievereisten voor woon- en industriegebieden. Dit geldt ook voor woongebieden waar de energievoorziening is gebaseerd op het openbare laagspanningsnet.

    EMV-apparaatclassificatie volgens kenplaatje of technische gegevens.

    1. Veiligheidsvoorschriften

    EMV-maatregelen

    In uitzonderlijke gevallen kan er, ondanks het naleven van de emissiegrenswaarden, sprake zijn van beïnvloeding van het geëigende gebruiksgebied (bijvoorbeeld als zich op de installatielocatie gevoelige apparatuur bevindt of als de installatielocatie is gelegen in de nabijheid van radio- of televisieontvangers).
    In dit geval is de gebruiker verplicht adequate maatregelen te treffen om de storing op te heffen.

    Controleer en beoordeel of de immuniteit van installaties in de omgeving van het apparaat in overeenstemming is met de nationale en internationale voorschriften. Voorbeelden van storingsgevoelige installaties die door het apparaat beïnvloed kunnen worden:
    • Veiligheidsvoorzieningen
    • Netkabels, signaalkabels en kabels voor gegevensoverdracht
    • Data- en telecommunicatie-installaties
    • Meet- en kalibratie-installaties
    Ondersteunende maatregelen ter voorkoming van EMV-problemen:
    1. Netvoeding
      • Treden er, ondanks reglementaire aansluiting op het elektriciteitsnet, elektromagnetische storingen op, tref dan extra maatregelen (gebruik bijvoorbeeld een geschikt netfilter).
    1. Laskabels
      • Houd ze zo kort mogelijk.
      • Laat ze dicht bij elkaar lopen (ook ter voorkoming van EMF-problemen).
      • Leg ze ver verwijderd van andere leidingen.
    1. Potentiaalvereffening
    1. Aarding van het werkstuk
      • Breng, indien noodzakelijk, via geschikte condensatoren een aardeverbinding tot stand.
    1. Afscherming, indien noodzakelijk
      • Scherm andere installaties in de omgeving af.
      • Scherm de complete lasinstallatie af.
    1. Veiligheidsvoorschriften

    EMF-maatregelen

    Elektromagnetische velden kunnen nog onbekende schade aan de gezondheid veroorzaken:
    • Gevolgen voor de gezondheid van personen die zich in de nabijheid bevinden, bijvoorbeeld dragers van pacemakers en hoortoestellen.
    • Dragers van pacemakers moeten zich door hun arts laten adviseren voordat zij zich in de onmiddellijke nabijheid van het apparaat en het lasproces begeven.
    • De afstand tussen de laskabels en het hoofd/lichaam van de lasser moet om veiligheidsredenen zo groot mogelijk worden gehouden.
    • Laskabels en slangenpakketten niet over de schouder dragen en niet om het lichaam of lichaamsdelen wikkelen.
    1. Veiligheidsvoorschriften

    Bijzondere gevaren

    Handen, haren, kledingstukken en gereedschappen uit de buurt houden van bewegende onderdelen zoals:
    • ventilatoren
    • tandwielen
    • rollen
    • aandrijfassen
    • draadspoelen en lasdraden

    Uw handen niet in de draaiende tandwielen van de draadaandrijving of in draaiende machineonderdelen steken.

    Afdekkingen en zijdelen mogen uitsluitend worden geopend/verwijderd gedurende het uitvoeren van onderhouds- en reparatiewerkzaamheden.

    Tijdens het gebruik:
    • Controleren of alle afdekkingen zijn gesloten en alle zijdelen correct zijn gemonteerd.
    • Alle afdekkingen en zijdelen gesloten houden.

    Het uitsteken van de lasdraad uit de lastoorts levert een hoog risico op letsel op (verwondingen aan handen, gezicht, ogen enz.).

    Daarom altijd de lastoorts weghouden van het lichaam (apparaten met draadaanvoerunit) en een geschikte veiligheidsbril gebruiken.

    Het werkstuk tijdens en na het lassen niet aanraken i.v.m. verbrandingsgevaar.

    Van afkoelende werkstukken kan slak afspringen. Daarom ook bij het nabewerken van werkstukken de voorgeschreven beschermende uitrusting dragen en ervoor zorgen dat andere personen voldoende zijn beschermd.

    Lastoortsen en andere uitrustingscomponenten met een hoge bedrijfstemperatuur laten afkoelen voordat u ermee gaat werken.

    In ruimtes met een verhoogd risico op brand of explosie gelden bijzondere voorschriften.
    - geldende nationale en internationale bepalingen in acht nemen.

    Stroombronnen voor werkzaamheden in ruimten met een verhoogd elektrisch risico (bijvoorbeeld ketels) moeten zijn voorzien van het symbool (Safety). De stroombron zelf mag zich echter niet in zulke ruimten bevinden.

    Verbrandingsgevaar door uittredend koelmiddel. Het koelapparaat uitschakelen voordat u de aansluiting van de koelmiddeltoevoer/-afvoer afkoppelt.

    Bij het werken met koelmiddel de aanwijzingen op het veiligheidsinformatieblad voor het koelmiddel in acht nemen. U kunt het veiligheidsinformatieblad aanvragen via de servicedienst van de fabrikant of downloaden op diens website.

    Gebruik voor het kraantransport van apparaten uitsluitend geschikte lastopnamemiddelen van de fabrikant.

    • Bevestig kettingen of kabels aan alle hiervoor bestemde ophangpunten op het geschikte lastopnamemiddel.
    • De kettingen of kabels moeten een zo klein mogelijke afwijking van hun loodrechte stand hebben.
    • Verwijder gasflessen en draadtoevoer (MIG/MAG- en TIG-apparaten).

    Bij kraanophanging van de draadaanvoer tijdens het lassen altijd een geschikte, isolerende draadaanvoerophanging gebruiken (MIG/MAG- en TIG-apparaten).

    Als het apparaat is voorzien van een draagriem of -greep, mag deze uitsluitend worden gebruikt om het apparaat met de hand te dragen. De draagriem/-greep is niet geschikt voor transport van het apparaat per kraan, vorkheftruck of ander mechanisch hefwerktuig.

    Alle aanslagmiddelen (riemen, beugels, kettingen enz.) die voor het transport van het apparaat of onderdelen ervan worden gebruikt, moeten regelmatig worden gecontroleerd (bijvoorbeeld op mechanische beschadigingen, corrosie en aantasting door omgevingsinvloeden).
    Interval en omvang van deze controles moeten minimaal voldoen aan de geldende nationale normen en richtlijnen.

    Bij gebruik van een adapter voor de beschermgasaansluiting bestaat het gevaar dat er onopgemerkt kleur- en reukloos beschermgas vrijkomt. Het is daarom verstandig om vóór het monteren de schroefdraad aan apparaatzijde van de adapter voor de beschermgasaansluiting met geschikte Teflon-tape te omwikkelen.

    1. Veiligheidsvoorschriften

    Eisen aan het beschermgas

    Vooral bij ringleidingen kan verontreinigd beschermgas leiden tot schade aan de apparatuur en tot een vermindering van de laskwaliteit.
    Het beschermgas moet aan de volgende kwaliteitseisen voldoen:
    • Deeltjesgrootte van vaste stoffen <  40 µm
    • Druk-dauwpunt <  -20 °C
    • Max. oliegehalte <  25 mg/m³

    Gebruik indien nodig filters!

    1. Veiligheidsvoorschriften

    Gevaar door beschermgasflessen

    Beschermgasflessen bevatten gas onder druk. Beschadigde flessen kunnen exploderen. Aangezien beschermgasflessen deel uitmaken van de lasuitrusting, moet er uiterst voorzichtig mee worden omgegaan.

    Stel beschermgasflessen met verdicht gas niet bloot aan te grote hitte, mechanisch geweld, slak, open vuur, vonken en lasbogen.

    Monteer beschermgasflessen altijd loodrecht en volgens de handleiding, zodat ze niet om kunnen vallen.

    Houd beschermgasflessen uit de buurt van elektrische stroomkringen (van het lasapparaat en andere apparatuur).

    Hang nooit een lastoorts op aan een beschermgasfles.

    Raak een fles met beschermgas nooit aan met een laselektrode.

    Explosiegevaar - voer nooit laswerkzaamheden uit aan een beschermgasfles onder druk.

    Gebruik uitsluitend beschermgasflessen die geschikt zijn voor de specifieke werkzaamheden. Gebruik alleen bijbehorende, geschikte accessoires (regelaars, slangen, fittingen, enz.). Gebruik beschermgasflessen en accessoires alleen als deze in goede staat zijn.

    Draai bij het openen van het ventiel van de fles met beschermgas het gezicht weg van de uitlaat.

    Wordt er niet gelast, sluit dan het ventiel van de beschermgasfles.

    Laat bij niet-aangesloten beschermgasflessen de kap op het ventiel zitten.

    Houd u aan de aanwijzingen van de fabrikant van de beschermgasfles en de accessoires, en neem de betreffende nationale en internationale bepalingen in acht.

    1. Veiligheidsvoorschriften

    Gevaar op uitstromend beschermgas

    Verstikkingsgevaar door ongecontroleerd uitstromen van beschermgas

    Dit kleur- en geurloze beschermgas kan bij uitstromen in de omgevingslucht het aanwezige zuurstof verdringen.

    • Zorg voor voldoende aanvoer van frisse lucht - ventilatievolume van minimaal 20 m³/uur
    • Volg de veiligheids- en onderhoudsinstructies van de beschermgasfles of hoofdgaskraan op
    • Wordt er niet gelast, sluit dan het ventiel van de beschermgasfles of de hoofdgaskraan.
    • De beschermgasfles of hoofdgaskraan moet voor ieder gebruik gecontroleerd worden op eventueel ongecontroleerd uitstromend gas.
    1. Veiligheidsvoorschriften

    Veiligheidsmaatregelen op de opstelplaats en bij transport

    Een omvallend apparaat kan resulteren in levensgevaar! Plaats het apparaat stabiel op een vlakke, vaste ondergrond.
    • Een hellingshoek van maximaal 10° is toelaatbaar.
    In brand- en explosiegevaarlijke ruimten gelden bijzondere voorschriften.
    • Houd u aan de betreffende nationale en internationale bepalingen.

    Zorg er door middel van instructies en controles binnen het bedrijf voor dat de omgeving van de werkplek altijd schoon en overzichtelijk is.

    Plaats en gebruik het apparaat uitsluitend volgens de op het kenplaatje aangeduide beschermingsklasse.

    Bij het opstellen van het apparaat een vrije ruimte van 0,5 m (1 ft. 7,69 in.) rondom aanhouden, zodat de koellucht ongehinderd kan in- en uitstromen.

    Zorg er bij het transport van het apparaat voor dat u zich houdt aan de geldende nationale en regionale richtlijnen en veiligheidsvoorschriften. Dit geldt met name voor de richtlijnen met betrekking tot potentiële gevaren bij verzending en transport.

    Actieve apparaten niet optillen of transporteren. Schakel apparaten altijd uit voordat u ze optilt of transporteert!

    Tap het koelmiddel altijd volledig af voordat u het apparaat transporteert. Demonteer vóór transport bovendien de volgende onderdelen:
    • Draadtoevoer
    • Draadspoel
    • Beschermgasfles

    Stel het apparaat na transport niet meteen in dienst, maar voer eerst een grondige visuele controle uit. Laat eventuele beschadigingen vóór de inbedrijfname door vakkundig onderhoudspersoneel repareren.

    1. Veiligheidsvoorschriften

    Veiligheidsmaatregelen bij normaal gebruik

    U mag uitsluitend met het apparaat werken als alle veiligheidsvoorzieningen volledig operationeel zijn. Zijn de veiligheidsvoorzieningen niet volledig operationeel, dan levert dit gevaar op voor:
    • het leven van de gebruiker of dat van derden;
    • het apparaat en andere bezittingen van de gebruiker;
    • de efficiëntie van het werken met het apparaat.

    Laat niet volledig operationele veiligheidsvoorzieningen repareren voordat u het apparaat inschakelt.

    Veiligheidsvoorzieningen nooit omzeilen of buiten werking stellen.

    Voordat u het apparaat inschakelt, dient u te controleren of er niemand gevaar loopt.

    Controleer ten minste eenmaal per week of het apparaat zichtbare schade vertoont en of de veiligheidsvoorzieningen naar behoren werken.

    Bevestig beschermgasflessen altijd op de juiste manier en verwijder ze van tevoren bij kraantransport.

    Op grond van de eigenschappen (mate van elektrische geleidbaarheid en brandbaarheid, vorstbeschermingsgraad, combineerbaarheid met bepaalde grondstoffen enz.) is alleen het originele koelmiddel van de fabrikant geschikt voor gebruik in onze apparaten.

    Gebruik uitsluitend een geschikt origineel koelmiddel van de fabrikant.

    Vermeng het originele koelmiddel van de fabrikant niet met andere koelmiddelen.

    Sluit alleen systeemcomponenten van de fabrikant op het koelcircuit aan.

    Gebruikt u toch andere systeemcomponenten of een ander koelmiddel en ontstaat hierdoor schade, dan is de fabrikant hiervoor niet aansprakelijk en vervalt elke aanspraak op garantie.

    Cooling Liquid FCL 10/20 is niet ontvlambaar. Koelmiddel op basis van ethanol is onder bepaalde omstandigheden ontvlambaar. Vervoer het koelmiddel alleen in gesloten, originele houders en houd het verwijderd van mogelijke ontstekingsbronnen.

    Voer afgewerkt koelmiddel af volgens de geldende nationale en internationale voorschriften. U kunt het veiligheidsinformatieblad aanvragen via de servicedienst van de fabrikant of downloaden op diens website.

    Controleer, voordat u begint met lassen, altijd de stand van het koelmiddel in het apparaat in afgekoelde toestand.

    1. Veiligheidsvoorschriften

    Inbedrijfname, onderhoud en reparatie

    Mijd niet-originele onderdelen; hiervan kan niet worden gewaarborgd dat ze voldoende robuust en veilig zijn geconstrueerd/geproduceerd.

    • Gebruik alleen originele vervangingsonderdelen (dit geldt ook voor genormeerde onderdelen).
    • Breng zonder toestemming van de fabrikant geen wijzigingen aan het apparaat aan.
    • Onderdelen die niet in onberispelijke staat verkeren, dient u direct te vervangen.
    • Geef bij bestellingen op: de exacte benaming en het onderdeelnummer volgens de onderdelenlijst, het serienummer van uw apparaat.

    De behuizingschroeven geven de randaardeverbinding voor de aarding van de behuizingonderdelen weer.
    Gebruik altijd het correcte aantal originele behuizingschroeven met het aangegeven aanhaalmoment.

    1. Veiligheidsvoorschriften

    Veiligheidscontrole

    De fabrikant raadt aan om ten minste eenmaal per 12 maanden een veiligheidscontrole aan het apparaat uit te laten voeren.

    De fabrikant raadt bovendien aan de gebruikte stroombronnen te kalibreren, eveneens om de 12 maanden.

    Een veiligheidscontrole door een gekwalificeerde elektromonteur wordt aanbevolen:
    • na het aanbrengen van wijzigingen
    • na installatie of ombouw
    • na het uitvoeren van reparaties en onderhoud
    • na elke periode van maximaal twaalf maanden.

    Voor de veiligheidscontrole dient u zich te houden aan de geldende nationale en internationale normen en richtlijnen.

    Voor meer informatie over het uitvoeren van veiligheidscontroles en kalibraties kunt u zich wenden tot de servicedienst. Deze verstrekt u op verzoek alle noodzakelijke documentatie.

    1. Veiligheidsvoorschriften

    Verwijdering

    Oude elektrische en elektronische apparaten moeten volgens de Europese richtlijnen en het nationale recht gescheiden worden ingezameld en milieuvriendelijk worden gerecycled. Gebruikte apparaten moeten bij de handelaar worden afgegeven of bij een lokaal, geautoriseerd verzamelings- en verwerkingssysteem worden ingeleverd. Een correcte verwerking van het oude apparaat vereist dat materiële hulpbronnen duurzaam worden gerecycled. Gebeurt dit niet, dan hebben de gezondheid en het milieu hier mogelijk onder te lijden.

    Verpakkingsmaterialen
    Gescheiden inzameling. Controleer de voorschriften van uw gemeente. Verklein het volume van de doos.

    1. Veiligheidsvoorschriften

    Veiligheidssymbolen

    Apparaten met CE-aanduiding voldoen aan de eisen die in de richtlijnen voor laagspanningscompatibiliteit en elektromagnetische compatibiliteit worden gesteld (zoals de relevante productnormen van de normenreeks EN 60 974).

    Fronius International GmbH verklaart dat het apparaat voldoet aan richtlijn 2014/53/EU. De volledige tekst van de EU-conformiteitsverklaring is online beschikbaar op: http://www.fronius.com

    Apparaten die zijn voorzien van het CSA-testsymbool voldoen aan de eisen van de relevante Canadese en Amerikaanse normen.

    1. Veiligheidsvoorschriften

    Gegevensbescherming

    De gebruiker is zelf verantwoordelijk voor het beveiligen van gegevens die afwijken van de fabrieksinstellingen. Voor schade die ontstaat door gewiste persoonlijke instellingen is de fabrikant niet aansprakelijk.

    1. Veiligheidsvoorschriften

    Auteursrecht

    Het auteursrecht op deze handleiding berust bij de fabrikant.

    Tekst en afbeeldingen komen overeen met de stand van de techniek bij het ter perse gaan. Wijzigingen voorbehouden. Aan de inhoud van deze handleiding kan de gebruiker geen rechten ontlenen. Hebt u een voorstel tot verbetering? Ziet u een fout in deze handleiding? Wij zijn u dankbaar voor uw opmerkingen.

    Algemene informatie

    Algemeen

    Apparaatconcept

    De stroombronnen TransSteel (TSt) 2700c MP en TSt 3500c MP zijn volledig gedigitaliseerde, door een microprocessor aangestuurde inverterstroombronnen.

    Het modulaire ontwerp en de eenvoudige mogelijkheid tot systeemuitbreiding zorgen voor optimale flexibiliteit. De apparaten zijn geconstrueerd voor het lassen van staal.

    1. Algemene informatie

    Algemeen

    Apparaatconcept

    De stroombronnen TransSteel (TSt) 2700c MP en TSt 3500c MP zijn volledig gedigitaliseerde, door een microprocessor aangestuurde inverterstroombronnen.

    Het modulaire ontwerp en de eenvoudige mogelijkheid tot systeemuitbreiding zorgen voor optimale flexibiliteit. De apparaten zijn geconstrueerd voor het lassen van staal.

    1. Algemene informatie
    2. Algemeen

    Apparaatconcept

    De stroombronnen TransSteel (TSt) 2700c MP en TSt 3500c MP zijn volledig gedigitaliseerde, door een microprocessor aangestuurde inverterstroombronnen.

    Het modulaire ontwerp en de eenvoudige mogelijkheid tot systeemuitbreiding zorgen voor optimale flexibiliteit. De apparaten zijn geconstrueerd voor het lassen van staal.

    1. Algemene informatie
    2. Algemeen

    Beschikbare lasmethodes

    Op de stroombronnen staan de volgende lasmethodes ter beschikking:

    MIG/MAG-lassen

    TSt 2700c MP TSt 3500c MP

    Elektrodelassen

    TSt 2700c MP TSt 3500c MP

    TIG-lassen met aanraakontsteking

    TSt 2700c MP TSt 3500c MP
    1. Algemene informatie
    2. Algemeen

    Werkingsprincipe

    De centrale besturings- en regeleenheid van de stroombron is gekoppeld aan een digitale signaalprocessor. Centrale besturings- en regeleenheid en signaalprocessor sturen het gehele lasproces.
    Tijdens het lasproces worden steeds actuele gegevens gemeten; op veranderingen wordt meteen gereageerd. De gewenste condities worden in stand gehouden door uitgekiende regelalgoritmen.

    Het apparaat beschikt over de veiligheidsfunctie "Begrenzing van de vermogenslimiet". Deze maakt het mogelijk de stroombron tot aan de vermogenslimiet te gebruiken, zonder hierbij de procesveiligheid in gevaar te brengen.

    Het resultaat hiervan is:
    • een nauwkeurig lasproces
    • een hoge reproduceerbaarheid van alle gebeurtenissen
    • uitstekende laseigenschappen
    1. Algemene informatie
    2. Algemeen

    Toepassingsgebieden

    De apparaten worden in de handel en industrie gebruikt: handmatige toepassingen met klassieke stalen, gegalvaniseerde platen.

    Het toepassingsgebied van de TSt 2700c MP ligt hoofdzakelijk op het gebied van dunne staalplaten (lichte staalbouw).
    Reparaties, onderhoud en montage in werven, bij autoleveranciers, werkplaatsen of in de meubelbouw behoren tot de typische toepassingsgebieden. De stroombron TSt 2700c MP positioneert zich daardoor qua vermogenscategorie tussen industriële en handwerktoepassingen.

    De stroombron TSt 3500c MP is ontworpen voor:
    • Machine- en apparatenbouw
    • Staalconstructies
    • Aanleg van ketels en houders
    • Metaal- en gevelbouw
    • Railvoertuigenbouw
    1. Algemene informatie
    2. Algemeen

    Waarschuwingen op het apparaat

    Op de stroombronnen bevinden zich diverse waarschuwingen en veiligheidssymbolen. Deze waarschuwingen en veiligheidssymbolen mogen niet worden verwijderd of overgeschilderd. De waarschuwingen en symbolen waarschuwen voor een verkeerde bediening die kan resulteren in ernstig letsel en zware materiële schade.

    Veiligheidssymbolen op het kenplaatje:

    Lassen is gevaarlijk. Aan de volgende basisvoorwaarden moet worden voldaan:

    • Voldoende kwalificatie voor het lassen
    • Geschikte beschermingsmiddelen
    • Het weghouden van buitenstaanders

    De beschreven functies pas gebruiken nadat de volgende documenten volledig zijn gelezen en begrepen:

    • deze gebruiksaanwijzing
    • alle gebruiksaanwijzingen van de systeemcomponenten, in het bijzonder de veiligheidsvoorschriften
    1. Algemene informatie
    2. Algemeen

    Beschrijving van de waarschuwingen op het apparaat

    Bij bepaalde apparaatuitvoeringen zijn waarschuwingen op het apparaat aangebracht.

    De rangschikking van de symbolen kan verschillen.

    !
    Waarschuwing! Let op!
    De symbolen stellen mogelijke gevaren voor.
    A
    Aandrijfrollen kunnen vingers beschadigen.
    B
    Lasdraad en aandrijfdelen staan tijdens het bedrijf onder lasspanning.
    Handen en metalen voorwerpen uit de buurt houden!
    1.
    Een elektrische schok kan dodelijk zijn.
    1.1
    Droge, geïsoleerde handschoenen dragen. De draadelektrode niet met blote handen aanraken. Geen natte of beschadigde handschoenen dragen.
    1.2
    Als bescherming tegen een elektrische schok een onderlaag gebruiken die van de bodem en het werkbereik is geïsoleerd.
    1.3
    Voor u werkzaamheden aan het apparaat uitvoert, moet u het apparaat uitschakelen en de netstekker uit de wandcontactdoos trekken of de stroomvoorziening loskoppelen.
    2.
    Het inademen van lasrook kan schadelijk zijn voor de gezondheid.
    2.1
    Uw gezicht uit de buurt van lasrook houden.
    2.2
    Geforceerde ventilatie of een lokale afzuiging gebruiken om de lasrook te verwijderen.
    2.3
    Lasrook met een ventilator verwijderen.
    3
    Lasvonken kunnen een explosie of brand veroorzaken.
    3.1
    Brandbaar materiaal uit de buurt van het lasproces houden. Geen laswerkzaamheden uitvoeren in de buurt van brandbaar materiaal.
    3.2
    Lasvonken kunnen leiden tot brand. Brandblusser gereedhouden. Er eventueel voor zorgen dat een opzichter klaarstaat die de brandblusser kan bedienen.
    3.3
    Niet op vaten of gesloten accubehuizingen lassen.
    4.
    Lichtboogstralen kunnen de ogen verbranden en de huid beschadigen.
    4.1
    Hoofdbedekking en beschermbril dragen. Gehoorbescherming en hemdskraag met knoop dragen. Een lashelm met de juiste kleur gebruiken. Het hele lichaam met geschikte beschermkleding bedekken.
    5.
    Voor werkzaamheden aan de machine of het lassen:
    vertrouwd raken met het apparaat en de instructies lezen!
    6.
    De sticker met waarschuwingen niet verwijderen of overschilderen.
    *
    Bestelnummer van de fabrikant op de sticker
    1. Algemene informatie

    Systeemonderdelen

    Algemeen

    De stroombronnen kunnen met verschillende systeemcomponenten en opties worden aangedreven. Afhankelijk van het inzetgebied van de stroombronnen kunnen daardoor verwerkingen worden geoptimaliseerd, en de werking en bediening worden vereenvoudigd.

    1. Algemene informatie
    2. Systeemonderdelen

    Algemeen

    De stroombronnen kunnen met verschillende systeemcomponenten en opties worden aangedreven. Afhankelijk van het inzetgebied van de stroombronnen kunnen daardoor verwerkingen worden geoptimaliseerd, en de werking en bediening worden vereenvoudigd.

    1. Algemene informatie
    2. Systeemonderdelen

    Veiligheid

    GEVAAR!

    Gevaar door verkeerde bediening en verkeerd uitgevoerde werkzaamheden.

    Dit kan ernstig letsel en schade aan eigendommen veroorzaken.

    Alle werkzaamheden en functies die in dit document worden beschreven, mogen uitsluitend door technisch geschoold personeel worden uitgevoerd.

    U dient dit document volledig te lezen en te begrijpen.

    Alle veiligheidsvoorschriften en gebruikersdocumentatie van dit apparaat en alle systeemcomponenten moeten gelezen en begrepen worden.

    1. Algemene informatie
    2. Systeemonderdelen

    Overzicht

    TSt 2700c MP
    Nr.Functie
    (1)
    MIG/MAG-lasbrander
    (2)
    Stabilisering van de gasfleshouder
    (3)
    Stroombron
    (4)
    Wagen en gasfleshouder
    (5)
    Aarde- en elektrodekabel
    (6)
    TIG-lasbrander
    TSt 3500c MP
    Nr.Functie
    (1)
    MIG/MAG-lasbrander
    (2)
    Stabilisering van de gasfleshouder
    (3)
    Stroombron
    (4)
    Koelapparaat
    alleen TSt 3500c
    (5)
    Wagen en gasfleshouder
    (6)
    Aarde- en elektrodekabel
    (7)
    TIG-lasbrander

    Bedieningselementen en aansluitingen

    Bedieningspaneel

    Algemeen

    Het bedieningspaneel is qua functies logisch opgebouwd. De afzonderlijke voor het lassen benodigde parameters laten zich

    • eenvoudig door middel van toetsen selecteren
    • eenvoudig door middel van toetsen of met het stelwiel worden gewijzigd
    • tijdens het lassen op het digitale scherm worden getoond

    Met het bedieningspaneel Synergic berekent de stroombron aan de hand van algemene gegevens, zoals plaatdikte, toevoegmateriaal, draaddiameter en beschermgas, de optimale instelling van de lasparameters. Daardoor wordt opgeslagen expertise telkens bruikbaar gemaakt. Handmatige correcties kunnen altijd worden uitgevoerd. Ook ondersteunt het bedieningspaneel Synergic het puur handmatige instellen van de parameters.

    OPMERKING!

    Naar aanleiding van software-updates kunnen er op uw apparaat functies beschikbaar zijn die in deze bedieningshandleiding niet worden beschreven, of omgekeerd.

    Bovendien kunnen enkele afbeeldingen enigszins afwijken van de bedieningselementen op uw apparaat. De werking van deze bedieningselementen is echter gelijk.

    1. Bedieningselementen en aansluitingen

    Bedieningspaneel

    Algemeen

    Het bedieningspaneel is qua functies logisch opgebouwd. De afzonderlijke voor het lassen benodigde parameters laten zich

    • eenvoudig door middel van toetsen selecteren
    • eenvoudig door middel van toetsen of met het stelwiel worden gewijzigd
    • tijdens het lassen op het digitale scherm worden getoond

    Met het bedieningspaneel Synergic berekent de stroombron aan de hand van algemene gegevens, zoals plaatdikte, toevoegmateriaal, draaddiameter en beschermgas, de optimale instelling van de lasparameters. Daardoor wordt opgeslagen expertise telkens bruikbaar gemaakt. Handmatige correcties kunnen altijd worden uitgevoerd. Ook ondersteunt het bedieningspaneel Synergic het puur handmatige instellen van de parameters.

    OPMERKING!

    Naar aanleiding van software-updates kunnen er op uw apparaat functies beschikbaar zijn die in deze bedieningshandleiding niet worden beschreven, of omgekeerd.

    Bovendien kunnen enkele afbeeldingen enigszins afwijken van de bedieningselementen op uw apparaat. De werking van deze bedieningselementen is echter gelijk.

    1. Bedieningselementen en aansluitingen
    2. Bedieningspaneel

    Algemeen

    Het bedieningspaneel is qua functies logisch opgebouwd. De afzonderlijke voor het lassen benodigde parameters laten zich

    • eenvoudig door middel van toetsen selecteren
    • eenvoudig door middel van toetsen of met het stelwiel worden gewijzigd
    • tijdens het lassen op het digitale scherm worden getoond

    Met het bedieningspaneel Synergic berekent de stroombron aan de hand van algemene gegevens, zoals plaatdikte, toevoegmateriaal, draaddiameter en beschermgas, de optimale instelling van de lasparameters. Daardoor wordt opgeslagen expertise telkens bruikbaar gemaakt. Handmatige correcties kunnen altijd worden uitgevoerd. Ook ondersteunt het bedieningspaneel Synergic het puur handmatige instellen van de parameters.

    OPMERKING!

    Naar aanleiding van software-updates kunnen er op uw apparaat functies beschikbaar zijn die in deze bedieningshandleiding niet worden beschreven, of omgekeerd.

    Bovendien kunnen enkele afbeeldingen enigszins afwijken van de bedieningselementen op uw apparaat. De werking van deze bedieningselementen is echter gelijk.

    1. Bedieningselementen en aansluitingen
    2. Bedieningspaneel

    Veiligheid

    GEVAAR!

    Gevaar door verkeerde bediening en verkeerd uitgevoerde werkzaamheden.

    Dit kan ernstig letsel en schade aan eigendommen veroorzaken.

    Alle werkzaamheden en functies die in dit document worden beschreven, mogen uitsluitend door technisch geschoold personeel worden uitgevoerd.

    U dient dit document volledig te lezen en te begrijpen.

    Alle veiligheidsvoorschriften en gebruikersdocumentatie van dit apparaat en alle systeemcomponenten moeten gelezen en begrepen worden.

    1. Bedieningselementen en aansluitingen
    2. Bedieningspaneel

    Bedieningspaneel Synergic

    (1)
    Toets Parameterkeuze links
    voor het kiezen van de volgende parameters en voor het wijzigen van de parameters in het setup-menu
    Bij gekozen parameter is het bijbehorende symbool verlicht.

    Plaatdikte in mm of inch
    Als de te kiezen lasstroom bijvoorbeeld onbekend is, is de aanduiding van de plaatdikte voldoende en worden de benodigde lasstroom en de andere met *) gemarkeerde parameters automatisch ingesteld.

    Lasstroom in A *)
    Voor aanvang van het lassen wordt automatisch een richtwaarde getoond op basis van de geprogrammeerde parameters. Tijdens het lassen wordt de actuele werkelijke waarde getoond.

    Draadsnelheid in m/min of ipm *)

    (2)
    SF - weergave Puntlassen / intervallassen
    brandt wanneer bij de setup-parameter Puntlastijd/interval-lastijd (SPt) een waarde is ingesteld (de bedrijfsmodus Puntlassen of Intervallassen is geactiveerd)
    (3)
    Linker digitaal scherm
    (4)
    Weergave HOLD
    Na het lassen worden telkens de actuele werkelijke waarden van lasstroom en lasspanning opgeslagen; de weergave HOLD licht op.
    (5)
    Weergave Overgangslichtboog
    Tussen de kortlicht- en sproeilichtboog ontstaat een bespatte overgangslichtboog. Om op dit kritische gebied te wijzen gaat de aanduiding Overgangslichtboog branden.
    (6)
    Rechter digitaal scherm
    (7)
    Toets Parameterkeuze rechts
    voor het kiezen van de volgende parameters en voor het wijzigen van de parameters in het setup-menu
    Bij gekozen parameter is het bijbehorende symbool verlicht.

    Lengtecorrectie lichtboog
    voor de correctie van de lichtbooglengte

    Lasspanning in V *)
    Voor aanvang van het lassen wordt automatisch een richtwaarde getoond op basis van de geprogrammeerde parameters. Tijdens het lassen wordt de actuele werkelijke waarde getoond.

    Dynamiek
    voor het beïnvloeden van de kortsluitdynamiek op het moment van de druppelovergang
    - ... hardere en stabielere lichtboog
    0 ... neutrale lichtboog
    + ... zwakke en spatarme lichtboog

    Real Energy Input
    voor het weergeven van de energie, die tijdens het lassen werd ingebracht. **)

    (8)
    Instelwiel links
    voor het wijzigen van de parameters Plaatdikte, Lasstroom en Draadsnelheid en voor het wijzigen van de parameters in het setup-menu
    (9)
    Instelwiel rechts
    voor het wijzigen van de parameters Lengtecorrectie lichtboog, Lasspanning en Dynamiek en voor het wijzigen van de parameters in het setup-menu
    (10)
    Geheugentoetsen (Easy Job)
    voor het opslaan van maximaal 5 werkpunten
    (11)
    Toets Procedure
    voor het selecteren van de procedure

     

     MANUAL - MIG/MAG-standaard-handmatig lassen

     

     SYNERGIC - MIG/MAG-standaard-synergisch-lassen

     

     Elektrodelassen

     

     TIG-lassen

    (12)
    Toets Bedrijfsmodus
    voor het selecteren van de bedrijfsmodus

     

     2 T - 2-taktbedrijf

     

     4 T - 4-taktbedrijf

     

    Speciaal 4-taktbedrijf

     

    Puntlassen / intervallassen

    (13)
    Toets Beschermgas
    Voor het kiezen van het gebruikte beschermgas. De parameter SP is voorzien voor extra beschermgassen.
    De LED naast het geselecteerde beschermgas brandt.
    (14)
    Toets Draaddiameter
    Voor het kiezen van de gebruikte draaddiameter. De parameter SP is voorzien voor extra draaddiameters.
    De LED naast de geselecteerde draaddiameter brandt.
    (15)
    Toets Materiaalsoort
    Voor het kiezen van het gebruikte toevoegmateriaal. De parameter SP is voorzien voor toevoegmaterialen.
    De LED naast het geselecteerde toevoegmateriaal brandt.
    (16)
    Toets Draadinvoer
    Toets indrukken en vasthouden:
    Gasloze draadinvoer in het slangenpakket van de lasbrander
    De draadaandrijving functioneert met draadinvoersnelheid tijdens het ingedrukt houden van de toets.
    (17)
    Toets Gascontrole
    Instellen van de benodigde hoeveelheid gas voor de drukverminderaar.
    Toets eenmaal aantippen: beschermgas stroomt uit
    Toets opnieuw aantippen: beschermgasstroom stopt
    Wordt de toets Gascontrole niet opnieuw aangetipt, dan stopt de beschermgasstroom na 30 sec.
    *)
    Is een van deze parameters gekozen, dan zijn bij de lasprocedure MIG/MAG-standaard-synergisch-lassen op basis van de functie synergisch lassen automatisch ook alle andere parameters en de parameter Lasspanning ingesteld.
    **)
    De weergave Real Energy Input moet in het setup-menu niveau 2 worden geactiveerd - parameter EnE. Tijdens het lassen wordt de waarde voortdurend verhoogd overeenkomstig de constant toenemende energietoevoer. Tot de volgende lasstart of het opnieuw inschakelen van de stroombron blijft de definitieve waarde aan het einde van het lassen opgeslagen - de weergave HOLD brandt.
    1. Bedieningselementen en aansluitingen
    2. Bedieningspaneel

    Serviceparameters

    Door het gelijktijdig indrukken van de toetsen Parameterkeuze kunnen er diverse serviceparameters worden opgeroepen.

    Weergave openen

    1

    De eerste parameter, "Firmwareversie", wordt weergegeven, bijv. "1.00 | 4.21"

    Parameter selecteren

    2

    Met de toetsen Bedrijfsmodus en Procedure of het stelwiel links de gewenste Setup-parameter kiezen

    Beschikbare parameters

    Toelichting

    Voorbeeld:
    1.00 | 4.21

    Firmwareversie

    Voorbeeld:
    2 | 491

    Configuratie lasprogramma

    Voorbeeld:
    r 2 | 290

    Nummer van het momenteel geselecteerde lasprogramma

    Voorbeeld:
    654 | 32.1
    = 65 432,1 h
    = 65 432 h 6 min

    Weergave van werkelijke brandtijd van lichtboog sinds het eerste gebruik
    Let op: De weergave van de brandduur van de lichtboog is niet geschikt voor de berekening voor huurkosten, garantiehonoreringen en dergelijke.

    Voorbeeld:
    iFd | 0.0

    Motorstroom voor draadaandrijving in A
    De waarde verandert zodra de motor draait.

    2nd

    Tweede menuniveau voor servicetechnici

    1. Bedieningselementen en aansluitingen
    2. Bedieningspaneel

    Toetsenblokkering

    Om onbedoelde instellingswijzigingen op het bedieningspaneel te voorkomen, kunt u de toetsenblokkering inschakelen. Zolang de toetsenblokkering actief is

    • kunnen er geen instellingen worden gemaakt via het bedieningspaneel
    • kunnen er uitsluitend parameterinstellingen worden opgevraagd
    • kan elke toegewezen geheugentoets worden opgevraagd, mits er op het moment van blokkering een toegewezen geheugentoets was geselecteerd

    Toetsenblokkering activeren / deactiveren:

    1

    Toetsenblokkering actief:
    Op het scherm wordt de melding "CLO | SEd" weergegeven.

    Toetsenblokkering niet actief:
    Op het scherm wordt de melding "OP | En" weergegeven.

    De toetsenblokkering kan ook via de optie Sleutelschakelaar worden geactiveerd en gedeactiveerd.

    1. Bedieningselementen en aansluitingen

    Aansluitingen, schakelaars en mechanische componenten

    TSt 2700c MP

    * Zijdeel verborgen
    (1)
    Aansluiting LocalNet
    Gestandaardiseerde aansluiting voor afstandsbediening
    (2)
    Aansluiting lasbrander
    voor opname van de lasbrander
    (3)
    Aansluiting TMC (TIG Multi Connector)
    voor het aansluiten van de TIG-lasbrander
    (4)
    (+) Stroombus met bajonetsluiting
    dient voor het
    • aansluiten van de poolomkeerder of de massakabel tijdens het MIG/MAG-lassen (afhankelijk van de draadelektrode)
    • aansluiten van de elektrode- of aardkabel bij het elektrodelassen (afhankelijk van elektrodetype)
    • aansluiten van de aardleiding bij het TIG-lassen
    (5)
    (-) Stroombus met bajonetsluiting
    dient voor het
    • aansluiten van de massakabel of de poolomkeerder tijdens het MIG/MAG-lassen (afhankelijk van de draadelektrode)
    • aansluiten van de elektrode- of aardkabel bij het elektrodelassen (afhankelijk van elektrodetype)
    • aansluiten van de TIG-lasbrander
    (6)
    Poolomkeerder
    voor het selecteren van de laspotentiaal die op de MIG/MAG-lasbrander wordt toegepast
    (7)
    Aansluiting beschermgas MIG/MAG
    voor de beschermgastoevoer van de lasbranderaansluiting (2)
    (8)
    Aansluiting Beschermgas TIG
    voor de beschermgastoevoer van de (-) stroombus (5)
    (9)
    Netkabel met trekontlasting
    niet bij alle apparaatvarianten voorgemonteerd
    (10)
    Netschakelaar
    voor het in- en uitschakelen van de stroombron
    (11)
    LED-binnenverlichting draadspoel
    Uitschakeltijd met setup-parameter LED instelbaar
    (12)
    Draadspoelopname met rem
    voor opname genormeerde draadspoel met een diameter van max. 300 mm (11,81 inch) en een gewicht van max. 19 kg (41,89 lbs.)
    (13)
    4-rollenaandrijving
    1. Bedieningselementen en aansluitingen
    2. Aansluitingen, schakelaars en mechanische componenten

    TSt 2700c MP

    * Zijdeel verborgen
    (1)
    Aansluiting LocalNet
    Gestandaardiseerde aansluiting voor afstandsbediening
    (2)
    Aansluiting lasbrander
    voor opname van de lasbrander
    (3)
    Aansluiting TMC (TIG Multi Connector)
    voor het aansluiten van de TIG-lasbrander
    (4)
    (+) Stroombus met bajonetsluiting
    dient voor het
    • aansluiten van de poolomkeerder of de massakabel tijdens het MIG/MAG-lassen (afhankelijk van de draadelektrode)
    • aansluiten van de elektrode- of aardkabel bij het elektrodelassen (afhankelijk van elektrodetype)
    • aansluiten van de aardleiding bij het TIG-lassen
    (5)
    (-) Stroombus met bajonetsluiting
    dient voor het
    • aansluiten van de massakabel of de poolomkeerder tijdens het MIG/MAG-lassen (afhankelijk van de draadelektrode)
    • aansluiten van de elektrode- of aardkabel bij het elektrodelassen (afhankelijk van elektrodetype)
    • aansluiten van de TIG-lasbrander
    (6)
    Poolomkeerder
    voor het selecteren van de laspotentiaal die op de MIG/MAG-lasbrander wordt toegepast
    (7)
    Aansluiting beschermgas MIG/MAG
    voor de beschermgastoevoer van de lasbranderaansluiting (2)
    (8)
    Aansluiting Beschermgas TIG
    voor de beschermgastoevoer van de (-) stroombus (5)
    (9)
    Netkabel met trekontlasting
    niet bij alle apparaatvarianten voorgemonteerd
    (10)
    Netschakelaar
    voor het in- en uitschakelen van de stroombron
    (11)
    LED-binnenverlichting draadspoel
    Uitschakeltijd met setup-parameter LED instelbaar
    (12)
    Draadspoelopname met rem
    voor opname genormeerde draadspoel met een diameter van max. 300 mm (11,81 inch) en een gewicht van max. 19 kg (41,89 lbs.)
    (13)
    4-rollenaandrijving
    1. Bedieningselementen en aansluitingen
    2. Aansluitingen, schakelaars en mechanische componenten

    TSt 3500c MP

    * Zijdeel verborgen
    (1)
    (-) Stroombus met bajonetsluiting
    dient voor het
    • aansluiten van de massakabel of de poolomkeerder tijdens het MIG/MAG-lassen (afhankelijk van de draadelektrode)
    • aansluiten van de elektrode- of aardkabel bij het elektrodelassen (afhankelijk van elektrodetype)
    • aansluiten van de TIG-lasbrander
    (2)
    Aansluiting lasbrander
    voor opname van de lasbrander
    (3)
    Aansluiting TMC (TIG Multi Connector)
    voor het aansluiten van de TIG-lasbrander
    (4)
    Netschakelaar
    voor het in- en uitschakelen van de stroombron
    (5)
    Aansluiting LocalNet
    Gestandaardiseerde aansluiting voor afstandsbediening
    (6)
    (+) Stroombus met bajonetsluiting
    dient voor het
    • aansluiten van de poolomkeerder of de massakabel tijdens het MIG/MAG-lassen (afhankelijk van de draadelektrode)
    • aansluiten van de elektrode- of aardkabel bij het elektrodelassen (afhankelijk van elektrodetype)
    • aansluiten van de aardleiding bij het TIG-lassen
    (7)
    Poolomkeerder
    voor het selecteren van de laspotentiaal die op de MIG/MAG-lasbrander wordt toegepast
    (8)
    Aansluiting beschermgas MIG/MAG
    voor de beschermgastoevoer van de lasbranderaansluiting (2)
    (9)
    Aansluiting Beschermgas TIG
    voor de beschermgastoevoer van de (-) stroombus (1)
    (10)
    Sticker EASY DOCUMENTATION
    (11)
    Netkabel met trekontlasting
    niet bij alle apparaatvarianten voorgemonteerd
    (12)
    Draadspoelopname met rem
    voor opname genormeerde draadspoel met een diameter van max. 300 mm (11,81 inch) en een gewicht van max. 19 kg (41,89 lbs.)
    (13)
    4-rollenaandrijving

    Installatie

    Minimale uitrusting voor het lassen

    Algemeen

    Afhankelijk van de lasprocedure is een bepaalde minimum uitrusting nodig om met de stroombron te werken.
    Hierna worden de lasprocedures en de benodigde minimum uitrusting voor de lasprocedure beschreven.

    1. Installatie

    Minimale uitrusting voor het lassen

    Algemeen

    Afhankelijk van de lasprocedure is een bepaalde minimum uitrusting nodig om met de stroombron te werken.
    Hierna worden de lasprocedures en de benodigde minimum uitrusting voor de lasprocedure beschreven.

    1. Installatie
    2. Minimale uitrusting voor het lassen

    Algemeen

    Afhankelijk van de lasprocedure is een bepaalde minimum uitrusting nodig om met de stroombron te werken.
    Hierna worden de lasprocedures en de benodigde minimum uitrusting voor de lasprocedure beschreven.

    1. Installatie
    2. Minimale uitrusting voor het lassen

    MIG/MAG-lassen gasgekoeld

    • Stroombron
    • Aardkabel
    • MIG/MAG-lasbrander, gasgekoeld
    • Gasaansluiting (beschermgasvoeding)
    • Draadelektrode
    1. Installatie
    2. Minimale uitrusting voor het lassen

    MIG/MAG-lassen watergekoeld

    • Stroombron
    • Koelapparaat met koelmiddelen
    • Aardkabel
    • MIG/MAG-lasbrander, watergekoeld
    • Gasaansluiting (beschermgasvoeding)
    • Draadelektrode
    1. Installatie
    2. Minimale uitrusting voor het lassen

    Elektrodelassen

    • Stroombron
    • Aardkabel
    • Elektrodehouder
    • Staafelektrode
    1. Installatie
    2. Minimale uitrusting voor het lassen

    TIG-DC-lassen

    • Stroombron
    • Aardkabel
    • TIG-lasbrander met of zonder wipschakelaar
    • Gasaansluiting (beschermgasvoeding)
    • Toevoegmateriaal (afhankelijk van de toepassing)
    1. Installatie

    Voor installatie en ingebruikneming

    Veiligheid

    GEVAAR!

    Gevaar door verkeerde bediening en verkeerd uitgevoerde werkzaamheden.

    Dit kan ernstig letsel en schade aan eigendommen veroorzaken.

    Alle werkzaamheden en functies die in dit document worden beschreven, mogen uitsluitend door technisch geschoold personeel worden uitgevoerd.

    U dient dit document volledig te lezen en te begrijpen.

    Alle veiligheidsvoorschriften en gebruikersdocumentatie van dit apparaat en alle systeemcomponenten moeten gelezen en begrepen worden.

    GEVAAR!

    Gevaar door elektrische stroom.

    Dit kan ernstig letsel en schade aan eigendommen veroorzaken.

    Schakel voor aanvang van de werkzaamheden alle betrokken apparaten en componenten uit en ontkoppel ze van het elektriciteitsnet.

    Beveilig alle betrokken apparaten en componenten tegen opnieuw inschakelen.

    Controleer na het openen van het apparaat met behulp van een geschikte meter of de elektrisch geladen onderdelen (bijv. condensatoren) ontladen zijn.

    1. Installatie
    2. Voor installatie en ingebruikneming

    Veiligheid

    GEVAAR!

    Gevaar door verkeerde bediening en verkeerd uitgevoerde werkzaamheden.

    Dit kan ernstig letsel en schade aan eigendommen veroorzaken.

    Alle werkzaamheden en functies die in dit document worden beschreven, mogen uitsluitend door technisch geschoold personeel worden uitgevoerd.

    U dient dit document volledig te lezen en te begrijpen.

    Alle veiligheidsvoorschriften en gebruikersdocumentatie van dit apparaat en alle systeemcomponenten moeten gelezen en begrepen worden.

    GEVAAR!

    Gevaar door elektrische stroom.

    Dit kan ernstig letsel en schade aan eigendommen veroorzaken.

    Schakel voor aanvang van de werkzaamheden alle betrokken apparaten en componenten uit en ontkoppel ze van het elektriciteitsnet.

    Beveilig alle betrokken apparaten en componenten tegen opnieuw inschakelen.

    Controleer na het openen van het apparaat met behulp van een geschikte meter of de elektrisch geladen onderdelen (bijv. condensatoren) ontladen zijn.

    1. Installatie
    2. Voor installatie en ingebruikneming

    Gebruik overeenkomstig de bedoeling

    De stroombron is uitsluitend bedoeld voor MIG/MAG-, elektrode- en WIG-lassen. Ieder ander of afwijkend gebruik geldt als niet overeenkomstig de bedoeling. De fabrikant is niet aansprakelijk voor de hieruit voortvloeiende schade.

    Tot gebruik overeenkomstig de bedoeling behoort ook
    • het naleven van alle aanwijzingen in de bedieningshandleiding
    • het tijdig uitvoeren van inspectie- en onderhoudswerkzaamheden
    1. Installatie
    2. Voor installatie en ingebruikneming

    Vereisten aan de installatielocatie

    Het apparaat is getest conform beschermingsklasse IP 23. Dit betekent:
    • bescherming tegen het binnendringen van vaste vreemde lichamen groter dan Ø 12 mm (0,49 inch)
    • bescherming tegen sproeiwater tot een hoek van 60° ten opzichte van de verticale positie

    Conform beschermingsklasse IP 23 kan het apparaat in de buitenlucht worden opgesteld en gebruikt.
    Direct binnendringend vocht (bijv. door regen) moet echter worden vermeden.

    GEVAAR!

    Gevaar door naar beneden vallende of omvallende apparaten.

    Dit kan ernstig letsel en schade aan eigendommen veroorzaken.

    Stel het apparaat op op een vlakke, vaste ondergrond. Zorg dat het apparaat stabiel staat.

    Na de montage controleren of alle schroefverbindingen goed vastzitten.

    GEVAAR!

    Risico op elektrische stroom door elektrisch geleidend stof in het apparaat.

    Dit kan ernstig letsel of schade aan eigendommen veroorzaken.

    Het apparaat alleen met een gemonteerd luchtfilter gebruiken. Het luchtfilter is een belangrijke veiligheidsvoorziening om beschermingsklasse IP 23 te bereiken.

    Het ventilatiekanaal is een belangrijke veiligheidsvoorziening. Bij het kiezen van de opstelplaats moet erop worden gelet dat de koellucht ongehinderd door de ventilatiespleten aan de voor- en achterkant in en uit kan stromen. Erop letten dat elektrisch geleidend stof (dat bijvoorbeeld bij het slijpen ontstaat) niet het apparaat wordt ingezogen.

    1. Installatie
    2. Voor installatie en ingebruikneming

    Netaansluiting

    De apparaten zijn voor de op het kenplaatje aangegeven netspanning geschikt. Is de netkabel of de netstekker bij uw apparaat niet aangebracht, dan moeten deze volgens de nationale normen gemonteerd worden. De beveiliging van de netvoedingskabel vindt u in de technische gegevens.

    VOORZICHTIG!

    Gevaar door elektrische installatie met onvoldoende elektrische capaciteit.

    Dit kan schade aan eigendommen veroorzaken.

    De netvoedingskabel en de beveiliging daarvan moeten overeenkomstig de aanwezige stroomvoorziening worden aangelegd.
    De technische gegevens op het kenplaatje zijn van toepassing.

    1. Installatie

    Generatormodus

    Generatormodus

    De stroombronnen zijn geschikt voor gebruik met een generator.

    Voor het bepalen van het benodigde generatorvermogen is het maximale schijnbare vermogen S1max van de stroombron vereist.
    Het maximale schijnbare vermogen S1max van de stroombron wordt als volgt berekend:

    3-fasige apparaten: S1max = I1max x U1 x √3

    1-fasige apparaten: S1max = I1max x U1

    I1max en U1 volgens het kenplaatje van het apparaat of de technische gegevens

    Het benodigde schijnbare vermogen van de generator SGEN wordt berekend aan de hand van de volgende formule:

    SGEN = S1max x 1,35

    Als er niet met maximaal vermogen wordt gelast, kan er een kleinere generator worden gebruikt.

    BELANGRIJK! Het schijnbare vermogen van de generator SGEN mag niet kleiner zijn dan het maximale schijnbare vermogen S1max van de stroombron!

    Bij het gebruiken van een 1-fasig apparaat in combinatie met een 3-fasige generator moet erop worden gelet dat het aangegeven schijnbare vermogen van de generator kan vaak uitsluitend beschikbaar zijn als geheel van de drie fasen. Raadpleeg zo nodig voor meer informatie de fabrikant van de generator.

    OPMERKING!

    De aangegeven generatorspanning mag in geen geval hoger of lager zijn dan het toegestane gebied van de netspanningstolerantie.

    De gegevens ten aanzien van de netspanningstolerantie vindt u in het gedeelte "Technische gegevens".

    1. Installatie
    2. Generatormodus

    Generatormodus

    De stroombronnen zijn geschikt voor gebruik met een generator.

    Voor het bepalen van het benodigde generatorvermogen is het maximale schijnbare vermogen S1max van de stroombron vereist.
    Het maximale schijnbare vermogen S1max van de stroombron wordt als volgt berekend:

    3-fasige apparaten: S1max = I1max x U1 x √3

    1-fasige apparaten: S1max = I1max x U1

    I1max en U1 volgens het kenplaatje van het apparaat of de technische gegevens

    Het benodigde schijnbare vermogen van de generator SGEN wordt berekend aan de hand van de volgende formule:

    SGEN = S1max x 1,35

    Als er niet met maximaal vermogen wordt gelast, kan er een kleinere generator worden gebruikt.

    BELANGRIJK! Het schijnbare vermogen van de generator SGEN mag niet kleiner zijn dan het maximale schijnbare vermogen S1max van de stroombron!

    Bij het gebruiken van een 1-fasig apparaat in combinatie met een 3-fasige generator moet erop worden gelet dat het aangegeven schijnbare vermogen van de generator kan vaak uitsluitend beschikbaar zijn als geheel van de drie fasen. Raadpleeg zo nodig voor meer informatie de fabrikant van de generator.

    OPMERKING!

    De aangegeven generatorspanning mag in geen geval hoger of lager zijn dan het toegestane gebied van de netspanningstolerantie.

    De gegevens ten aanzien van de netspanningstolerantie vindt u in het gedeelte "Technische gegevens".

    1. Installatie

    TSt 2700c MV MP - eenfasig bedrijf

    Eenfasig bedrijf

    Bij de multivoltagevariant (MV) van de stroombron is naast een driefasig bedrijf een lasbedrijf mogelijk met beperkt(e) vermogen of duur met slechts een eenfasige voeding. Daarbij is het maximaal mogelijke lasvermogen door de dimensionering van de netbeveiliging beperkt, waaraan de veiligheidsuitschakeling van de stroombron zich aanpast.

    Beschikt de netvoedingskabel over een zekering van 20 of 30 A, dan kan de parameter FUS op 20 of 30 A worden ingesteld. Daardoor kan met een hoger maximaal vermogen of langer worden gelast. De parameter FUS bevindt zich in het setup-menu niveau 2 en kan op zowel eenfasige voeding als op de US-setting (parameter SEt naar US) worden ingesteld.

    Om de stroombron eenfasig te kunnen gebruiken, moet aan de volgende voorwaarde zijn voldaan:

    • Correcte eenfasige voeding van de stroombron volgens het hoofdstuk 'Installatie', paragraaf 'Netkabel aansluiten' vanaf pagina (→).

    De volgende tabel laat zien welke netspanningen en zekeringswaarden in eenfasig bedrijf leiden tot begrenzing van de lasstroom:

    Netspanning
    zekeringswaarde

    Proces

    ED [%]

    Begrenzing van de lasstroom [A]

    230 V
    10 A

    MIG/MAG

    40
    100 *

    160
    100

    Staafelektrode

    40
    100 *

    140
    100

    TIG

    35
    100 *

    180
    120

    230 V
    13 A

    MIG/MAG

    40
    100 *

    170
    120

    Staafelektrode

    40
    100 *

    140
    120

    TIG

    35
    100 *

    210
    150

    230 V
    16 A

    MIG/MAG

    40
    100 *

    180
    145

    Staafelektrode

    40
    100 *

    150
    130

    TIG

    35
    100 *

    220
    170

    240 V
    15 A

    MIG/MAG

    40
    100 *

    180
    145

    Staafelektrode

    40
    100 *

    40
    125

    TIG

    35
    100 *

    220
    170

    240 V
    20 A

    MIG/MAG

    40
    100 *

    200
    160

    Staafelektrode

    40
    100 *

    180
    140

    TIG

    35
    100 *

    260
    180

    240 V
    30 A

    MIG/MAG

    40
    100 *

    220
    170

    Staafelektrode

    40
    100 *

    180
    140

    TIG

    35
    100 *

    260
    180

    ED
    = inschakelduur
    *
    De 100%-gegevens hebben betrekking op tijdelijk onbeperkt lassen, zonder afkoelpauzes.

    De lasstroomspecificaties zijn van toepassing bij een omgevingstemperatuur van 40 °C (104 °F).

    Bij een netspanning van 240 V en een zekeringswaarde van 30 A is de maximale waarde van 220 A voor het MIG/MAG-lassen bijvoorbeeld bij een inschakelduur van 40% mogelijk.

    In eenfasig bedrijf voorkomt een veiligheidsuitschakeling dat de beveiliging bij hogere lasprestaties wordt geactiveerd. De veiligheidsuitschakeling is bij zekeringswaarden van 15 A, 16 A en 20 A actief en bepaalt de mogelijke lasduur zonder dat de zekering wordt geactiveerd. De servicecode 'toF' wordt weergegeven wanneer bij overschrijding van de vooraf berekende lastijd de lasstroom wordt uitgeschakeld. Naast 'toF' wordt vanaf dat moment een countdown weergegeven van de resterende wachttijd tot lassen via de stroombron weer mogelijk is. Daarna verdwijnt het bericht en kan de stroombron weer gebruikt worden.

    Bij een zekeringswaarde van 30 A zorgt de temperatuurbewaking van de stroombron voor een tijdige uitschakeling van de lasstroom. Daarbij wordt de servicecode 'to1' tot 'to7' weergegeven. Uitgebreide informatie over de servicecodes 'to1' t/m 'to7' leest u in het hoofdstuk 'Foutdiagnose, foutoplossing', paragraaf 'Weergegeven servicecodes'. Is er geen sprake van een mankement of bevuilde koelcomponenten, dan is ook hier na een adequate laspauze lassen weer mogelijk.

    1. Installatie
    2. TSt 2700c MV MP - eenfasig bedrijf

    Eenfasig bedrijf

    Bij de multivoltagevariant (MV) van de stroombron is naast een driefasig bedrijf een lasbedrijf mogelijk met beperkt(e) vermogen of duur met slechts een eenfasige voeding. Daarbij is het maximaal mogelijke lasvermogen door de dimensionering van de netbeveiliging beperkt, waaraan de veiligheidsuitschakeling van de stroombron zich aanpast.

    Beschikt de netvoedingskabel over een zekering van 20 of 30 A, dan kan de parameter FUS op 20 of 30 A worden ingesteld. Daardoor kan met een hoger maximaal vermogen of langer worden gelast. De parameter FUS bevindt zich in het setup-menu niveau 2 en kan op zowel eenfasige voeding als op de US-setting (parameter SEt naar US) worden ingesteld.

    Om de stroombron eenfasig te kunnen gebruiken, moet aan de volgende voorwaarde zijn voldaan:

    • Correcte eenfasige voeding van de stroombron volgens het hoofdstuk 'Installatie', paragraaf 'Netkabel aansluiten' vanaf pagina (→).

    De volgende tabel laat zien welke netspanningen en zekeringswaarden in eenfasig bedrijf leiden tot begrenzing van de lasstroom:

    Netspanning
    zekeringswaarde

    Proces

    ED [%]

    Begrenzing van de lasstroom [A]

    230 V
    10 A

    MIG/MAG

    40
    100 *

    160
    100

    Staafelektrode

    40
    100 *

    140
    100

    TIG

    35
    100 *

    180
    120

    230 V
    13 A

    MIG/MAG

    40
    100 *

    170
    120

    Staafelektrode

    40
    100 *

    140
    120

    TIG

    35
    100 *

    210
    150

    230 V
    16 A

    MIG/MAG

    40
    100 *

    180
    145

    Staafelektrode

    40
    100 *

    150
    130

    TIG

    35
    100 *

    220
    170

    240 V
    15 A

    MIG/MAG

    40
    100 *

    180
    145

    Staafelektrode

    40
    100 *

    40
    125

    TIG

    35
    100 *

    220
    170

    240 V
    20 A

    MIG/MAG

    40
    100 *

    200
    160

    Staafelektrode

    40
    100 *

    180
    140

    TIG

    35
    100 *

    260
    180

    240 V
    30 A

    MIG/MAG

    40
    100 *

    220
    170

    Staafelektrode

    40
    100 *

    180
    140

    TIG

    35
    100 *

    260
    180

    ED
    = inschakelduur
    *
    De 100%-gegevens hebben betrekking op tijdelijk onbeperkt lassen, zonder afkoelpauzes.

    De lasstroomspecificaties zijn van toepassing bij een omgevingstemperatuur van 40 °C (104 °F).

    Bij een netspanning van 240 V en een zekeringswaarde van 30 A is de maximale waarde van 220 A voor het MIG/MAG-lassen bijvoorbeeld bij een inschakelduur van 40% mogelijk.

    In eenfasig bedrijf voorkomt een veiligheidsuitschakeling dat de beveiliging bij hogere lasprestaties wordt geactiveerd. De veiligheidsuitschakeling is bij zekeringswaarden van 15 A, 16 A en 20 A actief en bepaalt de mogelijke lasduur zonder dat de zekering wordt geactiveerd. De servicecode 'toF' wordt weergegeven wanneer bij overschrijding van de vooraf berekende lastijd de lasstroom wordt uitgeschakeld. Naast 'toF' wordt vanaf dat moment een countdown weergegeven van de resterende wachttijd tot lassen via de stroombron weer mogelijk is. Daarna verdwijnt het bericht en kan de stroombron weer gebruikt worden.

    Bij een zekeringswaarde van 30 A zorgt de temperatuurbewaking van de stroombron voor een tijdige uitschakeling van de lasstroom. Daarbij wordt de servicecode 'to1' tot 'to7' weergegeven. Uitgebreide informatie over de servicecodes 'to1' t/m 'to7' leest u in het hoofdstuk 'Foutdiagnose, foutoplossing', paragraaf 'Weergegeven servicecodes'. Is er geen sprake van een mankement of bevuilde koelcomponenten, dan is ook hier na een adequate laspauze lassen weer mogelijk.

    1. Installatie
    2. TSt 2700c MV MP - eenfasig bedrijf

    Uitleg van het begrip inschakelduur in het eenfasige bedrijf

    Voor het eenfasige bedrijf volgt in het hoofdstuk "Technische gegevens” een opgave van inschakelduurwaarden afhankelijk van de beschikbare zekeringswaarden en de lasstroom. Hoewel de procentuele gegevens van deze inschakelduurwaarden eveneens betrekking hebben op de cyclus van 10 minuten, zoals in het hoofdstuk "Technische gegevens” voor de algemene inschakelduur wordt uitgelegd, duurt de afkoelfase van de zekering slechts 60 s. Daarna kan met de stroombron weer worden gelast.

    In verband met regelgeving wordt de inschakelduur in het eenfasebedrijf alleen tot de uitschakeling in de eerste lascyclus weergegeven. Indien ook m.b.t. de afkoelfases het verband met de cyclus van 10 minuten bestaat die voor het aangeven van de inschakelduur gewoonlijk geldig is, ontstaan in de praktijk langere lasfases dan aangegeven. Er worden namelijk afkoelfases van slechts 60 s weergegeven, waarna de stroombron weer kan lassen.

    Het volgende voorbeeld toont de gestandaardiseerde las- en pauzecycli bij een lasstroom van 180 A en een inschakelduur van 15%.



    1. Installatie
    2. TSt 2700c MV MP - eenfasig bedrijf

    Lastijd in eenfaseproces

    Het volgende diagram toont de mogelijke lastijd per norm, afhankelijk van de beschikbare zekeringswaarden en lasstroom.



    (1) Netbeveiliging 10 A (2) Netbeveiliging 13 A (3) Netbeveiliging 15 A
    (4) Netbeveiliging 16 A (5) Netbeveiliging 20 A

    1. Installatie

    Netkabel aansluiten

    Veiligheid

    GEVAAR!

    Gevaar door verkeerd uitgevoerde werkzaamheden.

    Dit kan ernstig letsel of schade aan eigendommen veroorzaken.

    De hieronder beschreven werkzaamheden mogen uitsluitend door geschoold personeel worden uitgevoerd.

    De nationale normen en richtlijnen moeten worden opgevolgd.

    VOORZICHTIG!

    Gevaar door ondeskundig voorbereide netkabel.

    Dit kan kortsluitingen of schade aan eigendommen veroorzaken.

    Alle fasegeleiders en de randaarde van de uitgedreven netkabel moeten worden voorzien van ader-eindhulzen.

    1. Installatie
    2. Netkabel aansluiten

    Veiligheid

    GEVAAR!

    Gevaar door verkeerd uitgevoerde werkzaamheden.

    Dit kan ernstig letsel of schade aan eigendommen veroorzaken.

    De hieronder beschreven werkzaamheden mogen uitsluitend door geschoold personeel worden uitgevoerd.

    De nationale normen en richtlijnen moeten worden opgevolgd.

    VOORZICHTIG!

    Gevaar door ondeskundig voorbereide netkabel.

    Dit kan kortsluitingen of schade aan eigendommen veroorzaken.

    Alle fasegeleiders en de randaarde van de uitgedreven netkabel moeten worden voorzien van ader-eindhulzen.

    1. Installatie
    2. Netkabel aansluiten

    Algemeen

    Een trekontlasting voor de volgende kabeldoorsneden is op de stroombron gemonteerd:

    Stroombron

    Kabeldoorsnede
    Canada / VS


    Europa

    TSt 2700c MP

    AWG 14 tot AWG 6 *)

    4G2.5

    TSt 3500c MP

    AWG 12 *)

    4G2.5

    *)
    Kabeltype Canada / VS: Extra-hard usage

    Trekontlastingen voor kabels met andere doorsneden kunnen op dezelfde wijze worden bevestigd.

    1. Installatie
    2. Netkabel aansluiten

    Voorgeschreven netkabel en trekontlastingen

    Stroombron

    Netspanning

    Kabeldoorsnede
    Canada / VS


    Europa

    TSt 2700c MP

    1 x 230 / 240 V

    AWG 14 (15 A) *)

    3G2.5 (16 A)

    TSt 2700c MP

    1 x 240 V

    AWG 12 (20 A) *)

    -

    TSt 2700c MP

    1 x 240 V

    AWG 12 (30 A) *)

    -

    TSt 2700c MP

    3 x 200 V

    AWG 12

    4G2.5

    TSt 2700c MP

    3 x 230 / 240 V

    AWG 14

    4G2.5

    TSt 2700c MP

    3 x 380 / 400 V

    AWG 14 *)

    4G2.5

     

    3 x 460 V

    AWG 14 *)

    4G2.5

    TSt 3500c MP

    3 x 380 / 400 V

    AWG 12 *)

    4G2.5

     

    3 x 460 V

    AWG 12 *)

    4G2.5

    *)
    Kabeltype Canada / VS: Extra-hard usage

    De onderdeelnummers van de verschillende kabels vindt u in de lijst van reserveonderdelen.

    American wire gauge (= Amerikaanse draaddikte)

    1. Installatie
    2. Netkabel aansluiten

    Netkabel aansluiten, TSt 2700c MV MP, eenfasig bedrijf

    Als er geen netkabel is aangesloten, moet voor de ingebruikname een voor de aansluitspanning geschikte netkabel worden gemonteerd.

    De randaarde (PE) moet ca. 10 - 15 mm (0,4 - 0,6 inch) langer zijn dan de fasegeleider (L1) en de neutrale draad (N).

    1
    2
    3

    OPMERKING!

    De geometrie van de aanwezige netschakelaar kan van de afbeelding afwijken.

    De netkabel wordt op dezelfde manier aangesloten.

    4
    5

    Netkabel aansluiten:

    • Fasegeleider L1 volgens opdruk op schakelaar op L1 aansluiten
    • Neutrale draad N volgens opdruk op schakelaar op L2 aansluiten
    • Randaarde PE op blokklem in apparaat aansluiten

    BELANGRIJK! De fasegeleiders, neutrale draden en randaarde in de buurt van de trekontlasting samenbinden met behulp van kabelbinders.

    6
    1. Installatie
    2. Netkabel aansluiten

    Netkabel aansluiten, TSt 2700c MP MV

    Als er geen netkabel is aangesloten, moet voor de ingebruikname een voor de aansluitspanning geschikte netkabel worden gemonteerd.

    De randaarde moet ca. 10 - 15 mm (0,4 - 0,6 inch) langer zijn dan de fasegeleiders.

    1
    2
    3

    OPMERKING!

    De geometrie van de aanwezige netschakelaar kan van de afbeelding afwijken.

    De netkabel wordt op dezelfde manier aangesloten.

    4
    5

    Netkabel aansluiten:

    • Fasegeleider L1 volgens opdruk op schakelaar op L1 aansluiten
    • Fasegeleider L2 volgens opdruk op schakelaar op L2 aansluiten
    • Fasegeleider L3 volgens opdruk op schakelaar op L3 aansluiten
    • Randaarde PE op blokklem in apparaat aansluiten

    BELANGRIJK! De fasegeleiders in de buurt van de trekontlasting samenbinden met behulp van kabelbinders.

    6

     

    1. Installatie
    2. Netkabel aansluiten

    Netkabel aansluiten, TSt 3500c nc MP

    Als er geen netkabel is aangesloten, moet voor de ingebruikname een voor de aansluitspanning geschikte netkabel worden gemonteerd.

    De randaarde moet ca. 10 - 15 mm (0,4 - 0,6 inch) langer zijn dan de fasegeleiders.

    1
    2
    3
    L1, L2, L3 = fasegeleider, PE = randaarde

    BELANGRIJK! De fasegeleiders in de buurt van de blokklem samenbinden met behulp van kabelbinders.

    4
    1. Installatie

    Systeemcomponenten monteren / aansluiten

    Informatie over systeemonderdelen

    De hierna beschreven werkstappen en taken bevatten verwijzingen naar verschillende systeemonderdelen, zoals

    • wagen
    • koelapparaten (alleen bij TSt 3500c)
    • lasbrander enz.

    Nauwkeurige informatie over de montage en aansluiting van de systeemonderdelen vindt u in de betreffende bedieningshandleidingen van de systeemonderdelen.

    1. Installatie
    2. Systeemcomponenten monteren / aansluiten

    Informatie over systeemonderdelen

    De hierna beschreven werkstappen en taken bevatten verwijzingen naar verschillende systeemonderdelen, zoals

    • wagen
    • koelapparaten (alleen bij TSt 3500c)
    • lasbrander enz.

    Nauwkeurige informatie over de montage en aansluiting van de systeemonderdelen vindt u in de betreffende bedieningshandleidingen van de systeemonderdelen.

    1. Installatie
    2. Systeemcomponenten monteren / aansluiten

    Montage aan de wagen

    GEVAAR!

    Onjuist uitgevoerde werkzaamheden kunnen ernstig letsel en schade aan eigendommen veroorzaken.

    De hierna beschreven werkzaamheden mogen uitsluitend door geschoold personeel worden uitgevoerd!

    Het hoofdstuk 'Veiligheidsvoorschriften' moet in acht worden genomen!

    De volgende afbeelding geeft u een overzicht van de constructie van de afzonderlijke systeemcomponenten.
    Gedetailleerde informatie over de betreffende handelingen bevinden zich in de gebruiksaanwijzingen van de systeemcomponenten.

    TSt 2700c MP
    TSt 3500c MP
    1. Installatie
    2. Systeemcomponenten monteren / aansluiten

    Gasfles aansluiten

    GEVAAR!

    Kans op ernstig letsel en/of zware materiële schade door omvallende gasflessen.

    Bij gebruik van gasflessen

    Gasflessen altijd stabiel opstellen: op een stevige, vlakke ondergrond plaatsen

    Gasflessen tegen omvallen beveiligen

    de optionele draadtoevoeropname monteren

    De veiligheidsvoorschriften van de gasflesfabrikant opvolgen.

    TSt 2700c MP
    TSt 3500c MP
    1Gasfles met gordel fixeren
    2Gasflesventiel kort openen om omliggend vuil te verwijderen
    3Pakking van de drukverminderaar controleren

    OPMERKING!

    Amerikaanse apparaten (alleen TSt 3500c) worden met een adapter voor de gasleiding geleverd:

    Vóór het vastschroeven van de adapter de buitenliggende schroefdraad op het gasmagneetventiel met een geschikt materiaal afdichten.

    Adapter op gasdichtheid controleren.

    MIG/MAG

    Inbedrijfstelling

    Algemeen

    GEVAAR!

    Onjuiste bediening kan ernstig letsel en schade aan eigendommen veroorzaken.

    Gebruik de beschreven functies pas nadat deze gebruiksaanwijzing volledig is gelezen en begrepen.

    Gebruik de beschreven functies pas nadat alle gebruiksaanwijzingen van de systeemcomponenten (in het bijzonder de veiligheidsvoorschriften) volledig zijn gelezen en begrepen.

    De inbedrijfname van het apparaat gebeurt bij handmatige toepassingen door het indrukken van de brandertoets.

    1. MIG/MAG

    Inbedrijfstelling

    Algemeen

    GEVAAR!

    Onjuiste bediening kan ernstig letsel en schade aan eigendommen veroorzaken.

    Gebruik de beschreven functies pas nadat deze gebruiksaanwijzing volledig is gelezen en begrepen.

    Gebruik de beschreven functies pas nadat alle gebruiksaanwijzingen van de systeemcomponenten (in het bijzonder de veiligheidsvoorschriften) volledig zijn gelezen en begrepen.

    De inbedrijfname van het apparaat gebeurt bij handmatige toepassingen door het indrukken van de brandertoets.

    1. MIG/MAG
    2. Inbedrijfstelling

    Algemeen

    GEVAAR!

    Onjuiste bediening kan ernstig letsel en schade aan eigendommen veroorzaken.

    Gebruik de beschreven functies pas nadat deze gebruiksaanwijzing volledig is gelezen en begrepen.

    Gebruik de beschreven functies pas nadat alle gebruiksaanwijzingen van de systeemcomponenten (in het bijzonder de veiligheidsvoorschriften) volledig zijn gelezen en begrepen.

    De inbedrijfname van het apparaat gebeurt bij handmatige toepassingen door het indrukken van de brandertoets.

    1. MIG/MAG
    2. Inbedrijfstelling

    MIG/MAG-lasbrander aansluiten

    OPMERKING!

    Bij het aansluiten van de lasbrander controleren of

    alle aansluitingen vast zijn aangesloten

    alle kabels, leidingen en slangenpakket onbeschadigd en juist geïsoleerd zijn.

    1
    *
    De TSt 3500c MP kan optioneel met een koelapparaat worden uitgerust.
    Koelmiddelslangen zijn alleen bij een watergekoelde lasbrander aanwezig.
    1. MIG/MAG
    2. Inbedrijfstelling

    Aandrijfrollen inzetten / verwisselen

    VOORZICHTIG!

    Risico op lichamelijk letsel door opverende aandrijfrollenhouders.

    Bij het ontgrendelen van de hendel de vingers buiten het bereik links en rechts van de hendel houden.

    Om te zorgen voor een optimale ontsluiting van de draadelektrode moeten de aandrijfrollen aan de thermisch te lassen draaddiameter en de draadlegering zijn aangepast.

    Een overzicht van de beschikbare aandrijfrollen vindt u in de lijst van reserveonderdelen.

    1
    2
    3
    4
    1. MIG/MAG
    2. Inbedrijfstelling

    Draadspoel / korfspoel inzetten

    VOORZICHTIG!

    Risico op lichamelijk letsel door veerwerking van de opgerolde draadelektrode.

    Bij het inzetten van de draadspoel / korfspoel het uiteinde van de draadelektrode goed vasthouden om verwondingen door terugspringende draadelektrode te vermijden.

    VOORZICHTIG!

    Gevaar op verwonding door vallende draadspoel / korfspoel.

    Ervoor zorgen dat de draadspoel of korfspoel met de korfspoel-adapter goed aan de draadspoelingang vast zit.

    VOORZICHTIG!

    Bij verkeerd om bevestigde borgring: risico op lichamelijk letsel en materiële schade door vallende draadspoel / korfspoel.

    De borgring altijd volgens de afbeelding links bevestigen.

     

    Draadspoel inzetten
    1

    OPMERKING!

    Bij het werken met korfspoelen alleen de bij het apparaat geleverde korfspoeladapter gebruiken!

    Korfspoel inzetten
    1
    2
    1. MIG/MAG
    2. Inbedrijfstelling

    Gasfles aansluiten

    GEVAAR!

    Gevaar door omvallende gasflessen.

    Dit kan ernstig letsel of schade aan eigendommen veroorzaken.

    Gasflessen stabiel op een vlakke en vaste ondergrond plaatsen.

    Gasflessen tegen omvallen beveiligen

    De veiligheidsvoorschriften van de gasflesfabrikant opvolgen.

    1
    2
    1. MIG/MAG
    2. Inbedrijfstelling

    Poolomkeerder aansluiten en aarde-aansluiting maken

    Poolomkeerder aansluiten

    OPMERKING!

    Een verkeerd aangesloten poolomkeerder kan slechte laseigenschappen veroorzaken.

    De poolomkeerder overeenkomstig de gebruikte draadelektrode aansluiten.
    Op de verpakking van de draadelektroden kunt u aflezen of de draadelektroden op (+) of op (-) moeten worden gelast.

    1
    TSt 2700c MP
    2
    TSt 3500c MP

    Aardeverbinding maken

    Massakabel op de telkens vrije stroombus aansluiten

    1
    TSt 2700c MP: voorbeeld massa-aansluiting op de (+) stroombus
    2
    TSt 3500c MP: voorbeeld massa-aansluiting op de
    (-) stroombus
    3
    1. MIG/MAG
    2. Inbedrijfstelling

    Draadelektrode laten inlopen

    VOORZICHTIG!

    Risico op lichamelijk letsel door veerwerking van de opgerolde draadelektrode.

    Bij het inschuiven van de draadelektrode in de 4-rollenaandrijving het uiteinde van de draadelektrode goed vasthouden om lichamelijk letsel door de terugspringende draadelektrode te vermijden.

    VOORZICHTIG!

    Risico op beschadiging van de lastoorts door scherpkantig uiteinde van de draadelektrode.

    Voor het inschuiven van de draadelektrode het uiteinde goed afbramen.

    1
    2

    VOORZICHTIG!

    Risico op lichamelijk letsel door naar buiten komende elektrode.

    Bij het indrukken van de toets Draadinvoer of de brandertoets de lasbrander weghouden van gezicht en lichaam, en een geschikte veiligheidsbril gebruiken.

    BELANGRIJK! Om de draadinvoer te vergemakkelijken, reageert de toets Draadinvoer bij het indrukken op de hieronder beschreven wijze.

    • Toets maximaal één seconde ingedrukt houden: de draadsnelheid blijft tijdens de eerste seconde 1 m/min of 39.37 ipm.
    • Toets maximaal 2,5 seconden ingedrukt houden ... Na één seconde wordt de draadsnelheid in de volgende 1,5 seconde gelijkmatig verhoogd.
    • Toets langer dan 2,5 seconden ingedrukt houden ... Na in totaal 2,5 seconden volgt een constante draadaanvoer die overeenkomt met de voor de parameter Fdi ingestelde draadsnelheid.

    Als de toets Draadinvoer binnen één seconde wordt losgelaten en opnieuw wordt ingedrukt, begint dit proces opnieuw. Op deze manier kan indien nodig permanent worden gepositioneerd met een lagere draadsnelheid van 1 m/min of 39.37 ipm.

    In plaats van de toets Draadinvoer / Gascontrole kan op soortgelijke wijze met de brandertoets worden gewerkt. Voor het invoeren van de draad met behulp van de brandertoets als volgt te werk gaan:

    1Met behulp van de toets Bedrijfsmodus de modus 2-taktbedrijf selecteren
    2In het Setup-menu de parameter "Ito" op "Off" (Uit) instellen

    VOORZICHTIG!

    Risico op lichamelijk letsel en materiële schade door elektrische schok en vrijkomende draadelektrode.

    Bij het indrukken van de brandertoets:

    De lastoorts van gezicht en lichaam weghouden

    Een geschikte veiligheidsbril gebruiken

    De lastoorts niet op personen richten

    Erop letten dat de draadelektrode geen elektrisch geleidende of geaarde delen raakt (zoals behuizingen enz.)

    BELANGRIJK! Wordt in plaats van de toets Draadinvoer / Gascontrole de brandertoets ingedrukt, dan loopt de lasdraad gedurende de eerste 3 seconden met de lasprogramma-afhankelijke kruipsnelheid. Na deze 3 seconden wordt de draadaanvoer kort onderbroken.

    Het lassysteem herkent dat er geen lasprocedure moet worden ingeleid, maar dat de draad moet worden ingevoerd. Tegelijkertijd sluit de magneetklep van het beschermgas en wordt de lasspanning op de draadelektrode uitgeschakeld.

    Wordt de brandertoets ingedrukt gehouden, dan start de draadaanvoer, nu zonder beschermgas, direct opnieuw. Het verdere verloop geschiedt zoals hierboven is beschreven.

    3
    4
    1. MIG/MAG
    2. Inbedrijfstelling

    Contactdruk instellen

    OPMERKING!

    De contactdruk zo instellen dat de draadelektrode niet wordt vervormd, maar een goed draadtransport is gewaarborgd.

    Richtwaarden voor de U-groef-rollen:

    Staal: 4 - 5

    CrNi: 4 - 5

    Massieve draadelektrode: 2 - 3

    1. MIG/MAG
    2. Inbedrijfstelling

    Rem instellen

    OPMERKING!

    Na het loslaten van de brandertoets mag de draadspoel niet nalopen.

    Is dit wel het geval, dan moet u de rem bijstellen.

    1
    2


    3
    1. MIG/MAG
    2. Inbedrijfstelling

    Opbouw van de rem

    GEVAAR!

    Gevaar door incorrecte montage.

    Dit kan ernstig letsel en schade aan eigendommen veroorzaken.

    Rem niet uit elkaar halen.

    Onderhouds- en servicewerkzaamheden aan de rem alleen laten uitvoeren door geschoold vakpersoneel.

    De rem is alleen compleet verkrijgbaar.
    De afbeelding van de rem dient slechts ter informatie!

    1. MIG/MAG

    Begrenzing tegen vermogenslimiet

    Veiligheidsfunctie

    'Begrenzing tegen de vermogenslimiet' is een veiligheidsfunctie voor het MIG/MAG-lassen. Deze functie maakt werking van de stroombron tegen de vermogenslimiet mogelijk terwijl de procesveiligheid toch gehandhaafd blijft.

    Een doorslaggevende parameter voor de lasvermogenslimiet is de draadsnelheid. Is deze te hoog, dan wordt de lichtboog steeds korter en dreigt deze uit te gaan. Om het uitgaan van de lichtboog te voorkomen, wordt het lasvermogen verlaagd.

    In de geselecteerde modus 'MIG/MAG standaard synergisch lassen' knippert het symbool voor de parameter 'Draadsnelheid' zodra de veiligheidsfunctie wordt geactiveerd. Het knipperen duurt tot de volgende lasstart of tot de volgende parameterwijziging.

    Wordt bijvoorbeeld de parameter 'Draadsnelheid' geselecteerd, dan vindt weergave van de overeenkomstig gereduceerde waarde voor de draadsnelheid plaats.

    1. MIG/MAG
    2. Begrenzing tegen vermogenslimiet

    Veiligheidsfunctie

    'Begrenzing tegen de vermogenslimiet' is een veiligheidsfunctie voor het MIG/MAG-lassen. Deze functie maakt werking van de stroombron tegen de vermogenslimiet mogelijk terwijl de procesveiligheid toch gehandhaafd blijft.

    Een doorslaggevende parameter voor de lasvermogenslimiet is de draadsnelheid. Is deze te hoog, dan wordt de lichtboog steeds korter en dreigt deze uit te gaan. Om het uitgaan van de lichtboog te voorkomen, wordt het lasvermogen verlaagd.

    In de geselecteerde modus 'MIG/MAG standaard synergisch lassen' knippert het symbool voor de parameter 'Draadsnelheid' zodra de veiligheidsfunctie wordt geactiveerd. Het knipperen duurt tot de volgende lasstart of tot de volgende parameterwijziging.

    Wordt bijvoorbeeld de parameter 'Draadsnelheid' geselecteerd, dan vindt weergave van de overeenkomstig gereduceerde waarde voor de draadsnelheid plaats.

    1. MIG/MAG

    MIG/MAG-bedrijfscycli

    Algemeen

    GEVAAR!

    Onjuiste bediening kan ernstig letsel en schade aan eigendommen veroorzaken.

    Gebruik de beschreven functies pas nadat deze gebruiksaanwijzing volledig is gelezen en begrepen.

    Gebruik de beschreven functies pas nadat alle gebruiksaanwijzingen van de systeemcomponenten (in het bijzonder de veiligheidsvoorschriften) volledig zijn gelezen en begrepen.

    De gegevens over de betekenis, instelling, instelbereiken en eenheden van de beschikbare parameters (bijvoorbeeld GPr) vindt u in het hoofdstuk 'Setup-instellingen'.

    1. MIG/MAG
    2. MIG/MAG-bedrijfscycli

    Algemeen

    GEVAAR!

    Onjuiste bediening kan ernstig letsel en schade aan eigendommen veroorzaken.

    Gebruik de beschreven functies pas nadat deze gebruiksaanwijzing volledig is gelezen en begrepen.

    Gebruik de beschreven functies pas nadat alle gebruiksaanwijzingen van de systeemcomponenten (in het bijzonder de veiligheidsvoorschriften) volledig zijn gelezen en begrepen.

    De gegevens over de betekenis, instelling, instelbereiken en eenheden van de beschikbare parameters (bijvoorbeeld GPr) vindt u in het hoofdstuk 'Setup-instellingen'.

    1. MIG/MAG
    2. MIG/MAG-bedrijfscycli

    Symbolen en toelichting

    Toortsknop indrukken | toortsknop vasthouden | toortsknop loslaten
    GPr
    Voorstroomtijd gas
    I-S
    Startstroom
    kan afhankelijk van de toepassing worden verhoogd of verlaagd
    SL
    Slope
    continue daling van de startstroom naar de lasstroom en van de lasstroom naar de eindkraterstroom
    I
    Lasstroomfase
    gelijkmatige temperatuurinbreng in het door voorlopende warmte verhitte materiaal
    I-E
    Eindstroom
    voor het opvullen van de eindkrater
    GPo
    Nastroomtijd gas
    SPt
    Puntlastijd / interval-lastijd
    SPb
    Interval-pauzetijd
    1. MIG/MAG
    2. MIG/MAG-bedrijfscycli

    2-stapsproces

    De bedrijfsmodus '2-stapsproces' is geschikt voor
    • Deelwerk
    • Korte lasnaden
    • Automatische en robotwerking
    1. MIG/MAG
    2. MIG/MAG-bedrijfscycli

    4-stapsproces

    De bedrijfsmodus '4-stapsproces' is voor langere lasnaden geschikt.

    1. MIG/MAG
    2. MIG/MAG-bedrijfscycli

    Speciaal 4-taktbedrijf

    De bedrijfsmodus "Speciaal 4-taktbedrijf" biedt in aanvulling op de voordelen van het 4-taktbedrijf instelmogelijkheden voor start- en eindstroom.

    1. MIG/MAG
    2. MIG/MAG-bedrijfscycli

    Puntlassen

    De bedrijfsmodus "Puntlassen" is met name geschikt voor lasverbindingen op overlappende platen.

    U begint door de brandertoets in te drukken en los te laten - voorstroomtijd gas Gpr - lasstroomfase gedurende puntlastijd Spt - nastroomtijd gas GPo.

    Wanneer voor het einde van de puntlastijd (< SPt) de brandertoets opnieuw wordt ingedrukt, wordt het proces direct afgebroken.

    1. MIG/MAG
    2. MIG/MAG-bedrijfscycli

    2-takt-intervallassen

    2-takt-intervallassen

    De bedrijfsmodus "2-takt-intervallassen" is geschikt voor korte lasnaden op dunne platen en voorkomt dat het grondmateriaal doorbrandt.

    1. MIG/MAG
    2. MIG/MAG-bedrijfscycli

    4-takt-intervallassen

    4-takt-intervallassen

    De bedrijfsmodus "4-takt-intervallassen" is geschikt voor langere lasnaden op dunne platen en voorkomt dat het grondmateriaal doorbrandt.

    1. MIG/MAG

    MIG/MAG - standaard synergisch lassen

    MIG/MAG-standaard-synergisch-lassen

    1Met de toets Materiaalsoort het gebruikte toevoegmateriaal kiezen.
    2Met de toets Draaddiameter de diameter van de gebruikte draadelektrode kiezen.
    3Met de toets Beschermgas het gebruikte beschermgas kiezen.
    De toewijzing van stand SP vindt u in de lasprogrammatabellen in de bijlage.
    4Met behulp van de toets Procedure de lasprocedure 'MIG/MAG-standaard-synergisch' kiezen:   
    5Met de toets Bedrijfsmodus de gewenste MIG/MAG-bedrijfsmodus kiezen:  2-taktbedrijf  4-taktbedrijf  Speciaal 4-taktbedrijf

    OPMERKING!

    Parameters die op een bedieningspaneel van een systeemonderdeel worden ingesteld (afstandsbediening TR 2000 of TR 3000) kunnen onder voorwaarden niet op het bedieningspaneel van de stroombron worden gewijzigd.

    6Met de toets Parameterkeuze de gewenste lasparameter kiezen waarmee het lasvermogen in synergisch bedrijf moet worden bepaald:  Plaatdikte
    of
      Lasstroom
    of
      Draadsnelheid
    of
      Lasspanning
    7Met behulp van het betreffende instelwiel de lasparameter instellenDe waarden van de parameters verschijnen in de erboven geplaatste digitale displays.

    In beginsel blijven alle met behulp van het instelwiel ingestelde parameterwaarden tot de volgende wijziging opgeslagen. Dat geldt ook als de stroombron tussentijds uitgeschakeld en weer ingeschakeld wordt. Voor het weergeven van de werkelijke lasstroom tijdens het lasproces de parameter Lasstroom kiezen.

    8Gasflesventiel openen
    9Hoeveelheid beschermgas instellen:
    • Toets Gascontrole aantippen
    • De stelschroef aan de onderkant van de drukverminderaar aandraaien totdat de manometer de gewenste gashoeveelheid aangeeft
    • Toets Gascontrole opnieuw aantippen

    VOORZICHTIG!

    Risico op lichamelijk letsel en materiële schade door elektrische schok en vrijkomende draadelektrode.

    Bij het indrukken van de brandertoets:

    de lasbrander van gezicht en lichaam weghouden

    een geschikte veiligheidsbril gebruiken

    de lasbrander niet op personen richten

    erop letten dat de draadelektrode geen elektrisch geleidende of geaarde delen raakt (zoals behuizingen enz.)

    10brandertoets indrukken en met de laswerkzaamheid beginnen
    1. MIG/MAG
    2. MIG/MAG - standaard synergisch lassen

    MIG/MAG-standaard-synergisch-lassen

    1Met de toets Materiaalsoort het gebruikte toevoegmateriaal kiezen.
    2Met de toets Draaddiameter de diameter van de gebruikte draadelektrode kiezen.
    3Met de toets Beschermgas het gebruikte beschermgas kiezen.
    De toewijzing van stand SP vindt u in de lasprogrammatabellen in de bijlage.
    4Met behulp van de toets Procedure de lasprocedure 'MIG/MAG-standaard-synergisch' kiezen:   
    5Met de toets Bedrijfsmodus de gewenste MIG/MAG-bedrijfsmodus kiezen:  2-taktbedrijf  4-taktbedrijf  Speciaal 4-taktbedrijf

    OPMERKING!

    Parameters die op een bedieningspaneel van een systeemonderdeel worden ingesteld (afstandsbediening TR 2000 of TR 3000) kunnen onder voorwaarden niet op het bedieningspaneel van de stroombron worden gewijzigd.

    6Met de toets Parameterkeuze de gewenste lasparameter kiezen waarmee het lasvermogen in synergisch bedrijf moet worden bepaald:  Plaatdikte
    of
      Lasstroom
    of
      Draadsnelheid
    of
      Lasspanning
    7Met behulp van het betreffende instelwiel de lasparameter instellenDe waarden van de parameters verschijnen in de erboven geplaatste digitale displays.

    In beginsel blijven alle met behulp van het instelwiel ingestelde parameterwaarden tot de volgende wijziging opgeslagen. Dat geldt ook als de stroombron tussentijds uitgeschakeld en weer ingeschakeld wordt. Voor het weergeven van de werkelijke lasstroom tijdens het lasproces de parameter Lasstroom kiezen.

    8Gasflesventiel openen
    9Hoeveelheid beschermgas instellen:
    • Toets Gascontrole aantippen
    • De stelschroef aan de onderkant van de drukverminderaar aandraaien totdat de manometer de gewenste gashoeveelheid aangeeft
    • Toets Gascontrole opnieuw aantippen

    VOORZICHTIG!

    Risico op lichamelijk letsel en materiële schade door elektrische schok en vrijkomende draadelektrode.

    Bij het indrukken van de brandertoets:

    de lasbrander van gezicht en lichaam weghouden

    een geschikte veiligheidsbril gebruiken

    de lasbrander niet op personen richten

    erop letten dat de draadelektrode geen elektrisch geleidende of geaarde delen raakt (zoals behuizingen enz.)

    10brandertoets indrukken en met de laswerkzaamheid beginnen
    1. MIG/MAG
    2. MIG/MAG - standaard synergisch lassen

    Correcties bij de laswerkzaamheden

    Om een optimaal lasresultaat te bereiken kunnen in veel gevallen de parameters lengtecorrectie lichtboog en dynamiek gecorrigeerd worden.

    1Met de toets Parameterkeuze de gewenste correctieparameters kiezen.
    2Gekozen parameters met de stelwielen op de gewenste waarde instellen.De waarde van de parameters verschijnen in de er boven geplaatste vensters.
    1. MIG/MAG

    MIG/MAG - standaard handmatig lassen

    Algemeen

    De procedure MIG/MAG standaard-handmatig lassen is een MIG/MAG lasprocedure zonder Synergic-functie.
    De verandering van een parameter heeft geen automatische aanpassing van de overige parameters tot gevolg. Alle veranderlijke parameters dienen overeenkomstig de eisen van het lasproces apart te worden ingesteld.

    1. MIG/MAG
    2. MIG/MAG - standaard handmatig lassen

    Algemeen

    De procedure MIG/MAG standaard-handmatig lassen is een MIG/MAG lasprocedure zonder Synergic-functie.
    De verandering van een parameter heeft geen automatische aanpassing van de overige parameters tot gevolg. Alle veranderlijke parameters dienen overeenkomstig de eisen van het lasproces apart te worden ingesteld.

    1. MIG/MAG
    2. MIG/MAG - standaard handmatig lassen

    Ter beschikking staande parameters

    Bij MIG/MAG handmatig lassen staan de volgende parameters tot uw beschikking:

    Draadsnelheid
    1 m/min (39,37 ipm.) - maximale draadsnelheid,
    bijv. 25 m/min (984,25 ipm)

    Lasspanning
    TSt 2700c MP: 14,4 - 34,9 V
    TSt 3500c MP: 14,5 - 38,5 V

    Dynamiek
    om de kortsluitdynamiek te beïnvloeden op het moment van de druppelovergang

    Lasstroom
    alleen als weergave van de werkelijke waarde

    1. MIG/MAG
    2. MIG/MAG - standaard handmatig lassen

    MIG/MAG-standaard-handmatig lassen

    1Met de toets Materiaalsoort het gebruikte toevoegmateriaal kiezen.
    2Met de toets Draaddiameter de diameter van de gebruikte draadelektrode kiezen.
    3Met de toets Beschermgas het gebruikte beschermgas kiezen.
    De toewijzing van stand SP vindt u in de lasprogrammatabellen in de bijlage.
    4Met behulp van de toets Procedure de lasprocedure 'MIG/MAG-standaard-handmatig' kiezen:   
    5Met de toets Bedrijfsmodus de gewenste MIG/MAG-bedrijfsmodus kiezen:  2-taktbedrijf  4-taktbedrijf
    De bedrijfsmodus Speciaal 4-taktbedrijf komt bij MIG/MAG-standaard-handmatig-lassen overeen met het traditionele 4-taktbedrijf.

    OPMERKING!

    Parameters die op een bedieningspaneel van een systeemonderdeel worden ingesteld (afstandsbediening TR 2000 of TR 3000) kunnen onder voorwaarden niet op het bedieningspaneel van de stroombron worden gewijzigd.

    6Met de toets Parameterkeuze de lasparameter    (Draadsnelheid) kiezen
    7Met behulp van het betreffende instelwiel de draadsnelheid instellen
    8Met de toets Parameterkeuze de lasparameter    (Lasspanning) kiezen
    9Met behulp van het betreffende instelwiel de lasspanning instellen

    De waarden van de parameters verschijnen in de erboven geplaatste digitale displays

    In beginsel blijven alle met behulp van het instelwiel ingestelde parameterwaarden tot de volgende wijziging opgeslagen. Dat geldt ook als de stroombron tussentijds uitgeschakeld en weer ingeschakeld wordt. Voor het weergeven van de werkelijke lasstroom tijdens het lasproces de parameter Lasstroom kiezen.

    Voor de indicatie van de werkelijke lasstroom tijdens de laswerkzaamheid:

    • Met de toets Parameterkeuze de parameter Lasstroom kiezen
    • De werkelijke lasstroom wordt tijdens het lassen op het digitale scherm getoond.
    10Gasflesventiel openen
    11Hoeveelheid beschermgas instellen:
    • Toets Gascontrole aantippen
    • De stelschroef aan de onderkant van de drukverminderaar aandraaien totdat de manometer de gewenste gashoeveelheid aangeeft
    • Toets Gascontrole opnieuw aantippen

    VOORZICHTIG!

    Risico op lichamelijk letsel en materiële schade door elektrische schok en vrijkomende draadelektrode.

    Bij het indrukken van de brandertoets:

    de lasbrander van gezicht en lichaam weghouden

    een geschikte veiligheidsbril gebruiken

    de lasbrander niet op personen richten

    erop letten dat de draadelektrode geen elektrisch geleidende of geaarde delen raakt (zoals behuizingen enz.)

    12brandertoets indrukken en met de laswerkzaamheid beginnen
    1. MIG/MAG
    2. MIG/MAG - standaard handmatig lassen

    Correcties bij de laswerkzaamheden

    Om een optimaal lasresultaat te bereiken kan in veel gevallen de parameter Dynamiek worden ingesteld.

    1Kies door middel van de toets Parameterkeuze de parameter Dynamiek
    2Stel de dynamiek met het stelwiel op de gewenste waarde inDe waarde van de parameter verschijnt in het erboven geplaatste digitale venster.
    1. MIG/MAG

    Puntlassen en interval-lassen

    Algemeen

    De bedrijfsmodi Puntlassen en Interval-lassen zijn MIG/MAG-lasprocessen.

    Puntlassen wordt toegepast op unilateraal toegankelijke lasverbindingen op overlappende platen.

    Intervallassen wordt toegepast op dunne platen.
    Aangezien de draadelektrode niet continu wordt toegevoerd, kan het smeltbad afkoelen tijdens de intervalpauzetijden. Een lokale oververhitting en als resultaat een doorbranden van het basismateriaal kan grotendeels worden vermeden.

    1. MIG/MAG
    2. Puntlassen en interval-lassen

    Algemeen

    De bedrijfsmodi Puntlassen en Interval-lassen zijn MIG/MAG-lasprocessen.

    Puntlassen wordt toegepast op unilateraal toegankelijke lasverbindingen op overlappende platen.

    Intervallassen wordt toegepast op dunne platen.
    Aangezien de draadelektrode niet continu wordt toegevoerd, kan het smeltbad afkoelen tijdens de intervalpauzetijden. Een lokale oververhitting en als resultaat een doorbranden van het basismateriaal kan grotendeels worden vermeden.

    1. MIG/MAG
    2. Puntlassen en interval-lassen

    Puntlassen

    1Met de toets Materiaalsoort het gebruikte toevoegmateriaal kiezen.
    2Met de toets Draaddiameter de diameter van de gebruikte draadelektrode kiezen.
    3Met de toets Beschermgas het gebruikte beschermgas kiezen.
    De toewijzing van stand SP vindt u in de lasprogrammatabellen in de bijlage.
    4Met de toets Procedure de gewenste lasprocedure kiezen:      
    5Met de bedrijfsmodustoets de modus puntlassen/intervallassen selecteren:  (Puntlassen / intervallassen)
    6In het setup-menu de parameter SPt (puntentijd / intervallastijd) op de gewenste waarde instellen
    7Ervoor zorgen dat de aarde-aansluiting is gemaakt
    8Ervoor zorgen dat er sprake is van beschermgastoevoer

    De stroombron is klaar om te lassen.
    1. MIG/MAG
    2. Puntlassen en interval-lassen

    Intervallassen

    1Met de toets Materiaalsoort het gebruikte toevoegmateriaal kiezen.
    2Met de toets Draaddiameter de diameter van de gebruikte draadelektrode kiezen.
    3Met de toets Beschermgas het gebruikte beschermgas kiezen.
    De toewijzing van stand SP vindt u in de lasprogrammatabellen in de bijlage.
    4Met de toets Procedure de gewenste lasprocedure kiezen:      
    5Met de bedrijfsmodustoets de modus puntlassen/intervallassen selecteren:  (Puntlassen / intervallassen)
    6In het setup-menu de parameter SPt (puntentijd / intervallastijd) op de gewenste waarde instellen
    7In het setup-menu de parameter SPt (punten- / interval-pauzetijd) op de gewenste waarde instellen
    8In het setup-menu de parameter SPt (interval) op de gewenste waarde instellen
    9Ervoor zorgen dat de aarde-aansluiting is gemaakt
    10Ervoor zorgen dat er sprake is van beschermgastoevoer

    De stroombron is klaar om te lassen.

    Staafelektrode

    Inbedrijfstelling

    Veiligheid

    GEVAAR!

    Gevaar door verkeerde bediening en verkeerd uitgevoerde werkzaamheden.

    Dit kan ernstig letsel en schade aan eigendommen veroorzaken.

    Alle werkzaamheden en functies die in dit document worden beschreven, mogen uitsluitend door technisch geschoold personeel worden uitgevoerd.

    U dient dit document volledig te lezen en te begrijpen.

    Alle veiligheidsvoorschriften en gebruikersdocumentatie van dit apparaat en alle systeemcomponenten moeten gelezen en begrepen worden.

    GEVAAR!

    Gevaar door elektrische stroom.

    Dit kan ernstig letsel en schade aan eigendommen veroorzaken.

    Schakel voor aanvang van de werkzaamheden alle betrokken apparaten en componenten uit en ontkoppel ze van het elektriciteitsnet.

    Beveilig alle betrokken apparaten en componenten tegen opnieuw inschakelen.

    Controleer na het openen van het apparaat met behulp van een geschikte meter of de elektrisch geladen onderdelen (bijv. condensatoren) ontladen zijn.

    1. Staafelektrode

    Inbedrijfstelling

    Veiligheid

    GEVAAR!

    Gevaar door verkeerde bediening en verkeerd uitgevoerde werkzaamheden.

    Dit kan ernstig letsel en schade aan eigendommen veroorzaken.

    Alle werkzaamheden en functies die in dit document worden beschreven, mogen uitsluitend door technisch geschoold personeel worden uitgevoerd.

    U dient dit document volledig te lezen en te begrijpen.

    Alle veiligheidsvoorschriften en gebruikersdocumentatie van dit apparaat en alle systeemcomponenten moeten gelezen en begrepen worden.

    GEVAAR!

    Gevaar door elektrische stroom.

    Dit kan ernstig letsel en schade aan eigendommen veroorzaken.

    Schakel voor aanvang van de werkzaamheden alle betrokken apparaten en componenten uit en ontkoppel ze van het elektriciteitsnet.

    Beveilig alle betrokken apparaten en componenten tegen opnieuw inschakelen.

    Controleer na het openen van het apparaat met behulp van een geschikte meter of de elektrisch geladen onderdelen (bijv. condensatoren) ontladen zijn.

    1. Staafelektrode
    2. Inbedrijfstelling

    Veiligheid

    GEVAAR!

    Gevaar door verkeerde bediening en verkeerd uitgevoerde werkzaamheden.

    Dit kan ernstig letsel en schade aan eigendommen veroorzaken.

    Alle werkzaamheden en functies die in dit document worden beschreven, mogen uitsluitend door technisch geschoold personeel worden uitgevoerd.

    U dient dit document volledig te lezen en te begrijpen.

    Alle veiligheidsvoorschriften en gebruikersdocumentatie van dit apparaat en alle systeemcomponenten moeten gelezen en begrepen worden.

    GEVAAR!

    Gevaar door elektrische stroom.

    Dit kan ernstig letsel en schade aan eigendommen veroorzaken.

    Schakel voor aanvang van de werkzaamheden alle betrokken apparaten en componenten uit en ontkoppel ze van het elektriciteitsnet.

    Beveilig alle betrokken apparaten en componenten tegen opnieuw inschakelen.

    Controleer na het openen van het apparaat met behulp van een geschikte meter of de elektrisch geladen onderdelen (bijv. condensatoren) ontladen zijn.

    1. Staafelektrode
    2. Inbedrijfstelling

    Voorbereiding

    1

    Op de verpakking van de staafelektroden kunt u aflezen of de staafelektroden op (+) of op (-) moeten worden gelast.

    2
    3

    VOORZICHTIG!

    Gevaar door ongewenst startend lasproces.

    Dit kan letsel of schade aan eigendommen veroorzaken.

    Zodra de stroombron is ingeschakeld controleren of de staafelektrode niet ongewenst/ongecontroleerd elektrisch geleidende of geaarde delen aanraakt (bijvoorbeeld behuizingen, ....).

    4Netkabel op elektriciteitsnet aansluiten
    5Stroombron inschakelen
    1. Staafelektrode

    Elektrode lassen

    Elektrodelassen

    1Met de toets Procedure de lasprocedure Elektrodelassen kiezen:

      

    De lasspanning wordt met een vertraging van 3 s op de lasbus geschakeld.

      

    OPMERKING! Parameters die op een bedieningspaneel van een systeemonderdeel worden ingesteld (TR 2000, TR 3000), kunnen onder voorwaarden niet op het bedieningspaneel van de stroombron worden gewijzigd.

    2Met de toets Parameterkeuze de parameter Stroomsterkte kiezen.
    3Met het stelwiel de gewenste stroomsterkte instellen.

      

    De waarde van de stroomsterkte wordt op het linker digitale scherm getoond.

      

    In beginsel blijven alle met behulp van het instelwiel ingestelde parameterwaarden tot de volgende wijziging opgeslagen. Dat geldt ook als de stroombron tussentijds uitgeschakeld en weer ingeschakeld wordt.

    4Met lassen beginnen

      

    Voor de indicatie van de werkelijke lasstroom tijdens de laswerkzaamheid:

      

    • Met de toets Parameterkeuze de parameter Lasstroom kiezen

      

    • De werkelijke lasstroom wordt tijdens het lassen op het digitale scherm getoond.
    1. Staafelektrode
    2. Elektrode lassen

    Elektrodelassen

    1Met de toets Procedure de lasprocedure Elektrodelassen kiezen:

      

    De lasspanning wordt met een vertraging van 3 s op de lasbus geschakeld.

      

    OPMERKING! Parameters die op een bedieningspaneel van een systeemonderdeel worden ingesteld (TR 2000, TR 3000), kunnen onder voorwaarden niet op het bedieningspaneel van de stroombron worden gewijzigd.

    2Met de toets Parameterkeuze de parameter Stroomsterkte kiezen.
    3Met het stelwiel de gewenste stroomsterkte instellen.

      

    De waarde van de stroomsterkte wordt op het linker digitale scherm getoond.

      

    In beginsel blijven alle met behulp van het instelwiel ingestelde parameterwaarden tot de volgende wijziging opgeslagen. Dat geldt ook als de stroombron tussentijds uitgeschakeld en weer ingeschakeld wordt.

    4Met lassen beginnen

      

    Voor de indicatie van de werkelijke lasstroom tijdens de laswerkzaamheid:

      

    • Met de toets Parameterkeuze de parameter Lasstroom kiezen

      

    • De werkelijke lasstroom wordt tijdens het lassen op het digitale scherm getoond.
    1. Staafelektrode

    Functies voor lasoptimalisatie

    Dynamiek

     Dynamiek:
    om de kortsluitdynamiek te beïnvloeden op het moment van de druppelovergang

    -
    = harde en stabiele lichtboog
    0
    = neutrale lichtboog
    +
    = zwakke en spatarme lichtboog
    1. Staafelektrode
    2. Functies voor lasoptimalisatie

    Dynamiek

     Dynamiek:
    om de kortsluitdynamiek te beïnvloeden op het moment van de druppelovergang

    -
    = harde en stabiele lichtboog
    0
    = neutrale lichtboog
    +
    = zwakke en spatarme lichtboog
    1. Staafelektrode
    2. Functies voor lasoptimalisatie

    De functie HotStart (Hti)

    Deze functie wordt in de fabriek geactiveerd.

    Voordelen
    • Verbetering van de ontstekingseigenschappen, ook bij elektroden met slechte ontstekingseigenschappen
    • Beter opsmelten van het grondmateriaal in de startfase, daardoor minder koude plekken
    • Vergaande vermijding van slakinsluitingen

    Legenda

    Hti
    Hot-current time = Hotstroom-tijd,
    0 - 2 s, fabrieksinstelling 0,5 s
    HCU
    HotStart-current = HotStart-stroom,
    100 - 200 %,
    fabrieksinstelling 150 %
    IH
    Hoofdstroom = ingestelde lasstroom

    De parameters Hti en HCU kunnen worden ingesteld in het setup-menu. Zie voor parameterbeschrijving paragraaf Parameters voor elektrodelassen vanaf pagina (→).

    Werkingswijze
    Tijdens de ingestelde Hotstroom-tijd (Hti) wordt de lasstroom naar een bepaalde waarde verhoogd. Deze waarde (HCU) is hoger dan de ingestelde lasstroom (IH).

    1. Staafelektrode
    2. Functies voor lasoptimalisatie

    De functie Anti-Stick (Ast)

    Deze functie wordt in de fabriek geactiveerd.

    Bij een korter wordende lichtboog kan de lasspanning zover dalen dat de staafelektrode ertoe neigt vast te kleven. Bovendien kan de staafelektrode uitgloeien.

    Uitgloeien wordt verhinderd als de functie Anti-stick is geactiveerd. Als de staafelektrode begint vast te kleven, schakelt de stroombron de lasstroom meteen uit. Nadat de staafelektrode van het werkstuk is gescheiden, kan het lassen zonder problemen worden voortgezet.

    Deze functie deactiveren:
    1De setup-parameter Ast (Anti-Stick) op OFF (UIT) zetten

    Zie voor parameterbeschrijving paragraaf Anti-Stick vanaf pagina (→).

    TIG

    Inbedrijfstelling

    Inbedrijfstelling

    1
    2
    3
    4
    5

    VOORZICHTIG!

    Gevaar door ongewenst startend lasproces.

    Dit kan letsel of schade aan eigendommen veroorzaken.

    Zodra de stroombron is ingeschakeld controleren of de wolfraamelektrode niet ongewenst/ongecontroleerd elektrisch geleidende of geaarde delen aanraakt (bijvoorbeeld behuizingen, ....).

    6Netkabel op elektriciteitsnet aansluiten
    7Stroombron inschakelen
    1. TIG

    Inbedrijfstelling

    Inbedrijfstelling

    1
    2
    3
    4
    5

    VOORZICHTIG!

    Gevaar door ongewenst startend lasproces.

    Dit kan letsel of schade aan eigendommen veroorzaken.

    Zodra de stroombron is ingeschakeld controleren of de wolfraamelektrode niet ongewenst/ongecontroleerd elektrisch geleidende of geaarde delen aanraakt (bijvoorbeeld behuizingen, ....).

    6Netkabel op elektriciteitsnet aansluiten
    7Stroombron inschakelen
    1. TIG
    2. Inbedrijfstelling

    Inbedrijfstelling

    1
    2
    3
    4
    5

    VOORZICHTIG!

    Gevaar door ongewenst startend lasproces.

    Dit kan letsel of schade aan eigendommen veroorzaken.

    Zodra de stroombron is ingeschakeld controleren of de wolfraamelektrode niet ongewenst/ongecontroleerd elektrisch geleidende of geaarde delen aanraakt (bijvoorbeeld behuizingen, ....).

    6Netkabel op elektriciteitsnet aansluiten
    7Stroombron inschakelen
    1. TIG

    TIG lassen

    TIG-lassen

    1Met de toets Procedure de lasprocedure TIG-lassen kiezen:  
    2Met de toets Parameterkeuze de parameter Stroomsterkte kiezen.
    3Met het stelwiel de gewenste stroomsterkte instellen.
    De waarde van de stroomsterkte wordt op het linker digitale scherm getoond.

    In beginsel blijven alle parameterwaarden die met het instelwiel zijn ingesteld, tot de volgende wijziging opgeslagen. Dat geldt ook als de stroombron tussentijds uitgeschakeld en weer ingeschakeld wordt.

    Bij gebruik van een lasbrander met brandertoets en TMC-stekker (met fabrieksinstelling 2-taktbedrijf):

    4Gasbuis op de ontstekingsplek opstellen, zodat er tussen de wolfraamelektrode en het werkstuk een afstand van ca. 2 tot 3 mm (0,078 tot 0,118 inch) bestaat
    5Lasbrander langzaam oprichten tot de wolfraamelektrode het werkstuk aanraakt
    6Brandertoets terugtrekken en vasthouden

    Beschermgas stroomt.
    7Lasbrander optillen en in de normale positie draaien.

    De lichtboog is ontstoken.
    8Beginnen met lassen
    1. TIG
    2. TIG lassen

    TIG-lassen

    1Met de toets Procedure de lasprocedure TIG-lassen kiezen:  
    2Met de toets Parameterkeuze de parameter Stroomsterkte kiezen.
    3Met het stelwiel de gewenste stroomsterkte instellen.
    De waarde van de stroomsterkte wordt op het linker digitale scherm getoond.

    In beginsel blijven alle parameterwaarden die met het instelwiel zijn ingesteld, tot de volgende wijziging opgeslagen. Dat geldt ook als de stroombron tussentijds uitgeschakeld en weer ingeschakeld wordt.

    Bij gebruik van een lasbrander met brandertoets en TMC-stekker (met fabrieksinstelling 2-taktbedrijf):

    4Gasbuis op de ontstekingsplek opstellen, zodat er tussen de wolfraamelektrode en het werkstuk een afstand van ca. 2 tot 3 mm (0,078 tot 0,118 inch) bestaat
    5Lasbrander langzaam oprichten tot de wolfraamelektrode het werkstuk aanraakt
    6Brandertoets terugtrekken en vasthouden

    Beschermgas stroomt.
    7Lasbrander optillen en in de normale positie draaien.

    De lichtboog is ontstoken.
    8Beginnen met lassen
    1. TIG

    Pulslassen

    Toepassingsmogelijkheden

    Pulslassen is lassen met pulserende lasstroom. Het wordt toegepast bij het positielassen van stalen buizen en bij het lassen van dunne platen.

    Bij deze toepassingen is de lasstroom die aan het begin van het lassen is ingesteld, niet altijd tot nut voor de volledige lasprocedure:
    • bij een te lage stroomsterkte wordt het materiaal niet genoeg versmolten,
    • bij oververhitting bestaat het gevaar dat het vloeibare smeltbad druppelt.
    1. TIG
    2. Pulslassen

    Toepassingsmogelijkheden

    Pulslassen is lassen met pulserende lasstroom. Het wordt toegepast bij het positielassen van stalen buizen en bij het lassen van dunne platen.

    Bij deze toepassingen is de lasstroom die aan het begin van het lassen is ingesteld, niet altijd tot nut voor de volledige lasprocedure:
    • bij een te lage stroomsterkte wordt het materiaal niet genoeg versmolten,
    • bij oververhitting bestaat het gevaar dat het vloeibare smeltbad druppelt.
    1. TIG
    2. Pulslassen

    Werkingsprincipe

    • Een lagere grondstroom I-G stijgt na een grote stijging tot de duidelijk hogere pulsstroom I-P en daalt na de tijd Duty cycle dcY weer naar de grondstroom I-G.
    • Hieruit ontstaat een stroom van gemiddelde waarde die lager is dan de ingestelde pulsstroom I-P.
    • Bij het pulslassen worden kleine delen van de lasplek snel versmolten. Deze plekken stollen ook snel weer.

    De stroombron regelt de parameters Duty cycle dcY en grondstroom I-G overeenkomstig de ingestelde pulsstroom (lasstroom) en de ingestelde pulsfrequentie.

    Verloop van de lasstroom

    Instelbare parameters:

    I-S
    Startstroom
    I-E
    Eindstroom
    F-P
    Pulsfrequentie (1/F-P = tijdsperiode tussen twee impulsen)
    I-P
    Pulsstroom (de ingestelde lasstroom)

    Niet-instelbare parameters:

    tup
    UpSlope
    tdown
    Downslope
    dcY
    Duty cycle
    I-G
    Grondstroom
    1. TIG
    2. Pulslassen

    Pulslassen activeren

    1 Een waarde voor de setup-parameter F-P (pulsfrequentie) instellen
    • Instelbereik: 1 - 990 Hz

    Zie voor parameterbeschrijving paragraaf Parameter voor TIG-lassen vanaf pagina (→).

    EasyJobs

    EasyJobs opslaan en oproepen

    Algemeen

    De geheugentoetsen maken het opslaan van 5 EasyJobs mogelijk. Bij de EasyJobs worden de op het bedieningspaneel ingestelde parameters opgeslagen.

    OPMERKING!

    Bij de EasyJobs worden er geen setup-parameters mee opgeslagen.

    1. EasyJobs

    EasyJobs opslaan en oproepen

    Algemeen

    De geheugentoetsen maken het opslaan van 5 EasyJobs mogelijk. Bij de EasyJobs worden de op het bedieningspaneel ingestelde parameters opgeslagen.

    OPMERKING!

    Bij de EasyJobs worden er geen setup-parameters mee opgeslagen.

    1. EasyJobs
    2. EasyJobs opslaan en oproepen

    Algemeen

    De geheugentoetsen maken het opslaan van 5 EasyJobs mogelijk. Bij de EasyJobs worden de op het bedieningspaneel ingestelde parameters opgeslagen.

    OPMERKING!

    Bij de EasyJobs worden er geen setup-parameters mee opgeslagen.

    1. EasyJobs
    2. EasyJobs opslaan en oproepen

    EasyJob opslaan

    1Voor het opslaan van de actuele instellingen op het bedieningspaneel, één van de geheugentoetsen ingedrukt houden, bijvoorbeeld nummer 1
    • De linkerweergave geeft 'Pro' weer
    • Na korte tijd wordt de linkerweergave teruggezet naar de oorspronkelijke waarde
    2Geheugentoets loslaten
    1. EasyJobs
    2. EasyJobs opslaan en oproepen

    EasyJob oproepen

    1Voor het oproepen van de opgeslagen instellingen, de betreffende geheugentoets kort indrukken, bijvoorbeeld nummer 1
    • Het bedieningspaneel toont de opgeslagen instellingen
    1. EasyJobs
    2. EasyJobs opslaan en oproepen

    EasyJob verwijderen

    1Voor het wissen van de geheugeninhoud van een geheugentoets, de betreffende geheugentoets ingedrukt houden, bijvoorbeeld nummer 1
    • De linkerweergave geeft 'Pro' weer
    • Na korte tijd wordt de linkerweergave teruggezet naar de oorspronkelijke waarde
    2Geheugentoets weer ingedrukt houden
    • De linker aanduiding geeft 'CLr' weer
    • Na korte tijd geven beide weergaven '---' weer
    3Geheugentoets loslaten
    1. EasyJobs
    2. EasyJobs opslaan en oproepen

    Werkpunten op lasbrander Up/Down (Omhoog/Omlaag) opvragen

    Voor het opvragen van de opgeslagen instellingen met lasbrander Up/Down (Omhoog/Omlaag) moet een van de geheugentoetsen op het bedieningspaneel worden ingedrukt.

    1Een van de geheugentoetsen op het bedieningspaneel indrukken, bijv.:
    • Het bedieningspaneel toont de opgeslagen instellingen

    Nu kunnen met de toetsen op de lasbrander Up/Down (Omhoog/Omlaag) geheugentoetsen worden geselecteerd. Ongebruikte geheugentoetsen worden hierbij overgeslagen.

    Naast het oplichten van het geheugentoetsnummer, wordt het nummer direct op de lasbrander Up/Down (Omhoog/Omlaag) weergegeven:

    Nummer 1

     

    Nummer 2

     

    Nummer 3

     

    Nummer 4

     

    Nummer 5

     

    Easy Documentation (TSt 3500c MP)

    Algemeen

    Algemeen

    Als op de stroombron de optie Easy Documentation beschikbaar is, kunnen de belangrijkste lasgegevens van elke lasbeurt worden meegedocumenteerd en als CSV-bestand op een USB-stick worden opgeslagen.
    Samen met de lasgegevens wordt een Fronius-handtekening opgeslagen waarmee de echtheid van de gegevens kan worden gecontroleerd en gewaarborgd.

    Easy Documentation kan worden geactiveerd/gedeactiveerd door de meegeleverde Fronius-USB-stick met FAT32-formattering aan de achterzijde van de stroombron te plaatsen/verwijderen.

    BELANGRIJK! Om de lasgegevens te kunnen documenteren, moeten de datum en tijd juist zijn ingesteld.

    1. Easy Documentation (TSt 3500c MP)

    Algemeen

    Algemeen

    Als op de stroombron de optie Easy Documentation beschikbaar is, kunnen de belangrijkste lasgegevens van elke lasbeurt worden meegedocumenteerd en als CSV-bestand op een USB-stick worden opgeslagen.
    Samen met de lasgegevens wordt een Fronius-handtekening opgeslagen waarmee de echtheid van de gegevens kan worden gecontroleerd en gewaarborgd.

    Easy Documentation kan worden geactiveerd/gedeactiveerd door de meegeleverde Fronius-USB-stick met FAT32-formattering aan de achterzijde van de stroombron te plaatsen/verwijderen.

    BELANGRIJK! Om de lasgegevens te kunnen documenteren, moeten de datum en tijd juist zijn ingesteld.

    1. Easy Documentation (TSt 3500c MP)
    2. Algemeen

    Algemeen

    Als op de stroombron de optie Easy Documentation beschikbaar is, kunnen de belangrijkste lasgegevens van elke lasbeurt worden meegedocumenteerd en als CSV-bestand op een USB-stick worden opgeslagen.
    Samen met de lasgegevens wordt een Fronius-handtekening opgeslagen waarmee de echtheid van de gegevens kan worden gecontroleerd en gewaarborgd.

    Easy Documentation kan worden geactiveerd/gedeactiveerd door de meegeleverde Fronius-USB-stick met FAT32-formattering aan de achterzijde van de stroombron te plaatsen/verwijderen.

    BELANGRIJK! Om de lasgegevens te kunnen documenteren, moeten de datum en tijd juist zijn ingesteld.

    1. Easy Documentation (TSt 3500c MP)
    2. Algemeen

    Gedocumenteerde lasgegevens

    De volgende gegevens worden gedocumenteerd:

    Apparaattype
    Bestandsnaam
    Artikelnummer
    Serienummer
    Firmwareversie van stroombron
    Firmware van Print DOCMAG (Easy Documentation)
    Documentversie
    https://www.easydocu.weldcube.com (onder deze link kunt u een PDF-rapport van geselecteerde lasgegevens genereren)

    Nr.

    Teller
    start zodra USB-stick wordt geplaatst;
    Als de stroombron wordt uit- en ingeschakeld gaat de teller verder bij het laatste lasnaadnummer.
    Bij elke 1000 lasbeurten wordt een nieuw CSV-bestand aangemaakt.

    Date

    Datum yyyy-mm-dd

    Time

    Tijd hh:mm:ss
    op het moment dat de stroom wordt ingeschakeld

    Duration

    Duur in [s]
    vanaf het moment dat de stroom wordt ingeschakeld tot het moment dat de stroom wordt uitgeschakeld (stroomsignaal)

    I

    Lasstroom * in [A]

    U

    Lasspanning * in [V]

    vd

    Draadsnelheid * in [m/min]

    wfs

    Draadsnelheid * in [ipm]

    IP

    Vermogen * uit huidige waarden in [W]

    IE

    Energie uit huidige waarden in [kJ]
    gedurende gehele lasbeurt

    I-Mot

    Motorstroom * in [A]

    Synid

    Karakteristiekennummer
    steeds per lasbeurt

    Job

    EasyJob-nummer
    per lasnaad

    Process

    Lasprocedure

    Mode

    Bedrijfsmodus

    Status

    PASS: normaal lassen
    IGN: Lassen tijdens ontstekingsfase afgebroken
    Err | xxx: Lassen vanwege een fout afgebroken; de betreffende servicecode wordt gedocumenteerd

    Interval

    Lasnaadnummer bij bedrijfsmodus "Interval"

    Signature

    Handtekening per lasnaadnummer

     

     

    *

    steeds vanaf de hoofdprocesfase;
    als het lassen in de ontstekingsfase wordt afgebroken wordt het gemiddelde in de ontstekingsfase opgeslagen en wordt gemeld dat de hoofdprocesfase is bereikt

    De lasgegevens worden steeds als gemiddelden in de hoofdprocesfase en per lasbeurt gedocumenteerd.

    1. Easy Documentation (TSt 3500c MP)
    2. Algemeen

    Nieuw CSV-bestand

    Er wordt een nieuw CSV-bestand gegenereerd:
    • als de USB-stick wordt verwijderd en weer wordt geplaatst terwijl de stroombron is ingeschakeld,
    • als de datum en tijd worden gewijzigd,
    • vanaf 1000 lasbeurten,
    • bij een firmware-update,
    • als de USB-stick wordt verwijderd en weer wordt geplaatst bij een andere stroombron
      (= wijziging van serienummer).
    1. Easy Documentation (TSt 3500c MP)
    2. Algemeen

    PDF-rapport / Fronius-handtekening

    Onder de link hiernaast ...
    • kan een PDF-rapport van de geselecteerde lasgegevens worden gegenereerd,
    • kan aan de hand van de met de lasgegevens uitgelezen Fronius-handtekening de echtheid van de gegevens worden gecontroleerd en gewaarborgd.

    https://easydocu.weldcube.com

    1. Easy Documentation (TSt 3500c MP)

    Easy Documentation activeren/deactiveren

    Datum en tijd instellen

    Het instellen van de datum en tijd gebeurt in het 2e niveau van het Service-menu.

    1

    De eerste parameter in het Service-menu wordt weergegeven.

    2

    Met het instelwiel links de Setup-parameter '2nd' selecteren

    3

    De eerste parameter in het 2e niveau van het Service-menu wordt weergegeven.

    4

    Met het instelwiel links de Setup-parameter 'yEA' (= jaar) selecteren

    5

    Datum en tijd instellen:

    • stelwiel links:
      parameters selecteren
    • stelwiel rechts:
      waarden wijzigen

    Instelbereiken:

    yEA
    jaar (20yy; 0 - 99)
    Mon
    maand (mm; 1 -1 12)
    dAY
    dag (dd; 1 - 31)
    Hou
    uur (hh; 0 - 24)
    Min
    minuut (mm; 0 - 59)


    OPMERKING!

    Als de stroombron middels de Setup-parameter FAC naar de fabrieksinstellingen wordt teruggezet, dan blijven de datum en tijd opgeslagen.

    1. Easy Documentation (TSt 3500c MP)
    2. Easy Documentation activeren/deactiveren

    Datum en tijd instellen

    Het instellen van de datum en tijd gebeurt in het 2e niveau van het Service-menu.

    1

    De eerste parameter in het Service-menu wordt weergegeven.

    2

    Met het instelwiel links de Setup-parameter '2nd' selecteren

    3

    De eerste parameter in het 2e niveau van het Service-menu wordt weergegeven.

    4

    Met het instelwiel links de Setup-parameter 'yEA' (= jaar) selecteren

    5

    Datum en tijd instellen:

    • stelwiel links:
      parameters selecteren
    • stelwiel rechts:
      waarden wijzigen

    Instelbereiken:

    yEA
    jaar (20yy; 0 - 99)
    Mon
    maand (mm; 1 -1 12)
    dAY
    dag (dd; 1 - 31)
    Hou
    uur (hh; 0 - 24)
    Min
    minuut (mm; 0 - 59)


    OPMERKING!

    Als de stroombron middels de Setup-parameter FAC naar de fabrieksinstellingen wordt teruggezet, dan blijven de datum en tijd opgeslagen.

    1. Easy Documentation (TSt 3500c MP)
    2. Easy Documentation activeren/deactiveren

    Easy Documentation deactiveren

    VOORZICHTIG!

    Als de USB-stick voortijdig wordt verwijderd, bestaat het gevaar dat gegevens verloren gaan of worden beschadigd.

    De USB-stick mag pas ca. 10 seconden na het einde van de laatste lasbeurt worden verwijderd om er zeker van te zijn dat de gegevens juist zijn overgedragen.

    1USB-stick uit stroombron verwijderen

    Op het display van de stroombron wordt het volgende weergegeven:

    Easy Documentation is gedeactiveerd.

    2Displayweergave bevestigen door op pijltoets te drukken

    Instellingen setup

    Set-upmenu

    Algemeen

    Het Setup-menu geeft eenvoudig toegang tot de expertise in de stroombron en tot extra functies. In het Setup-menu is het mogelijk om de parameters eenvoudig aan te passen bij de verschillende taken.

    1. Instellingen setup

    Set-upmenu

    Algemeen

    Het Setup-menu geeft eenvoudig toegang tot de expertise in de stroombron en tot extra functies. In het Setup-menu is het mogelijk om de parameters eenvoudig aan te passen bij de verschillende taken.

    1. Instellingen setup
    2. Set-upmenu

    Algemeen

    Het Setup-menu geeft eenvoudig toegang tot de expertise in de stroombron en tot extra functies. In het Setup-menu is het mogelijk om de parameters eenvoudig aan te passen bij de verschillende taken.

    1. Instellingen setup
    2. Set-upmenu

    Bediening

    De invoer in het Setup-menu wordt beschreven met behulp van de lasprocedure MIG/MAG-standaard-synergisch-lassen.
    Bij de andere lasprocedures werkt de invoer hetzelfde.

    Het Setup-menu openen

    1

    Met behulp van de toets Procedure de procedure "MIG/MAG-standaard-synergisch-lassen" kiezen

    2

    Het bedieningspaneel bevindt zich nu in het Setup-menu van de procedure "MIG/MAG-standaard-synergisch-lassen"; de laatst gekozen Setup-parameter wordt getoond.

    Parameters wijzigen

    1

    Met het stelwiel links de gewenste Setup-parameter selecteren

    Met het stelwiel rechts de waarde van de Setup-parameter wijzigen

    Het Setup-menu verlaten

    1
    1. Instellingen setup
    2. Set-upmenu

    Parameter voor het MIG/MAG standaard synergisch lassen

    GPr
    Voorstroomtijd gas
    Eenheid: seconden
    Instelbereik: 0 - 9,9
    Fabrieksinstelling: 0,1
    GPo
    Nastroomtijd gas
    Eenheid: seconden
    Instelbereik: 0 - 9,9
    Fabrieksinstelling: 0,5
    SL
    Slope
    Eenheid: seconden
    Instelbereik: 0 - 9,9
    Fabrieksinstelling: 1
    I-S
    Startstroom
    Eenheid: % van de lasstroom
    Instelbereik: 0 - 200
    Fabrieksinstelling: 100
    I-E
    Eindstroom
    Eenheid: % van de lasstroom
    Instelbereik: 0 - 200
    Fabrieksinstelling: 50
    t-S
    Startstroomduur
    Eenheid: seconden
    Instelbereik: 0 - 9,9
    Fabrieksinstelling: 0
    t-E
    Eindstroomduur
    Eenheid: seconden
    Instelbereik: 0 - 9,9
    Fabrieksinstelling: 0
    Fdi
    Draadinvoersnelheid
    Eenheid: m/min (ipm)
    Instelbereik: 1 - 18,5 (39.37 - 728.35)
    Fabrieksinstelling: 10 (393,7)
    Ito
    Draadlengte tot in werking treden veiligheidsuitschakeling
    Eenheid: mm (inch)
    Instelbereik: OFF (UIT), 5 - 100 (OFF (UIT), 0.2 - 3.94)
    Fabrieksinstelling: OFF (UIT)
    De functie Ignition Time-Out (Ito) is een veiligheidsfunctie. Als de stroombron na de ingestelde draadlengte geen ontsteking vaststelt, dan wordt de draadaanvoer gestopt.
    SPt
    Puntlastijd
    Eenheid: seconden
    Instelbereik: 0,3 - 5
    Fabrieksinstelling: 1
    SPb
    Puntenpauzetijd
    Eenheid: seconden
    Instelbereik: OFF (UIT), 0,3 - 10 (in stappen van 0,1 seconde)
    Fabrieksinstelling: OFF (UIT)
    Int
    Interval
    Eenheid: -
    Instelbereik: 2T (2-takt), 4T (4-takt)
    Fabrieksinstelling: 2T (2-takt)
    FAC
    Stroombron resetten
    Een van de toetsen voor parameterselectie 2 seconden ingedrukt houden om de leveringsstand te herstellen
    - Als in het digitale venster "PrG" wordt weergegeven, is de stroombron gereset.
    Bij het resetten van de stroombron worden de meeste instellingen gewist. Bewaard blijven:
    • de waarden voor de lascircuitweerstand en de lascircuitinductiviteit
    • landeninstelling
    2nd
    Tweede niveau van het Setup-menu (zie onderdeel "Setup-menu - niveau 2")
    1. Instellingen setup
    2. Set-upmenu

    Parameter voor het MIG/MAG standaard handmatig lassen

    GPr
    Voorstroomtijd gas
    Eenheid: seconden
    Instelbereik: 0 - 9,9
    Fabrieksinstelling: 0,1
    GPo
    Nastroomtijd gas
    Eenheid: seconden
    Instelbereik: 0 - 9,9
    Fabrieksinstelling: 0,5
    Fdi
    Draadinvoersnelheid
    Eenheid: m/min (ipm)
    Instelbereik: 1 - 18,5 (39.37 - 728.35)
    Fabrieksinstelling: 10 (393,7)
    IGc
    IGc Ontsteking
    Eenheid: Ampère
    Instelbereik: 100 - 390
    Fabrieksinstelling: 300
    Ito
    Draadlengte tot inwerkingtreding veiligheidsuitschakeling
    Eenheid: mm (inch)
    Instelbereik: OFF (UIT), 5 - 100 (OFF (UIT), 0,2 - 3,94)
    Fabrieksinstelling: OFF ('UIT’)
    De functie Ignition Time-Out (Ito) is een veiligheidsfunctie.
    Als de stroombron na de ingestelde draadlengte geen ontsteking vaststelt, wordt de draadaanvoer gestopt.
    SPt
    Puntentijd
    Eenheid: seconden
    Instelbereik: OFF (UIT) 0,3 - 5
    Fabrieksinstelling: 1
    SPb
    Puntenpauzetijd
    Eenheid: seconden
    Instelbereik: OFF (UIT), 0,3 - 10 (in stappen van 0,1 seconde)
    Fabrieksinstelling: OFF ('UIT’)
    Int
    Interval
    Eenheid: -
    Instelbereik: 2T (2-staps), 4T (4-staps)
    Fabrieksinstelling: 2T (2-staps)
    FAC
    Stroombron resetten
    Een van de toetsen voor parameterselectie 2 seconden ingedrukt houden om de leveringsstand te herstellen
    - Als in het digitale venster 'PrG' wordt weergegeven, is de stroombron gereset
    Bij het resetten van de stroombron worden de meeste instellingen gewist. Bewaard blijven:
    • de waarden voor de lascircuitweerstand en de lascircuitinductiviteit
    • landeninstelling
    2nd
    tweede niveau van het setup-menu (zie paragraaf 'Setup-menu - niveau 2')
    1. Instellingen setup
    2. Set-upmenu

    Parameters voor elektrodelassen

    HCU
    HotStart-stroom
    Eenheid: %
    Instelbereik: 100 - 200
    Fabrieksinstelling: 150
    Hti
    Hotstrom-tijd
    Eenheid: seconden
    Instelbereik: 0 - 2,0
    Fabrieksinstelling: 0,5
    Ast
    Anti-Stick
    Eenheid: -
    Instelbereik: ON, OFF (AAN, UIT)
    Fabrieksinstelling: On (Aan)
    FAC
    Stroombron resetten
    Een van de toetsen voor parameterselectie 2 seconden ingedrukt houden om de leveringsstand te herstellen
    - Als in het digitale venster 'PrG' wordt weergegeven, is de stroombron gereset.
    Bij het resetten van de stroombron worden de meeste instellingen gewist. Bewaard blijven:
    • de waarden voor de lascircuitweerstand en de lascircuitinductiviteit
    • landeninstelling
    2nd
    tweede niveau van het setup-menu (zie paragraaf 'Setup-menu - niveau 2')
    1. Instellingen setup
    2. Set-upmenu

    Parameter voor TIG-lassen

    F-P
    Pulsfrequentie
    Eenheid: hertz
    Instelbereik: OFF (UIT); 1 - 990
    (tot 10 Hz: in stappen van 0,1 Hz)
    (tot 100 Hz: in stappen van 1 Hz)
    (boven de 100 Hz: in stappen van 10 Hz)
    Fabrieksinstelling = OFF (UIT)
    tUP
    Up-slope
    Eenheid: seconden
    Instelbereik: 0,01 - 9,9
    Fabrieksinstelling: 0,5
    tdo
    Down-slope
    Eenheid: seconden
    Instelbereik: 0,01 - 9,9
    Fabrieksinstelling: 1
    I-S
    Startstroom
    Eenheid: % van hoofdstroom
    Instelbereik: 1 - 200
    Fabrieksinstelling: 35
    I-2
    Reductiestroom
    Eenheid: % van hoofdstroom
    Instelbereik: 1 - 100
    Fabrieksinstelling: 50
    I-E
    Eindstroom
    Eenheid: % van hoofdstroom
    Instelbereik: 1 - 100
    Fabrieksinstelling: 30
    GPo
    Nastroomtijd gas
    Eenheid: seconden
    Instelbereik: 0 - 9,9
    Fabrieksinstelling: 9,9
    tAC
    Hechten
    Eenheid: seconden
    Instelbereik: OFF (UIT), 0,1 - 9,9
    Fabrieksinstelling = OFF (UIT)
    FAC
    Stroombron resetten
    Een van de toetsen voor parameterselectie 2 seconden ingedrukt houden om de leveringsstand te herstellen
    - Als in het digitale venster "PrG" wordt weergegeven, is de stroombron gereset.
    Bij het resetten van de stroombron worden de meeste instellingen gewist. Bewaard blijven:
    • de waarden voor de lascircuitweerstand en de lascircuitinductiviteit
    • landeninstelling
    2nd
    Tweede niveau van het Setup-menu (zie onderdeel "Setup-menu - niveau 2")
    1. Instellingen setup

    Setup-menu - niveau 2

    Beperkingen

    In verband met het Setup-menu niveau 2 ontstaan de volgende beperkingen:

    Het Setup-menu niveau 2 kan niet worden geselecteerd:

    • tijdens het lassen
    • bij actieve functie Gascontrole
    • bij actieve functie Draadinvoer
    • bij actieve functie Draad wegtrekken
    • bij actieve functie Uitblazen

    Zolang het Setup-menu niveau 2 is geselecteerd, zijn de volgende functies niet beschikbaar, ook in het geval van robotbedrijf:

    • Lasstart, voor het robotbedrijf blijft het signaal "Stroombron gereed” uit
    • Gascontrole
    • Draadinvoer
    • Draad wegtrekken
    • Uitblazen
    1. Instellingen setup
    2. Setup-menu - niveau 2

    Beperkingen

    In verband met het Setup-menu niveau 2 ontstaan de volgende beperkingen:

    Het Setup-menu niveau 2 kan niet worden geselecteerd:

    • tijdens het lassen
    • bij actieve functie Gascontrole
    • bij actieve functie Draadinvoer
    • bij actieve functie Draad wegtrekken
    • bij actieve functie Uitblazen

    Zolang het Setup-menu niveau 2 is geselecteerd, zijn de volgende functies niet beschikbaar, ook in het geval van robotbedrijf:

    • Lasstart, voor het robotbedrijf blijft het signaal "Stroombron gereed” uit
    • Gascontrole
    • Draadinvoer
    • Draad wegtrekken
    • Uitblazen
    1. Instellingen setup
    2. Setup-menu - niveau 2

    Bediening (Setup-menu niveau 2)

    Het Setup-menu niveau 2 openen:

    1

    Met behulp van de toets Procedure de procedure "MIG/MAG-standaard-synergisch-lassen" kiezen

    2

    Het bedieningspaneel bevindt zich nu in het Setup-menu van de procedure "MIG/MAG-standaard-synergisch-lassen"; de laatst gekozen Setup-parameter wordt getoond.

    3

    Met het stelwiel links de Setup-parameter "2nd" selecteren

    4

    Het bedieningspaneel bevindt zich nu in het tweede niveau van het Setup-menu van de procedure "MIG/MAG-standaard-synergisch-lassen"; de laatst gekozen Setup-parameter wordt getoond.

    Parameters wijzigen

    1

    Met het stelwiel links de gewenste Setup-parameter selecteren

    Met het stelwiel rechts de waarde van de Setup-parameter wijzigen

    Het Setup-menu verlaten

    1

    Een parameter wordt weergegeven in het Setup-menu van het eerste niveau.

    2
    1. Instellingen setup
    2. Setup-menu - niveau 2

    Parameters voor MIG/MAG standaard synergisch lassen (setup-menu niveau 2)

    C-C
    Cooling unit Control - besturing koelapparaat
    (alleen bij TST 3500c MP en bij aangesloten koelapparaat)
    Eenheid: -
    Instelbereik: Aut, On, OFF
    Fabrieksinstelling: Aut
    Aut: Het koelapparaat schakelt na een laspauze van 2 minuten uit.
    BELANGRIJK! Zijn de opties Bewaking koelmiddeltemperatuur en Bewaking doorstroming in het koelapparaat ingebouwd, dan schakelt het koelapparaat uit zodra de teruglooptemperatuur lager is dan 50 °C, maar op zijn vroegst na 2 minuten laspauze.
    On (Aan): Het koelapparaat blijft permanent ingeschakeld
    OFF ('UIT'): Het koelapparaat blijft permanent uitgeschakeld
    BELANGRIJK! Bij gebruik van de parameter FAC wordt de parameter C-C niet teruggezet naar de fabrieksinstelling. Als de lasprocedure Elektrodelassen is geselecteerd, blijft het koelapparaat altijd uitgeschakeld, ook in de stand 'On' (Aan).
    C-t
    Cooling Time
    (alleen bij TST 3500c MP en bij aangesloten koelapparaat)
    Tijd tussen het aanspreken van de doorstroombewaking en uitgave van de servicecode 'no | H2O'. Als in het koelsysteem bijvoorbeeld luchtbellen voorkomen, schakelt het koelapparaat pas na de ingestelde tijd uit.
    Eenheid: s
    Instelbereik: 5 - 25
    Fabrieksinstelling: 10
    BELANGRIJK! Voor testdoeleinden loopt het koelapparaat na elke inschakeling van de stroombron 180 seconden lang.
    SEt
    Landeninstelling (Standaard / US) ... Std / US (VS)
    Eenheid: -
    Instelbereik: Std, US (VS)
    Bij selectie van Std worden de lasprogramma's Euro volgens de lasprogrammatabel gebruikt.
    Bij selectie van US worden de lasprogramma's US volgens de lasprogrammatabel gebruikt.
    Fabrieksinstelling:
    Standaardversie: Std (maataanduiding: cm/mm)
    US-versie: US (maataanduiding: inch)
    FUS
    Netbeveiliging
    Het maximaal mogelijke lasvermogen wordt beperkt door de hoogte van de ingestelde netbeveiliging.
    Eenheid: A
    De beschikbare netbeveiligingswaarden zijn afhankelijk van de instelling van de parameter SEt:
    Parameter SEt op Std: OFF / 10 / 13 / 16
    Parameter SEt op US: OFF ('UIT') / 15 / 20 (alleen bij 120 V netspanning)
    Fabrieksinstelling: OFF ('UIT’)
    LED
    Tijdvertraging voor de uitschakeling van de binnenverlichting van de draadspoelen
    De tijdvertraging begint met de laatste bediening van de toetsen.
    Eenheid: Minuten
    Instelbereik: ON / OFF / 0 - 100
    Fabrieksinstelling: 10
    alleen bij de TSt 2700c MP
    r
    Laskringweerstand (in mOhm)
    zie onderdeel 'Laskring-weerstand r bepalen'
    L
    Laskring-inductiviteit (in Microhenry)
    zie onderdeel 'Laskring-inductiviteit L weergeven'
    EnE
    Real Energy Input
    Eenheid: kJ
    Instelbereik: ON / OFF
    Fabrieksinstelling: OFF ('UIT’)
    Aangezien niet het gehele waardebereik (1 kJ - 99999 kJ) op het display van drie cijfers kan worden aangegeven, is de volgende weergavevariant gekozen:
    Waarde in kJ: 1 tot 999 / weergave op display: 1 tot 999
    Waarde in kJ: 1000 tot 9999 / weergave op display: 1,00 tot 9,99 (gedeeld door duizend tot twee cijfers achter de komma, bijvoorbeeld 5270 kJ -> 5,27)
    Waarde in kJ: 10000 tot 99999 / weergave op display: 10,0 tot 99,9 (gedeeld door duizend tot één cijfer achter de komma, bijvoorbeeld 23580 kJ -> 23,6)
    ALC
    Weergave lengtecorrectie lichtboog
    (instelling van de weergave van de Lengtecorrectie lichtboog)
    Instelbereik: ON / OFF
    Fabrieksinstelling: OFF ('UIT’)
    Indien ingesteld op ON (AAN), wanneer de parameter Lasvermogen is geselecteerd en op het bedieningspaneel ingesteld,
    geeft de weergave links gedurende 3 seconden de waarde weer voor de Lengtecorrectie lichtboog;
    geeft de weergave rechts gelijktijdig de waarde weer voor het lasvermogen.
    Ejt
    EasyJob Trigger
    voor het activeren / deactiveren van het omschakelen van EasyJobs met de toortstoets
    Eenheid: -
    Instelbereik: ON, OFF (AAN, UIT)
    Fabrieksinstelling: OFF (UIT)
    Functie met MIG/MAG-toortstoets
    Toortstoets kort (<0,5 s) indrukken
    Geen lasbedrijf:
    • Alle MIG/MAG-EasyJobs worden één voor één doorgeschakeld.
    • Als er geen EasyJob is geselecteerd, dan werkt de toortstoets normaal.
    • Als er geen MIG/MAG-EasyJob is geselecteerd, dan vindt er geen verandering plaats.
    In het lasbedrijf:
    • Doorschakelen van MIG/MAG-EasyJobs met dezelfde bedrijfsmodus (4-taktbedrijf, speciaal 4-taktbedrijf, 4-takt-intervallassen) en met dezelfde lasprocedure.
    • Het omschakelen is bij puntlassen niet mogelijk.
    Functie met MIG/MAG-Up/Down-toets
    Als er een EasyJob is geselecteerd, worden de EasyJob en de lasstroom gewijzigd.
    Geen lasbedrijf:
    • Alle MIG/MAG-EasyJobs worden één voor één doorgeschakeld.
    In het lasbedrijf:
    • Doorschakelen van MIG/MAG-EasyJobs met dezelfde bedrijfsmodus (2-taktbedrijf, 4-taktbedrijf, speciaal 4-taktbedrijf, 4-takt-intervallassen) en met dezelfde lasprocedure.
      Terugschakelen is mogelijk.
    1. Instellingen setup
    2. Setup-menu - niveau 2

    Parameters voor MIG/MAG standaard handmatig lassen (setup-menu niveau 2)

    C-C
    Cooling unit Control - besturing koelapparaat
    (alleen bij TST 3500c MP en bij aangesloten koelapparaat)
    Eenheid: -
    Instelbereik: Aut, On, OFF
    Fabrieksinstelling: Aut
    Aut: Het koelapparaat schakelt na een laspauze van 2 minuten uit.
    BELANGRIJK! Zijn de opties Bewaking koelmiddeltemperatuur en Bewaking doorstroming in het koelapparaat ingebouwd, dan schakelt het koelapparaat uit zodra de teruglooptemperatuur lager is dan 50 °C, maar op zijn vroegst na 2 minuten laspauze.
    On (Aan): Het koelapparaat blijft permanent ingeschakeld
    OFF ('UIT'): Het koelapparaat blijft permanent uitgeschakeld
    BELANGRIJK! Bij gebruik van de parameter FAC wordt de parameter C-C niet teruggezet naar de fabrieksinstelling. Als de lasprocedure Elektrodelassen is geselecteerd, blijft het koelapparaat altijd uitgeschakeld, ook in de stand 'On' (Aan).
    C-t
    Cooling Time
    (alleen bij TST 3500c MP en bij aangesloten koelapparaat)
    Tijd tussen het aanspreken van de doorstroombewaking en uitgave van de servicecode 'no | H2O'. Als in het koelsysteem bijvoorbeeld luchtbellen voorkomen, schakelt het koelapparaat pas na de ingestelde tijd uit.
    Eenheid: s
    Instelbereik: 5 - 25
    Fabrieksinstelling: 10
    BELANGRIJK! Voor testdoeleinden loopt het koelapparaat na elke inschakeling van de stroombron 180 seconden lang.
    SEt
    Landeninstelling (Standaard / US) ... Std / US (VS)
    Eenheid: -
    Instelbereik: Std, US (VS)
    Bij selectie van Std worden de lasprogramma's Euro volgens de lasprogrammatabel gebruikt.
    Bij selectie van US worden de lasprogramma's US volgens de lasprogrammatabel gebruikt.
    Fabrieksinstelling:
    Standaardversie: Std (maataanduiding: cm/mm)
    US-versie: US (maataanduiding: inch)
    FUS
    Netbeveiliging
    Het maximaal mogelijke lasvermogen wordt beperkt door de hoogte van de ingestelde netbeveiliging.
    Eenheid: A
    De beschikbare netbeveiligingswaarden zijn afhankelijk van de instelling van de parameter SEt:
    Parameter SEt op Std: OFF / 10 / 13 / 16
    Parameter SEt op US: OFF ('UIT') / 15 / 20 (alleen bij 120 V netspanning)
    Fabrieksinstelling: OFF ('UIT’)
    LED
    Tijdvertraging voor de uitschakeling van de binnenverlichting van de draadspoelen
    De tijdvertraging begint met de laatste bediening van de toetsen.
    Eenheid: Minuten
    Instelbereik: ON / OFF / 0 - 100
    Fabrieksinstelling: 10
    alleen bij de TSt 2700c MP
    r
    Laskringweerstand (in mOhm)
    zie onderdeel 'Laskring-weerstand r bepalen'
    L
    Laskring-inductiviteit (in Microhenry)
    zie onderdeel 'Laskring-inductiviteit L weergeven'
    EnE
    Real Energy Input
    Eenheid: kJ
    Instelbereik: ON / OFF
    Fabrieksinstelling: OFF ('UIT’)
    Aangezien niet het gehele waardebereik (1 kJ - 99999 kJ) op het display van drie cijfers kan worden aangegeven, is de volgende weergavevariant gekozen:
    Waarde in kJ: 1 tot 999 / weergave op display: 1 tot 999
    Waarde in kJ: 1000 tot 9999 / weergave op display: 1,00 tot 9,99 (gedeeld door duizend tot twee cijfers achter de komma, bijvoorbeeld 5270 kJ -> 5,27)
    Waarde in kJ: 10000 tot 99999 / weergave op display: 10,0 tot 99,9 (gedeeld door duizend tot één cijfer achter de komma, bijvoorbeeld 23580 kJ -> 23,6)
    Ejt
    EasyJob Trigger
    voor het activeren / deactiveren van het omschakelen van EasyJobs met de toortstoets
    Eenheid: -
    Instelbereik: ON, OFF (AAN, UIT)
    Fabrieksinstelling: OFF (UIT)
    Functie met MIG/MAG-toortstoets
    Toortstoets kort (<0,5 s) indrukken
    Geen lasbedrijf:
    • Alle MIG/MAG-EasyJobs worden één voor één doorgeschakeld.
    • Als er geen EasyJob is geselecteerd, dan werkt de toortstoets normaal.
    • Als er geen MIG/MAG-EasyJob is geselecteerd, dan vindt er geen verandering plaats.
    In het lasbedrijf:
    • Doorschakelen van MIG/MAG-EasyJobs met dezelfde bedrijfsmodus (4-taktbedrijf, speciaal 4-taktbedrijf, 4-takt-intervallassen) en met dezelfde lasprocedure.
    • Het omschakelen is bij puntlassen niet mogelijk.
    Functie met MIG/MAG-Up/Down-toets
    Als er een EasyJob is geselecteerd, worden de EasyJob en de lasstroom gewijzigd.
    Geen lasbedrijf:
    • Alle MIG/MAG-EasyJobs worden één voor één doorgeschakeld.
    In het lasbedrijf:
    • Doorschakelen van MIG/MAG-EasyJobs met dezelfde bedrijfsmodus (2-taktbedrijf, 4-taktbedrijf, speciaal 4-taktbedrijf, 4-takt-intervallassen) en met dezelfde lasprocedure.
      Terugschakelen is mogelijk.
    1. Instellingen setup
    2. Setup-menu - niveau 2

    Parameter voor elektrodelassen

    SEt
    Landeninstelling (Standaard / US) ... Std / US (VS)
    Eenheid: -
    Instelbereik: Std, US (VS)
    Fabrieksinstelling:
    Standaardapparaat: Std (maataanduiding: cm/mm)
    Amerikaans apparaat: US (maataanduiding: inch)
    r
    Laskringweerstand (in mOhm)
    Zie paragraaf Laskringweerstand vaststellen (MIG/MAG-lassen) vanaf pagina (→)
    L
    Laskring-inductiviteit (in microhenry)
    Zie paragraaf Laskring-inductiviteit aangeven vanaf pagina (→)
    FUS
    Netbeveiliging
    Het maximaal mogelijke lasvermogen wordt beperkt door de hoogte van de ingestelde netbeveiliging.
    Eenheid: A
    De beschikbare netbeveiligingswaarden zijn afhankelijk van de instelling van de parameter SEt:
    Parameter SEt op Std: OFF ('UIT') / 10 / 13 / 16
    Parameter SEt op US: OFF ('UIT') / 15 / 20 (alleen bij 120V-netspanning)
    Fabrieksinstelling: OFF ('UIT')
    1. Instellingen setup
    2. Setup-menu - niveau 2

    Parameter voor WIG-lassen (setup-menu niveau 2)

    C-C
    Cooling unit Control - besturing koelapparaat
    (alleen bij TST 3500c MP en bij aangesloten koelapparaat)
    Eenheid: -
    Instelbereik: Aut, On, OFF
    Fabrieksinstelling: Aut
    Aut: Het koelapparaat schakelt na een laspauze van 2 minuten uit.
    BELANGRIJK! Zijn de opties Bewaking koelmiddeltemperatuur en Bewaking doorstroming in het koelapparaat ingebouwd, dan schakelt het koelapparaat uit zodra de teruglooptemperatuur lager is dan 50 °C, maar op zijn vroegst na 2 minuten laspauze.
    On (Aan): Het koelapparaat blijft permanent ingeschakeld
    OFF ('UIT'): Het koelapparaat blijft permanent uitgeschakeld
    BELANGRIJK! Bij gebruik van de parameter FAC wordt de parameter C-C niet teruggezet naar de fabrieksinstelling. Als de lasprocedure Elektrodelassen is geselecteerd, blijft het koelapparaat altijd uitgeschakeld, ook in de stand 'On' (Aan).
    C-t
    Cooling Time
    (alleen bij TST 3500c MP en bij aangesloten koelapparaat)
    Tijd tussen het aanspreken van de doorstroombewaking en uitgave van de servicecode 'no | H2O'. Als in het koelsysteem bijvoorbeeld luchtbellen voorkomen schakelt het koelapparaat pas na de ingestelde tijd uit.
    Eenheid: s
    Instelbereik: 5 - 25
    Fabrieksinstelling: 10
    BELANGRIJK! Voor testdoeleinden loopt het koelapparaat na elke inschakeling van de stroombron 180 seconden lang.
    SEt
    Landeninstelling (Standaard / USA) ... Std / US (Std. / VS)
    Eenheid: -
    Instelbereik: Std, US (Standaard / USA)
    Bij selectie van Std worden de lasprogramma's Euro volgens de lasprogrammatabel gebruikt.
    Bij selectie van US worden de lasprogramma's US volgens de lasprogrammatabel gebruikt.
    Fabrieksinstelling:
    Standaardversie: Std (maataanduiding: cm/mm)
    USA-versie: US (maataanduiding: inch)
    FUS
    Netbeveiliging
    Het maximaal mogelijke lasvermogen wordt beperkt door de hoogte van de ingestelde netbeveiliging.
    Eenheid: A
    De beschikbare netbeveiligingswaarden zijn afhankelijk van de instelling van de parameter SEt:
    Parameter SEt op Std: OFF / 10 / 13 / 16
    Parameter SEt op US: OFF (UIT) / 15 / 20 (alleen bij 120 V netspanning)
    Fabrieksinstelling: OFF ('UIT’)
    1. Instellingen setup

    Laskringweerstand r vaststellen

    Algemeen

    Door het vaststellen van de lascircuitweerstand is het mogelijk om ook bij verschillende lengtes van het slangenpakket altijd een gelijkblijvend lasresultaat te bereiken; daardoor is de lasspanning bij de lichtboog altijd precies afgestemd, onafhankelijk van de lengte en de doorsnede van het slangenpakket. Gebruik van de Lengtecorrectie lichtboog is niet meer nodig.

    De laskringweerstand wordt na het vaststellen op het display weergegeven.

    r = lascircuitweerstand in milliohm (mOhm)

    Bij een correct doorgevoerde bepaling van de laskringweerstand komt de ingestelde lasspanning precies overeen met de lasspanning bij de lichtboog. Als de spanning bij de uitgangsbussen van de stroombron handmatig wordt gemeten, is deze met het spanningsverval van het slangenpakket hoger dan de lasspanning bij de lichtboog.

    De laskringweerstand is afhankelijk van het gebruikte slangenpakket:
    • bij wijziging van de lengte of doorsnede van het slangenpakket de laskringweerstand opnieuw vaststellen
    • de laskringweerstand voor elke lasprocedure met de bijbehorende lasleidingen apart vaststellen
    1. Instellingen setup
    2. Laskringweerstand r vaststellen

    Algemeen

    Door het vaststellen van de lascircuitweerstand is het mogelijk om ook bij verschillende lengtes van het slangenpakket altijd een gelijkblijvend lasresultaat te bereiken; daardoor is de lasspanning bij de lichtboog altijd precies afgestemd, onafhankelijk van de lengte en de doorsnede van het slangenpakket. Gebruik van de Lengtecorrectie lichtboog is niet meer nodig.

    De laskringweerstand wordt na het vaststellen op het display weergegeven.

    r = lascircuitweerstand in milliohm (mOhm)

    Bij een correct doorgevoerde bepaling van de laskringweerstand komt de ingestelde lasspanning precies overeen met de lasspanning bij de lichtboog. Als de spanning bij de uitgangsbussen van de stroombron handmatig wordt gemeten, is deze met het spanningsverval van het slangenpakket hoger dan de lasspanning bij de lichtboog.

    De laskringweerstand is afhankelijk van het gebruikte slangenpakket:
    • bij wijziging van de lengte of doorsnede van het slangenpakket de laskringweerstand opnieuw vaststellen
    • de laskringweerstand voor elke lasprocedure met de bijbehorende lasleidingen apart vaststellen
    1. Instellingen setup
    2. Laskringweerstand r vaststellen

    Laskringweerstand vaststellen (MIG/MAG-lassen)

    OPMERKING!

    Risico op een foutieve meting van de laskringweerstand.

    Dit kan een negatief effect hebben op het lasresultaat.

    Controleren of het werkstuk in het bereik van de aardingsklem een optimaal contactoppervlak biedt (oppervlak schoongemaakt, roestvrij gemaakt, enz.).

    1Controleren of de procedure MANUAL of SYNERGIC is geselecteerd
    2Aardingsverbinding met werkstuk maken
    3Niveau 2 van het setup-menu openen (2nd)
    4Parameter 'r' kiezen
    5Gasbuis van de lasbrander verwijderen
    6Contactbuis vastschroeven
    7Ervoor zorgen dat de draadelektrode niet uit de contactbuis steekt

    OPMERKING!

    Risico op een foutieve meting van de laskringweerstand.

    Dit kan een negatief effect hebben op het lasresultaat.

    Controleren of het werkstuk een optimaal contactoppervlak voor de contactbuis biedt (oppervlak schoongemaakt, roestvrij gemaakt, enz.).

    8Contactbuis vol op het werkstukoppervlak zetten
    9Brandertoets kort indrukken
    • De lascircuit-weerstand wordt berekend. Tijdens het meten verschijnt op het display 'run'

    De meting is afgesloten wanneer het display de lascircuit-weerstand in mOhm weergeeft (bijvoorbeeld 11,4).

    10Gasbuis van de lasbrander weer monteren
    1. Instellingen setup

    Laskringinductiviteit L weergeven

    Algemeen

    De ligging van het leidingpakket het aanzienlijke uitwerking op de laskringinductiviteit en heeft daardoor invloed op het lasproces. Om het optimale lasresultaat te verkrijgen, is daarom een correcte ligging van het leidingpakket belangrijk.

    1. Instellingen setup
    2. Laskringinductiviteit L weergeven

    Algemeen

    De ligging van het leidingpakket het aanzienlijke uitwerking op de laskringinductiviteit en heeft daardoor invloed op het lasproces. Om het optimale lasresultaat te verkrijgen, is daarom een correcte ligging van het leidingpakket belangrijk.

    1. Instellingen setup
    2. Laskringinductiviteit L weergeven

    Laskring-inductiviteit aangeven

    Met de setup-parameter 'L' wordt de laatst vastgestelde laskring-inductiviteit weergegeven. De daadwerkelijke afstelling van de laskring-inductiviteit vindt tegelijkertijd met het vaststellen van de laskringweerstand plaats. Gedetailleerde informatie daarover vindt u in het hoofdstuk 'Laskringweerstand vaststellen'.

    1Het setup-menu niveau 2 openen (2nd)
    2Parameter 'L' kiezen

    De laatst vastgestelde laskring-inductiviteit L wordt op het rechter digitale scherm getoond.

    L ... Laskring-inductiviteit (in microhenry)

    1. Instellingen setup
    2. Laskringinductiviteit L weergeven

    Juiste ligging van de slangenpakketten

    Storingen opheffen en onderhoud

    Storingsdiagnose en storingen opheffen

    Algemeen

    De apparaten zijn uitgerust met een intelligent beveiligingssysteem. Hierdoor hoeft er vrijwel geen gebruik meer te worden gemaakt van smeltzekeringen. Het vervangen van smeltzekeringen behoort dan ook tot het verleden. Na het oplossen van een mogelijke storing is het apparaat weer klaar voor gebruik.

    1. Storingen opheffen en onderhoud

    Storingsdiagnose en storingen opheffen

    Algemeen

    De apparaten zijn uitgerust met een intelligent beveiligingssysteem. Hierdoor hoeft er vrijwel geen gebruik meer te worden gemaakt van smeltzekeringen. Het vervangen van smeltzekeringen behoort dan ook tot het verleden. Na het oplossen van een mogelijke storing is het apparaat weer klaar voor gebruik.

    1. Storingen opheffen en onderhoud
    2. Storingsdiagnose en storingen opheffen

    Algemeen

    De apparaten zijn uitgerust met een intelligent beveiligingssysteem. Hierdoor hoeft er vrijwel geen gebruik meer te worden gemaakt van smeltzekeringen. Het vervangen van smeltzekeringen behoort dan ook tot het verleden. Na het oplossen van een mogelijke storing is het apparaat weer klaar voor gebruik.

    1. Storingen opheffen en onderhoud
    2. Storingsdiagnose en storingen opheffen

    Veiligheid

    GEVAAR!

    Gevaar door verkeerde bediening en verkeerd uitgevoerde werkzaamheden.

    Dit kan ernstig letsel en schade aan eigendommen veroorzaken.

    Alle werkzaamheden en functies die in dit document worden beschreven, mogen uitsluitend door technisch geschoold personeel worden uitgevoerd.

    U dient dit document volledig te lezen en te begrijpen.

    Alle veiligheidsvoorschriften en gebruikersdocumentatie van dit apparaat en alle systeemcomponenten moeten gelezen en begrepen worden.

    GEVAAR!

    Gevaar door elektrische stroom.

    Dit kan ernstig letsel en schade aan eigendommen veroorzaken.

    Schakel voor aanvang van de werkzaamheden alle betrokken apparaten en componenten uit en ontkoppel ze van het elektriciteitsnet.

    Beveilig alle betrokken apparaten en componenten tegen opnieuw inschakelen.

    Controleer na het openen van het apparaat met behulp van een geschikte meter of de elektrisch geladen onderdelen (bijv. condensatoren) ontladen zijn.

    GEVAAR!

    Gevaar door ontoereikende randaardeverbindingen.

    Dit kan ernstig letsel en schade aan eigendommen veroorzaken.

    De schroeven van de behuizing vormen een geschikte verbinding van de randaarde, voor de aarding van de behuizing.

    De schroeven van de behuizing mogen in geen geval worden vervangen door andere schroeven zonder betrouwbare verbinding van de randaarde.

    1. Storingen opheffen en onderhoud
    2. Storingsdiagnose en storingen opheffen

    Storingsdiagnose

    Noteer het serienummer en de configuratie van het apparaat en neem met een gedetailleerde foutbeschrijving contact op met de servicedienst als

    • er storingen optreden die hieronder niet zijn vermeld
    • met de voorgestelde remedie de storing niet wordt verholpen

    Stroombron functioneert niet
    De netschakelaar is ingeschakeld, maar de weergaven branden niet
    Oorzaak:De stroomtoevoer is onderbroken, de netstekker is niet in het stopcontact gestoken
    Oplossing:Netvoedingskabel controleren, de stekker van het netsnoer in het stopcontact steken
    Oorzaak:De netstekkerdoos of de netstekker is defect
    Oplossing:De defecte onderdelen vervangen
    Oorzaak:Netbeveiliging
    Oplossing:De netbeveiliging vervangen
    Geen functioneren na indrukken van de brandertoets
    Netschakelaar ingeschakeld, schermen lichten op
    Oorzaak:alleen bij lastoortsen met externe stuurstekker: De stuurstekker is niet aangesloten
    Oplossing:Steek stuurstekker in contact
    Oorzaak:Lastoorts of stuurleiding van de lastoorts is defect
    Oplossing:Vervang de lastoorts
    geen functioneren na indrukken van de brandertoets
    Netschakelaar stroombron ingeschakeld, op de stroombron brandt de aanduiding Stroombron aan, aanduidingen op draadaanvoer branden niet
    Oorzaak:Verbindingsslangenpakket defect of niet correct aangesloten
    Remedie:Verbindingsleidingpakket controleren
    Geen lasstroom
    De netschakelaar is ingeschakeld, een van de servicecodes voor te hoge temperatuur "to" wordt weergegeven. Uitgebreide informatie over de servicecodes "to0" t/m "to6" leest u in de sectie "Weergegeven servicecodes".
    Oorzaak:Overbelasting
    Remedie:Rekening houden met maximale ingeschakelde tijd
    Oorzaak:Thermo-veiligheidsautomaat heeft de stroombron uitgeschakeld
    Remedie:Afkoelfase afwachten; stroombron gaat na korte tijd vanzelf weer aan
    Oorzaak:Onvoldoende toevoer van koellucht
    Remedie:Trek het luchtfilter aan de achterzijde van de behuizing zijdelings uit het apparaat en maak het filter schoon, zorg ervoor dat zich rond de koelluchtkanalen geen obstructies bevinden
    Oorzaak:Ventilator in de stroombron is defect
    Remedie:Neem contact op met de servicedienst
    Geen lasstroom
    Netschakelaar van stroombron ingeschakeld, schermen lichten op
    Oorzaak:Verkeerde massa-aansluiting
    Remedie:Aardeaansluiting op polariteit controleren
    Oorzaak:Stroomkabel in lasbrander onderbroken
    Remedie:Lasbrander vervangen
    geen beschermgas
    alle andere functies beschikbaar
    Oorzaak:Gasfles leeg
    Remedie:Gasfles vervangen
    Oorzaak:Gasdrukverminderaar defect
    Remedie:Gasdrukverminderaar vervangen
    Oorzaak:Gasleiding niet gemonteerd of beschadigd
    Remedie:Gasleiding monteren of vervangen
    Oorzaak:Lasbrander defect
    Remedie:Lasbrander vervangen
    Oorzaak:Gasmagneetventiel defect
    Remedie:Contact opnemen met de servicedienst
    Onregelmatige draadsnelheid
    Oorzaak:rem te sterk afgesteld
    Oplossing:rem losmaken
    Oorzaak:boring van de contactbuis te nauw
    Oplossing:passende contactbuis gebruiken
    Oorzaak:draadgeleidekern in lasbrander defect
    Oplossing:draadgeleidekern controleren op knikken, vuil enz. en eventueel vervangen
    Oorzaak:aandrijfrollen niet geschikt voor gebruikte draadelektrode
    Oplossing:passende aandrijfrollen gebruiken
    Oorzaak:verkeerde contactdruk van de aandrijfrollen
    Oplossing:contactdruk optimaliseren
    Problemen met draadaanvoer
    bij toepassingen met lange lasbrander-leidingpakketten
    Oorzaak:onjuiste ligging van het slangenpakket van de lasbrander
    Oplossing:Het slangenpakket van de lasbrander zo rechtlijnig mogelijk leggen, nauwe buigingen vermijden
    Lastoorts wordt zeer heet
    Oorzaak:Lastoorts te zwak gedimensioneerd
    Oplossing:rekening houden met inschakelduur en belastingsgrenzen
    Oorzaak:alleen bij watergekoelde apparaten: doorstroming koelmiddel te laag
    Oplossing:koelmiddelpeil, koelmiddeldoorstroomhoeveelheid, koelmiddelvervuiling enz. controleren. Meer informatie vindt u in de gebruiksaanwijzing van het koelapparaat
    Slechte laseigenschappen
    Oorzaak:Verkeerde lasparameter
    Remedie:Instellingen controleren
    Oorzaak:Massaverbinding slecht
    Remedie:Goed contact met werkstuk maken
    Oorzaak:Geen of te weinig beschermgas
    Remedie:Drukverminderaar, gasleiding, gas-magneetventiel, lasbrander-gasaansluiting enz. controleren
    Oorzaak:Lasbrander lek
    Remedie:Lasbrander vervangen
    Oorzaak:Verkeerde of uitgeslepen contactbuis
    Remedie:Contactbuis vervangen
    Oorzaak:Verkeerde draadlegering of verkeerde draaddiameter
    Remedie:Ingelegde draadelektrode controleren
    Oorzaak:Verkeerde draadlegering of verkeerde draaddiameter
    Remedie:Lasbaarheid van het basismateriaal controleren
    Oorzaak:Beschermgas niet geschikt voor draadlegering
    Remedie:Juiste soort beschermgas gebruiken
    1. Storingen opheffen en onderhoud
    2. Storingsdiagnose en storingen opheffen

    Weergegeven servicecodes

    Als er op een van de weergaven een foutmelding wordt weergegeven die hier niet is genoemd, probeert u het probleem dan eerst op de volgende wijze op te lossen:

    1Netschakelaar voor de stroombron in stand - O - zetten
    210 seconden wachten
    3Netschakelaar in stand -I- zetten


    Doet de storing zich ondanks meerdere pogingen deze te verhelpen, opnieuw voor of hebben de hier voorgestelde remedies niet het gewenste gevolg, ga dan als volgt te werk:

    1noteer de weergegeven foutmelding
    2noteer de configuratie van de stroombron
    3neem met een gedetailleerde foutbeschrijving contact op met de servicedienst

    ESr | 20
    Oorzaak:Het gebruikte koelapparaat is niet compatibel met de stroombron
    Remedie:Compatibel koelapparaat aansluiten
    -----
    Oorzaak:Op de robotinterface is een ongeldig lasproces opgeroepen (nr. 37) of een leeg item geselecteerd (nr. 32)
    Remedie:Een geldig lasproces oproepen of een toegewezen geheugentoets selecteren
    ELn | 8
    Oorzaak:De aangesloten draadaanvoer wordt niet ondersteund
    Remedie:Ondersteunde draadaanvoer aansluiten
    ELn | 12
    Oorzaak:In het systeem bevinden zich niet-combineerbare bedieningspanelen voor de materiaalselectie
    Remedie:Combineerbare bedieningspanelen voor de materiaalselectie aansluiten
    ELn | 13
    Oorzaak:Ongeldige wisseling van het lasproces tijdens het lassen
    Remedie:Tijdens het lassen geen niet-toegestane wisseling van het lasproces uitvoeren; hef de foutmelding op door op een willekeurige toets te drukken
    ELn | 14
    Oorzaak:Er is meer dan één robotinterface aangesloten
    Remedie:Er mag slechts één robotinterface zijn aangesloten; controleer de systeemconfiguratie
    ELn | 15
    Oorzaak:Er is meer dan één afstandsbediening aangesloten
    Remedie:Er mag slechts één afstandsbediening zijn aangesloten; controleer de systeemconfiguratie
    Err | IP
    Oorzaak:De besturing van de stroombron heeft een primaire overspanning geconstateerd
    Oplossing:Netspanning controleren.
    Indien servicecode alsnog blijft staan, stroombron uitschakelen, 10 seconden wachten en aansluitend stroombron weer inschakelen.
    Als de fout ook dan nog blijft bestaan, servicedienst verwittigen
    Err | PE
    Oorzaak:De aardstroomcontrole heeft de veiligheidsschakelaar van de stroombron in werking gesteld.
    Remedie:Stroombron uitschakelen
    Stroombron op een geïsoleerde ondergrond plaatsen
    Aardekabel op een deel van het werkstuk aansluiten, dat zich dicht bij de lichtboog bevindt
    10 seconden wachten en aansluitend weer inschakelen

    treedt de storing ondanks meerdere pogingen opnieuw op - Servicedienst op de hoogte brengen
    Err | Ur
    Oorzaak:Bij de optie VRD werd de nullastspanningsgrens bij stationair draaien van 35 V overschreden.
    Remedie:Stroombron uitschakelen
    10 seconden wachten en vervolgens stroombron opnieuw inschakelen
    no | UrL
    Oorzaak:De optie VRD is te vroeg in werking getreden.
    Remedie:Controleer of alle laskabels en regelkabels zijn aangesloten.

    Stroombron uitschakelen
    10 seconden wachten en vervolgens de stroombron weer inschakelen

    Treedt opnieuw de fout meerdere keren op - servicedienst op de hoogte brengen.
    E-Stop
    Oorzaak:De optie Externe stop heeft ingegrepen
    Remedie:De situatie opheffen die tot de externe stop heeft geleid
    -St | oP-
    Oorzaak:Flag op de robotinterface is niet gewist door de robot
    Remedie:Op de robotinterface het signaal "Robot gereed" wissen
    PHA | SE
    Oorzaak:Fase-uitval
    speciaal bij TSt 2700c:
    Als de fout tijdens het lassen optreedt, wordt het lassen gestopt.
    speciaal bij TSt 2700 MV:
    Een 1-fasig bedrijf met beperkt vermogen is mogelijk:
    Bij het inschakelen van de stroombron verschijnt de weergave "PHA | SE1" om u op een lager vermogen attent te maken.
    Als er tijdens het lassen van de 3-fasige voeding naar de 1-fasige voeding wordt overgeschakeld (weergave: "PHA | SE1") of van 1-fasig naar 3-fasig (weergave: "PH | ASE 3"), wordt het lassen gestopt.
    Oplossing:Netbeveiliging, netvoedingskabel en netstekker controleren.
    Stroombron uitschakelen, 10 seconden wachten en stroombron weer inschakelen.
    PHA | SE1
    Oorzaak:De stroombron wordt eenfasig gebruikt
    Remedie:-
    PHA | SE3
    Oorzaak:De stroombron wordt driefasig gebruikt
    Remedie:-
    Err | 51
    Oorzaak:Onderspanning van het net: de netspanning is onder de tolerantiewaarde gekomen
    Remedie:Netspanning controleren; wordt de foutcode nog steeds weergegeven, dan contact opnemen met de servicedienst
    Err | 52
    Oorzaak:Overspanning van het net: de netspanning heeft de tolerantiewaarde overschreden
    Remedie:Netspanning controleren; wordt de foutcode nog steeds weergegeven, dan contact opnemen met de servicedienst
    EFd 5
    Oorzaak: Niet-toegestane draadaanvoer aangesloten
    Remedie:Toegestane draadaanvoer aansluiten
    EFd 8
    Oorzaak: Te hoge temperatuur draadaanvoer
    Remedie:Draadaanvoer laten afkoelen
    EFd | 81, EFd | 83
    Oorzaak:Fout in draadstimuleringssysteem (overspanning aandrijving draadtoevoer)
    Remedie:Leidingpakket zo rechtlijnig mogelijk uitleggen; draadgeleidingskernen op knikken of vuil controleren; contactdruk bij 4-rollenaandrijving controleren
    Oorzaak:Draadtoevoermotor stokt of is defect
    Remedie:Draadtoevoermotor controleren of Servicdienst raadplegen
    to0 | xxx
    Opmerking: xxx staat voor een temperatuurwaarde
    Oorzaak:Te hoge temperatuur in primaire kring van de stroombron
    Remedie:Stroombron laten afkoelen, luchtfilter controleren en indien nodig reinigen, controleren of de ventilator loopt
    to1 | xxx
    Opmerking: xxx staat voor een temperatuurwaarde
    Oorzaak:Te hoge temperatuur bij de booster in de stroombron
    Remedie:Stroombron laten afkoelen, luchtfilter controleren en indien nodig reinigen, controleren of de ventilator loopt
    to2 | xxx
    Opmerking: xxx staat voor een temperatuurwaarde
    Oorzaak:Te hoge temperatuur in secundaire kring van de stroombron
    Remedie:Stroombron laten afkoelen, controleren of de ventilator loopt
    to3 | xxx
    Opmerking: xxx staat voor een temperatuurwaarde
    Oorzaak:Te hoge temperatuur in de motor van de draadaanvoer
    Remedie:Draadaanvoer laten afkoelen
    to4 | xxx
    Opmerking: xxx staat voor een temperatuurwaarde
    Oorzaak:Te hoge temperatuur in lasbrander
    Remedie:Lasbrander laten afkoelen
    to5 | xxx
    Opmerking: xxx staat voor een temperatuurwaarde
    Oorzaak:Te hoge temperatuur in koelapparaat
    Remedie:Koelapparaat laten afkoelen, controleren of de ventilator loopt
    to6 | xxx
    Opmerking: xxx staat voor een temperatuurwaarde
    Oorzaak:Te hoge temperatuur in de transformator van de stroombron
    Remedie:Stroombron laten afkoelen, luchtfilter controleren en indien nodig reinigen, controleren of de ventilator loopt
    to7 | xxx
    Opmerking: xxx staat voor een temperatuurwaarde
    Oorzaak:Te hoge temperatuur in de stroombron
    Oplossing:Stroombron laten afkoelen, luchtfilter controleren en indien nodig reinigen, controleren of de ventilator loopt
    toF | xxx
    Oorzaak:Bij een eenfaseproces van de stroombron TSt 2700c MV is de veiligheidsuitschakeling van de stroombron geactiveerd om het uitlokken van de netbeveiliging te voorkomen.
    Oplossing:Na een laspauze van ca. 60 seconden verdwijnt het bericht en is de stroombron weer gereed voor gebruik.
    tu0 | xxx
    Opmerking: xxx staat voor een temperatuurwaarde
    Oorzaak:Te lage temperatuur in primaire kring van de stroombron
    Remedie:Stroombron in een verwarmde ruimte plaatsen en laten opwarmen
    tu1 | xxx
    Opmerking: xxx staat voor een temperatuurwaarde
    Oorzaak:Te lage temperatuur bij de booster in de stroombron
    Remedie:Stroombron in een verwarmde ruimte plaatsen en laten opwarmen
    tu2 | xxx
    Opmerking: xxx staat voor een temperatuurwaarde
    Oorzaak:Te lage temperatuur in secundaire kring van de stroombron
    Remedie:Stroombron in een verwarmde ruimte plaatsen en laten opwarmen
    tu3 | xxx
    Opmerking: xxx staat voor een temperatuurwaarde
    Oorzaak:Te lage temperatuur in de motor van de draadaanvoer
    Remedie:Draadaanvoer in een verwarmde ruimte plaatsen en laten opwarmen
    tu4 | xxx
    Opmerking: xxx staat voor een temperatuurwaarde
    Oorzaak:Te lage temperatuur in lasbrander
    Remedie:Lasbrander in een verwarmde ruimte plaatsen en laten opwarmen
    tu5 | xxx
    Opmerking: xxx staat voor een temperatuurwaarde
    Oorzaak:Te lage temperatuur in koelapparaat
    Remedie:Koelapparaat in een verwarmde ruimte plaatsen en laten opwarmen
    tu6 | xxx
    Opmerking: xxx staat voor een temperatuurwaarde
    Oorzaak:Te lage temperatuur in de transformator van de stroombron
    Remedie:Stroombron in een verwarmde ruimte plaatsen en laten opwarmen
    tu7 | xxx
    Opmerking: xxx staat voor een temperatuurwaarde
    Oorzaak:Te lage temperatuur in de stroombron
    Remedie:Stroombron in een verwarmde ruimte plaatsen en laten opwarmen
    no | H2O
    Oorzaak: Doorstroomhoeveelheid van het koelmiddel te klein
    Remedie:Doorstroomhoeveelheid van het koelmiddel, het koelapparaat en de koelkringloop controleren (zie voor de minimale doorstroomhoeveelheid het hoofdstuk "Technische gegevens" in de bedieningshandleiding van het apparaat)
    hot | H2O
    Oorzaak: Temperatuur koelmiddel te hoog
    Remedie:Koelapparaat en koelkringloop laten afkoelen totdat "hot | H2O" niet meer wordt weergegeven. Koelapparaat openen en koeler reinigen, controleren of de ventilator correct werkt. Robotinterface of instrumentatiebus-koppeling: voor het voortzetten van het lassen het signaal "bronstoring opheffen" (Source Error Reset) instellen.
    no | Prg
    Oorzaak:geen voorgeprogrammeerd programma gekozen
    Remedie:geprogrammeerd programma kiezen
    no | IGn
    Oorzaak: De functie 'Ignition Time-Out' is actief; binnen de in het setup-menu ingestelde gestimuleerde draadlengte is geen geleiding tot stand gekomen. De veiligheidsuitschakeling van de stroombron is in werking getreden
    Oplossing:Vrij draadeinde inkorten, meermaals de brandertoets indrukken; het werkstukoppervlak reinigen; eventueel in setup-menu de parameter 'Ito' instellen
    EPG | 17
    Oorzaak: Het geselecteerde lasprogramma is ongeldig
    Remedie:Een geldig lasprogramma selecteren
    EPG | 29
    Oorzaak: De gewenste draadaanvoer is niet beschikbaar voor de geselecteerde karakteristiek
    Remedie:Een passende draadaanvoer aansluiten; steekverbindingen van het slangenpakket controleren
    EPG | 35
    Oorzaak: Bepalen van de weerstand van het lascircuit is mislukt
    Oplossing:Aardingskabel, stroomkabel of slangenpakket controleren en indien nodig vervangen, lascircuit-weerstand opnieuw bepalen
    no | GAS
    Oorzaak: De optie Gascontrole heeft geen gasdruk herkend
    Remedie:Nieuwe gasfles aansluiten of gasflesventiel / drukverminderaar openen, optie Gascontrole resetten, foutmelding "no | GAS" opheffen door op een willekeurige toets te drukken.
    1. Storingen opheffen en onderhoud
    2. Storingsdiagnose en storingen opheffen

    Weergegeven servicecodes in combinatie met OPT Easy Documentation

    no | dAt
    Lassen is niet mogelijk
    Oorzaak:Er zijn geen datum en tijd op de stroombron ingesteld
    Oplossing:voor resetten van servicecode pijltoets indrukken;
    Datum en tijd op tweede niveau van Service-menu instellen;
    zie pagina (→)
    bAt | Lo
    Lassen is mogelijk
    Oorzaak:De accu van de OPT Easy Documentation is bijna leeg
    Oplossing:voor resetten van servicecode pijltoets indrukken;
    Servicedienst op de hoogte brengen (voor verwisselen van accu)
    bAt | oFF
    Lassen is niet mogelijk
    Oorzaak:De accu van de OPT Easy Documentation is leeg
    Oplossing:voor resetten van servicecode pijltoets indrukken - op display wordt no | dAt weergegeven;
    Servicedienst op de hoogte brengen (voor verwisselen van accu);
    Nadat accu is verwisseld datum en tijd op tweede niveau van Service-menu instellen;
    zie pagina (→)
    Err | doc
    Lassen is niet mogelijk
    Oorzaak:Fout tijdens schrijven van gegevens;
    interne documentatiefout;
    communicatiefout;
    Oplossing:Stroombron uit- en inschakelen
    Err | USb
    Lassen is niet mogelijk
    Oorzaak:Ongeldig bestandssysteem op USB-stick;
    Algemene USB-fout
    Oplossing:USB-stick verwijderen
    USB | full
    Lassen is niet mogelijk
    Oorzaak:De geplaatste USB-stick is vol
    Oplossing:USB-stick verwijderen en nieuwe USB-stick plaatsen
    1. Storingen opheffen en onderhoud

    Verzorging, onderhoud en recycling

    Algemeen

    Het lassysteem heeft onder normale bedrijfsomstandigheden slechts minimale verzorging en onderhoud nodig. Enkele punten verdienen echter absoluut aandacht, om het lassysteem jarenlang gebruiksklaar te houden.

    1. Storingen opheffen en onderhoud
    2. Verzorging, onderhoud en recycling

    Algemeen

    Het lassysteem heeft onder normale bedrijfsomstandigheden slechts minimale verzorging en onderhoud nodig. Enkele punten verdienen echter absoluut aandacht, om het lassysteem jarenlang gebruiksklaar te houden.

    1. Storingen opheffen en onderhoud
    2. Verzorging, onderhoud en recycling

    Veiligheid

    GEVAAR!

    Gevaar door elektrische stroom.

    Dit kan ernstig letsel en schade aan eigendommen veroorzaken.

    Schakel voor aanvang van de werkzaamheden alle betrokken apparaten en componenten uit en ontkoppel ze van het elektriciteitsnet.

    Beveilig alle betrokken apparaten en componenten tegen opnieuw inschakelen.

    Controleer na het openen van het apparaat met behulp van een geschikte meter of de elektrisch geladen onderdelen (bijv. condensatoren) ontladen zijn.

    GEVAAR!

    Gevaar door verkeerde bediening en verkeerd uitgevoerde werkzaamheden.

    Dit kan ernstig letsel en schade aan eigendommen veroorzaken.

    Alle werkzaamheden en functies die in dit document worden beschreven, mogen uitsluitend door technisch geschoold personeel worden uitgevoerd.

    U dient dit document volledig te lezen en te begrijpen.

    Alle veiligheidsvoorschriften en gebruikersdocumentatie van dit apparaat en alle systeemcomponenten moeten gelezen en begrepen worden.

    1. Storingen opheffen en onderhoud
    2. Verzorging, onderhoud en recycling

    Bij elke ingebruikname

    • Netstekker en netkabel evenals lasbrander, verbindingsslangenpakket en aardingsverbinding op beschadiging controleren
    • Controleren of de vrije ruimte rond het apparaat 0,5 m (1 ft. 8 in.) bedraagt, zodat de koellucht ongehinderd kan toestromen en ontsnappen

    OPMERKING!

    De luchtinstroom- en uitstroomopeningen mogen in geen geval zijn bedekt, ook niet deels.

    1. Storingen opheffen en onderhoud
    2. Verzorging, onderhoud en recycling

    Indien nodig

    Afhankelijk van de stofproductie:

    TSt 2700c
    • Het koelribelement aan de achterkant van de behuizing verwijderen
    • Het daarachter liggende luchtfilter wegnemen en schoonmaken
    TSt 3500c
    • Het luchtfilter aam de achterkant van de behuizing zijdelings wegnemen en schoonmaken
    1. Storingen opheffen en onderhoud
    2. Verzorging, onderhoud en recycling

    Elke 2 maanden

    VOORZICHTIG!

    Gevaar van materiële schade.

    Het luchtfilter mag alleen in droge toestand zijn gemonteerd.

    Zo nodig het luchtfilter met droge perslucht reinigen of met behulp van uitspoelen.

    1. Storingen opheffen en onderhoud
    2. Verzorging, onderhoud en recycling

    Elke 6 maanden

    VOORZICHTIG!

    Gevaar door persluchtinwerking.

    Dit kan schade aan eigendommen veroorzaken.

    Elektronische onderdelen niet van korte afstand schoonblazen.

    1Zijstukken van het apparaat demonteren en de binnenkant van het apparaat met droge, gereduceerde perslucht schoonblazen
    2Bij grote stofproductie ook de koelluchtkanalen schoonmaken

    GEVAAR!

    Een elektrische schok kan dodelijk zijn!

    Gevaar voor elektrische schokken door ondeskundig aangesloten aardingskabels en aarding van de apparatuur.

    Let er bij de montage van de zijpanelen op dat de aardingskabels en de aardingen van de apparaten correct zijn aangesloten.

    1. Storingen opheffen en onderhoud
    2. Verzorging, onderhoud en recycling

    Recycling

    Het afvoeren mag uitsluitend volgens de nationale en regionale bepalingen plaatsvinden.

    Annex

    Gemiddelde verbruikswaarden bij het lassen

    Gemiddeld verbruik van draadelektroden bij het MIG/MAG-lassen

    Gemiddeld verbruik van draadelektroden bij een draadtoevoersnelheid van 5 m/min

     

    Draadelektrode met een diameter van 1,0 mm

    Draadelektrode met een diameter van 1,2 mm

    Draadelektrode met een diameter van 1,6 mm

    Draadelektrode van staal

    1,8 kg/h

    2,7 kg/h

    4,7 kg/h

    Draadelektrode van aluminium

    0,6 kg/h

    0,9 kg/h

    1,6 kg/h

    Draadelektrode van CrNi

    1,9 kg/h

    2,8 kg/h

    4,8 kg/h

    Gemiddeld verbruik van draadelektroden bij een draadtoevoersnelheid van 10 m/min

     

    Draadelektrode met een diameter van 1,0 mm

    Draadelektrode met een diameter van 1,2 mm

    Draadelektrode met een diameter van 1,6 mm

    Draadelektrode van staal

    3,7 kg/h

    5,3 kg/h

    9,5 kg/h

    Draadelektrode van aluminium

    1,3 kg/h

    1,8 kg/h

    3,2 kg/h

    Draadelektrode van CrNi

    3,8 kg/h

    5,4 kg/h

    9,6 kg/h

    1. Annex

    Gemiddelde verbruikswaarden bij het lassen

    Gemiddeld verbruik van draadelektroden bij het MIG/MAG-lassen

    Gemiddeld verbruik van draadelektroden bij een draadtoevoersnelheid van 5 m/min

     

    Draadelektrode met een diameter van 1,0 mm

    Draadelektrode met een diameter van 1,2 mm

    Draadelektrode met een diameter van 1,6 mm

    Draadelektrode van staal

    1,8 kg/h

    2,7 kg/h

    4,7 kg/h

    Draadelektrode van aluminium

    0,6 kg/h

    0,9 kg/h

    1,6 kg/h

    Draadelektrode van CrNi

    1,9 kg/h

    2,8 kg/h

    4,8 kg/h

    Gemiddeld verbruik van draadelektroden bij een draadtoevoersnelheid van 10 m/min

     

    Draadelektrode met een diameter van 1,0 mm

    Draadelektrode met een diameter van 1,2 mm

    Draadelektrode met een diameter van 1,6 mm

    Draadelektrode van staal

    3,7 kg/h

    5,3 kg/h

    9,5 kg/h

    Draadelektrode van aluminium

    1,3 kg/h

    1,8 kg/h

    3,2 kg/h

    Draadelektrode van CrNi

    3,8 kg/h

    5,4 kg/h

    9,6 kg/h

    1. Annex
    2. Gemiddelde verbruikswaarden bij het lassen

    Gemiddeld verbruik van draadelektroden bij het MIG/MAG-lassen

    Gemiddeld verbruik van draadelektroden bij een draadtoevoersnelheid van 5 m/min

     

    Draadelektrode met een diameter van 1,0 mm

    Draadelektrode met een diameter van 1,2 mm

    Draadelektrode met een diameter van 1,6 mm

    Draadelektrode van staal

    1,8 kg/h

    2,7 kg/h

    4,7 kg/h

    Draadelektrode van aluminium

    0,6 kg/h

    0,9 kg/h

    1,6 kg/h

    Draadelektrode van CrNi

    1,9 kg/h

    2,8 kg/h

    4,8 kg/h

    Gemiddeld verbruik van draadelektroden bij een draadtoevoersnelheid van 10 m/min

     

    Draadelektrode met een diameter van 1,0 mm

    Draadelektrode met een diameter van 1,2 mm

    Draadelektrode met een diameter van 1,6 mm

    Draadelektrode van staal

    3,7 kg/h

    5,3 kg/h

    9,5 kg/h

    Draadelektrode van aluminium

    1,3 kg/h

    1,8 kg/h

    3,2 kg/h

    Draadelektrode van CrNi

    3,8 kg/h

    5,4 kg/h

    9,6 kg/h

    1. Annex
    2. Gemiddelde verbruikswaarden bij het lassen

    Gemiddeld beschermgasverbruik bij het MIG/MAG-lassen

    Diameter van draadelektrode

    1,0 mm

    1,2 mm

    1,6 mm

    2,0 mm

    2 x 1,2 mm (TWIN)

    Gemiddeld verbruik

    10 l/min

    12 l/min

    16 l/min

    20 l/min

    24 l/min

    1. Annex
    2. Gemiddelde verbruikswaarden bij het lassen

    Gemiddeld beschermgasverbruik bij het TIG-lassen

    Grootte van gasmondstuk

    4

    5

    6

    7

    8

    10

    Gemiddeld verbruik

    6 l/min

    8 l/min

    10 l/min

    12 l/min

    12 l/min

    15 l/min

    1. Annex

    Technische gegevens

    Speciale spanning

    Bij apparaten die op speciale spanning zijn berekend gelden de technische gegevens op het typeplaatje.

    Geldt voor alle apparaten met een toelaatbare netspanning van tot 460 V: De seriematige netstekker maakt werken met een netspanning van tot 400 V mogelijk. Monteer voor netspanningen tot 460 V een daarvoor geschikte netstekker of installeer de netvoorziening rechtstreeks.

    1. Annex
    2. Technische gegevens

    Speciale spanning

    Bij apparaten die op speciale spanning zijn berekend gelden de technische gegevens op het typeplaatje.

    Geldt voor alle apparaten met een toelaatbare netspanning van tot 460 V: De seriematige netstekker maakt werken met een netspanning van tot 400 V mogelijk. Monteer voor netspanningen tot 460 V een daarvoor geschikte netstekker of installeer de netvoorziening rechtstreeks.

    1. Annex
    2. Technische gegevens

    Verklaring van het begrip 'inschakelduur'

    De inschakelduur (in het Duits: Einschaltdauer, ED) is dat gedeelte van een cyclus van 10 minuten waarin het apparaat met het aangegeven vermogen kan worden gebruikt zonder oververhit te raken.

    OPMERKING!

    De op het kenplaatje vermelde waarden voor de ED hebben betrekking op een omgevingstemperatuur van 40°C.

    Als de omgevingstemperatuur hoger is, moet de ED of het vermogen dienovereenkomstig worden verlaagd.

    Voorbeeld: Lassen met 150 A bij 60 % ED

    • Lasfase = 60% van 10 min. = 6 min.
    • Afkoelfase = resterende tijd = 4 min.
    • Na de afkoelfase begint de cyclus opnieuw.

    Als het apparaat zonder onderbrekingen moet werken:

    1In de technische gegevens de 100%-ED-waarde voor de inschakelduur opzoeken die geldt voor de heersende omgevingstemperatuur.
    2Aan de hand van deze waarde het vermogen of de stroomsterkte zodanig reduceren dat het apparaat zonder afkoelfase kan worden gebruikt.
    1. Annex
    2. Technische gegevens

    TSt 2700c MP

    Netspanning (U1)

     

    3 x

    380 V

    400 V

    460 V

    Max. effectieve primaire stroom (I1eff)

     

    7 A

    6,7 A

    5,8 A

    Max. primaire stroom (I1max)

     

     

    13,7 A

    13,0 A

    11,2 A

    Netbeveiliging

    16 A traag gezekerd

    Schijnbaar vermogen

    bij 400 V AC

     

    9,0 kVA

     

     

     

     

     

     

     

    Tolerantie netspanning

    -10 / +15%

    Lichtnetfrequentie

    50 / 60 Hz

    cos phi (1)

    0,99

    Max. toelaatbare netimpedantie Zmax bij PCC1)

     

    220 mOhm

     

     

     

     

     

     

     

    Lasstroombereik (I2)

     

     

     

     

     

    MIG / MAG

     

     

    10 - 270 A

    Staafelektrode

     

     

    10 - 270 A

    TIG

     

     

    10 - 270 A

    Lasstroom bij

    10 min / 40 °C (104 °F)

     

    30%

    60%

    100%

    U1 = 3 x 380 - 400 V

    MIG / MAG

     

    270 A

    210 A

    170 A

    U1 = 3 x 460 V

    MIG / MAG

     

    270 A

    210 A

    170 A

    U1 = 3 x 380 - 400 V

    Staafelektrode

     

    270 A

    210 A

    170 A

    U1 = 3 x 460 V

    Staafelektrode

     

    270 A

    210 A

    170 A

    U1 = 3 x 380 - 400 V

    TIG

     

     

    270 A

    210 A

    170 A

    U1 = 3 x 460 V

    TIG

     

     

    270 A

    210 A

    170 A

    Bereik uitgangsspanning volgens normcurve (U2)

     

     

     

    MIG / MAG

     

     

    14,3 - 27,5 V

    Staafelektrode

     

     

    10,4 - 20,8 V

    TIG

     

     

    20,4 - 30,8 V

    Nullastspanning (U0 peak)

     

    85 V

     

     

     

     

     

     

     

    Beschermingsklasse IP

     

     

    IP 23

    Isolatieklasse

     

     

    B

    Overspanningscategorie

     

     

    III

    Vervuilingsgraad volgens norm IEC60664

     

    3

    EMV-emissieklasse

     

    A 2)

    Veiligheidssymbolen

     

    S, CE

    Afmetingen l x b x h

     

    687 x 276 x 445 mm
    27,1 x 10,9 x 17,5 in.

    Gewicht

     

     

    30 kg
    66,14 lb.

     

     

     

     

     

     

     

    Maximale druk beschermgas

     

     

    7 bar
    101,49 psi

     

     

     

     

     

     

     

    Draadsnelheid

     

    1 - 25 m/min
    40 - 980 ipm

    Draadaandrijving

     

    4-rollenaandrijving

    Draaddiameter

    0,8 - 1,6 mm
    0,03 - 0,06 in.

    Draadspoeldiameter

     

    max. 300 mm
    max. 11,81 in.

    Gewicht van draadspoel

     

    max. 20,0 kg
    max. 44,09 lb.

    Energieverbruik in nullasttoestand bij 400 V

    38,3 W

    Energie-efficiëntie van stroombron bij 270 A / 30,8 V

    89 %

    1)
    Interface voor openbaar elektriciteitsnet met 230 / 400 V en 50 Hz
    2)
    Een apparaat van de emissieklasse A is niet bedoeld voor het gebruik in woongebieden waarin de voeding via een openbaar laagspanningsnet loopt.
    De elektromagnetische compatibiliteit kan door geleide of uitgestraalde radiofrequenties worden beïnvloed.
    1. Annex
    2. Technische gegevens

    TSt 2700c MV MP

    Netspanning (U1)

     

    3 x

    230 V

    380 V

    460 V

    Max. effectieve primaire stroom (I1eff)

     

     

    12,6 A

    7,5 A

    6,2 A

    Max. primaire stroom (I1max)

     

     

    23,0 A

    13,7 A

    11,1 A

    Netbeveiliging (traag gezekerd)

    32,0 A

    16,0 A

    16,0 A

    Schijnbaar vermogen bij 380 V AC

    9,02 kVA

     

     

     

     

     

     

     

    Netspanning (U1)

    1 x

    230 V

    240 V

    Max. effectieve primaire stroom (I1eff)

     

    18,1 A

    18,1 A

    Max. primaire stroom (I1max)

     

    24,9 A

    28,1 A

    Netbeveiliging (traag gezekerd)

     

    16 A

    30 A

    Schijnbaar vermogen

     

    5,98 kVA

    6,74 kVA

     

     

     

     

     

     

     

    Tolerantie netspanning

    -10 / +15%

    Lichtnetfrequentie

    50 / 60 Hz

    cos phi (1)

    0,99

    Max. toelaatbare netimpedantie Zmax bij PCC1)

    228 mOhm

     

     

     

     

     

     

     

    Lasstroombereik (I2)

    MIG / MAG

     

     

    10 - 270 A

    Staafelektrode

     

     

    10 - 270 A

    TIG

     

     

    10 - 270 A

    Lasstroombereik (I2) in eenfasig bedrijf 2)

    MIG / MAG

     

     

    10 - 220 A

    Staafelektrode

     

     

    10 - 180 A

    TIG

     

     

    10 - 260 A

    Lasstroom bij

    10 min / 40 °C (104 °F)

    30 %

    60 %

    100 %

    U1 = 3 x 200 - 230 V:

    MIG / MAG

     

    270 A

    200 A

    170 A

    U1 = 3 x 380 - 460 V:

    MIG / MAG

     

    270 A

    215 A

    185 A

    U1 = 3 x 200 - 230 V:

    Staafelektrode

     

    270 A

    200 A

    170 A

    U1 = 3 x 380 - 460 V:

    Staafelektrode

     

    270 A

    200 A

    170 A

    U1 = 3 x 200 - 230 V:

    TIG (35%)

     

    270 A

    220 A

    185 A

    U1 = 3 x 380 - 460 V:

    TIG (35%)

     

    270 A

    230 A

    195 A

    Lasstroom in eenfasig bedrijf 2) bij

    10 min / 40 °C (104 °F)

    40 %

    100 %

    U1 = 1 x 230 V:

    MIG / MAG, zekering 16 A

    180 A

     

    145 A

    U1 = 1 x 240 V:

    MIG / MAG, zekering 30 A

    220 A

     

    170 A

    Lasstroom in eenfasig bedrijf 2) bij

    10 min / 40 °C (104 °F)

    40 % 

    100 %

    U1 = 1 x 230 V:

    Staafelektrode, zekering 16 A

    150 A

     

    130 A

    U1 = 1 x 240 V:

    Staafelektrode, zekering 30 A

    180 A

     

    140 A

    Lasstroom in eenfasig bedrijf 2) bij

    10 min / 40 °C (104 °F)

    35 %

    100 %

    U1 = 230 V:

    TIG, zekering 16 A

    220 A

     

    170 A

    U1 = 240 V:

    TIG, zekering 30 A

    260 A

     

    180 A

    Bereik uitgangsspanning volgens normcurve (U2)

    MIG / MAG

     

     

    14,5 - 27,5 V

    Staafelektrode

     

     

    20,4 - 30,8 V

    TIG

     

     

    10,4 - 20,8 V

    Bereik uitgangsspanning volgens normcurve (U2) in eenfasig bedrijf 2)

    MIG / MAG

     

     

    14,5 - 25,0 V

    Staafelektrode

     

     

    20,4 - 27,2 V

    TIG

     

     

    10,4 - 20,4 V

    Nullastspanning (U0 peak)

     

    85 V

     

     

     

     

     

     

     

    Beschermingsklasse

     

     

    IP 23

    Isolatieklasse

     

     

    B

    Overspanningscategorie

     

     

    III

    Vervuilingsgraad volgens norm IEC60664

     

    3

    EMV-emissieklasse

     

    A 3)

    Veiligheidssymbolen

     

    S, CE, CSA

    Afmetingen l x b x h

     

    687 x 276 x 445 mm
    27.1 x 10.9 x 17.5 in.

    Gewicht

     

     

    31,8 kg
    70.11 lb.

     

     

     

     

     

     

     

    Maximale druk beschermgas

     

     

    7 bar
    101.49 psi

     

     

     

     

     

     

     

    Draadsnelheid

     

    1 - 25 m/min
    40 - 980 ipm

    Draadaandrijving

     

    4-rollenaandrijving

    Draaddiameter

    0,8 - 1,6 mm
    0.03 - 0.06 in.

    Draadspoeldiameter

     

    max. 300 mm
    max. 11.81 in.

    Gewicht van draadspoel

     

    max. 20,0 kg
    max. 44.1 lb.

    Energieverbruik in onbelaste toestand bij 400 V

    38,5 W

    Efficiëntie van de stroombron bij 270 A / 30,8 V

    89 %

    1)
    Interface voor openbaar elektriciteitsnet met 230 / 400 V en 50 Hz
    2)
    Gedetailleerde informatie over de inschakelduur in eenfasig bedrijf is te vinden in het hoofdstuk "Installatie", paragraaf "TSt 2700c MV MP - Eenfasig bedrijf" vanaf pagina (→).
    3)
    Een apparaat van de emissieklasse A is niet bedoeld voor het gebruik in woongebieden waarin de voeding via een openbaar laagspanningsnet loopt.
    De elektromagnetische compatibiliteit kan door geleide of uitgestraalde radiofrequenties worden beïnvloed.
    1. Annex
    2. Technische gegevens

    TSt 3500c MP

    Netspanning (U1)

     

    3 x

    380 V

    400 V

    460 V

    Max. effectieve primaire stroom (I1eff)

     

    14,8 A

    14,1 A

    12,7 A

    Max. primaire stroom (I1max)

     

    23,8 A

    23,1 A

    21,1 A

    Netbeveiliging

    35 A traag gezekerd

     

     

     

     

     

     

     

    Tolerantie netspanning

    -10 / +15%

    Lichtnetfrequentie

    50 / 60 Hz

    Cos Phi (1)

     

    0,99

    Max. toelaatbare netimpedantie Zmax bij PCC1)

    77 mOhm

    Aanbevolen lekstroom-beveiligingsschakelaar

     

    Type B

     

     

     

     

     

     

     

    Lasstroombereik (I2)

     

     

     

     

     

    MIG / MAG

     

     

    10 - 350 A

    Staafelektrode

     

     

    10 - 350 A

    TIG

     

     

    10 - 350 A

    Lasstroom bij

    10 min / 40 °C (104 °F)

     

    40%

    60%

    100%

    MIG / MAG

     

     

    350 A

    300 A

    250 A

    Staafelektrode

     

     

    350 A

    300 A

    250 A

    TIG

     

     

    350 A

    300 A

    250 A

    Bereik uitgangsspanning volgens normcurve (U2)

     

     

     

    MIG / MAG

     

     

    14,5 - 31,5 V

    Staafelektrode

     

     

    20,4 - 34,0 V

    TIG

     

     

    10,4 - 24,0 V

    Nullastspanning (U0 peak)

    59 V

     

     

     

     

     

     

     

    Schijnbaar vermogen bij 400 V AC

     

     

    15,87 kVA

    Beschermingsklasse IP

     

     

    IP 23

    Koelwijze

     

     

    AF

    Isolatieklasse

     

     

    B

    Overspanningscategorie

     

     

    III

    Vervuilingsgraad volgens norm IEC60664

    3

    EMV-emissieklasse

     

    A 2)

    Veiligheidssymbolen

     

    S, CE, CSA

    Afmetingen l x b x h

     

    747 x 300 x 497 mm
    29,4 x 11,8 x 19,6 in.

    Gewicht

     

     

    36 kg
    79,4 lb.

     

     

     

     

     

     

     

    Maximale druk beschermgas

     

     

    5 bar
    72,52 psi

    Koelmiddel

     

    Origineel Fronius

     

     

     

     

     

     

     

    Draadsnelheid

     

    1 - 25 m/min
    40 - 980 ipm

    Draadaandrijving

     

    4-rollenaandrijving

    Draaddiameter

    0,8 - 1,6 mm
    0,03 - 0,06 in.

    Draadspoeldiameter

     

    max. 300 mm
    max. 11,81 in.

    Gewicht van draadspoel

     

    max. 19,0 kg
    max. 41,9 lb.

    Max. geluidsemissie (LWA)

     

    72 dB (A)

    Energieverbruik in nullasttoestand bij 400 V

    36,5 W

    Energie-efficiëntie van stroombron bij 350 A / 34 V

    90 %

    1)
    Interface voor openbaar elektriciteitsnet met 230 / 400 V en 50 Hz
    2)
    Een apparaat van de emissieklasse A is niet bedoeld voor het gebruik in woongebieden waarin de voeding via een openbaar laagspanningsnet loopt.
    De elektromagnetische compatibiliteit kan door geleide of uitgestraalde radiofrequenties worden beïnvloed.
    1. Annex
    2. Technische gegevens

    Overzicht van kritieke grondstoffen, productiejaar van apparaat

    Overzicht van kritieke grondstoffen:
    Op de volgende internetpagina is een overzicht te vinden van de kritieke grondstoffen die dit apparaat bevat:
    www.fronius.com/en/about-fronius/sustainability.

    Productiejaar van apparaat berekenen:
    • Elk apparaat is van een serienummer voorzien
    • Het serienummer bestaat uit acht cijfers, bijvoorbeeld 28020099
    • De eerste twee cijfers vormen het getal waaruit het productiejaar van het apparaat kan worden berekend
    • Hiervoor moet 11 van dit getal worden afgetrokken
      • Voorbeeld: Serienummer = 28020065, berekening van productiejaar = 28 - 11 = 17, productiejaar = 2017
    1. Annex

    Lasprogrammatabellen

    Lasprogrammatabel TSt 2700c MP

    Lasprogrammadatabase UID 3788

    *
    Diameter = 0,6 mm (0,024 inch)
    1. Annex
    2. Lasprogrammatabellen

    Lasprogrammatabel TSt 2700c MP

    Lasprogrammadatabase UID 3788

    *
    Diameter = 0,6 mm (0,024 inch)
    1. Annex
    2. Lasprogrammatabellen

    Lasprogrammatabel TSt 2700c MP USA

    Lasprogrammadatabase UID 3826

    1. Annex
    2. Lasprogrammatabellen

    Lasprogrammatabel TSt 3500c MP

    Lasprogrammadatabase UID 3787

    *
    Diameter = 0,6 mm (0,024 inch)
    1. Annex
    2. Lasprogrammatabellen

    Lasprogrammatabel TSt 3500c MP USA

    Lasprogrammadatabase UID 3787

    *
    Diameter = 1,2 mm (0,45 inch)